Hoe vind je de juiste visualisatievorm?

Als je wilt dat een visualisatie wordt bekeken en begrepen, moet je een duidelijk verhaal vertellen en aansluiten bij de kennis en belangstelling van de gebruiker. Dat weten we. Maar dan is de vraag: hoe doe je dat? Tips genoeg. Zoals: verspil geen inkt aan decoraties (Edward Tufte), of het tegengestelde: trek de aandacht met een spannend beeld (Nigel Holmes)

Door: Gerard Smit

Er is veel zinnigs gezegd over het maken van informatievisualisaties, maar een valide model voor het analyseren van samengestelde informatievisualisaties is er niet.

In het laatste nummer van Information Visualization proberen drie Australische onderzoekers te voorzien in die lacune met de presentatie van hun zogenoemde Figurative Frame Model. Het moet een kader bieden voor het analyseren van visualisaties die abstracte data combineren met figuratieve elementen.

Voor de opbouw van hun model gebruiken de auteurs kaarten als referentie. Een kaart verwijst – binnen het kader van lengte- en breedtegraden – met een figuur naar een plaats in de wereld. Op de kaart staan elementen die door hun plaats binnen het kader betekenis krijgen (plaatsen, wegen, rivieren …). De kaart kan op verschillende manieren data tonen (dichtheid van de bevolking, mate van criminaliteit …), figuratieve elementen bevatten (huizen, bomen, tanks …) en ontwikkelingen laten zien (de route van een orkaan, een optrekkend leger …). Dat zijn allemaal elementen die ook in meer of mindere mate in andersoortige visualisaties voorkomen.

Frame
Op basis van de kaart als oermodel onderscheiden de auteurs drie kernelementen die in alle visualisaties voorkomen.
1. Coördinaten: datastructuur van de visualisatie (grafiek, tijdlijn, netwerk …)
2. Features: de elementen die door hun vorm en plaats een bepaalde waarde vertegenwoordigen (data), of verwijzen naar een object in de werkelijkheid (figuratieve elementen).
3. Perspectief: het gezichtspunt van waaruit de data worden gepresenteerd waardoor ze hun specifieke plek krijgen in de visualisatie. Zoals ook kaarten altijd vanuit een bepaald perspectief zijn getekend.

Succesfactoren
De keuze van de juiste coördinaten wordt bepaald door het antwoord op de vraag of de gekozen datastructuur past bij het verhaal dat je wilt vertellen.
De keuze van de juiste features wordt bepaald door de relevantie die ze hebben voor het verhaal en door de mate waarin ze door gebruikers worden herkend en begrepen.
De keuze van het juiste perspectief wordt bepaald door het antwoord op de vraag of het perspectief herkenbaar is en of de gekozen features binnen het perspectief het gewenste beeld tonen.

Gebruik van figuratieve elementen
Een ander onderscheid dat de auteurs maken is de manier waarop visualisaties worden ingezet. Het volgende plaatje illustreert dat:

a toont alleen abstracte elementen,
bij b wordt het figuratieve element alleen als achtergrondversiering gebruikt,
bij c en d wordt het figuratieve element als een extra label gebruikt (bewolking wordt door een wolkje weergegeven);
bij e krijgt het figuratieve element meer inhoud doordat je nu kunt zien hoe de uv straling werkt.
bij f krijgt het figuratieve element nog meer lading door het in een figuur te zetten met de data ernaast.

Het is even puzzelen, maar het geeft wel houvast voor de vraag wanneer het zin heeft om gebruik te maken van decoratieve elementen.

Proef op de som
Laten we kijken of dit model helpt bij het analyseren van een actuele nieuwsvisualisatie. Ik neem daarvoor een visualisatie uit de Volkskrant op de dag dat ik ook het artikel van Australische onderzoekers las. Het is er een uit de serie “De groene revolutie” waarin de Volkskrant de ontwikkelingen bij groene energie volgt. Het gaat om het bijgaande plaatje bij het artikel Waar blijft toch de superaccu? (de Volkskrant 13 september).

Dit is een hybride visualisatie. Dat komt mooi uit – daar gaat het artikel ook over. We zien een vergelijking tussen de “energiedichtheid” (energieopbrengst) van drie producten: benzine, hout, en een batterij. Kennelijk levert 1 kilo (ongeveer een liter) benzine bijna 50 keer zoveel energie op als een batterij van 1 kilo.

Vraag 1: Wat is het raamwerk (frame) waarin de informatie wordt getoond?
Het gaat om een abstracte visualisatie (een staafdiagram) met een figuratieve toevoeging (het tuitje van de benzine, de houtlijnen van het hout en het min- en plusteken van de batterij)die als extra label werkt.

De coordinaten zijn die van het staafdiagram waarin hoeveelheden van verschillende producten worden vergeleken. In dit geval op de ij-as de energiedichtheid en op de x-as de verschillende producten met een gewicht van 1 kilo.

Logische keuze?
Was het een goede zet om te kiezen om ‘energiedichtheid’ als waarde waarop de verschillende producten worden vergeleken? Dat lijkt in eerste instantie een logische keuze. Het verhaal waar de visualisatie bij hoort gaat over het probleem dat de milieuvriendelijke manier om energie op te slaan in een accu zo weinig energie oplevert. Als je evenveel energie wilt als een liter benzine oplevert, heb je een accu nodig van ongeveer vijftig kilo. Daarmee is de accu niet praktisch in gebruik. Vandaar dat er veel onderzoek wordt gedaan naar een nieuwe chemische samenstelling van accu’s waardoor ze wat lichter zouden kunnen worden.

Zien we daar iets van terug in het plaatje? En helpt het dat we niet alleen kunnen lezen, maar ook kunnen zien dat het om benzine, hout en batterijen gaat?

Het eerste dat opvalt, is dat de nagetekende batterij in de visualisatie misleidend werkt. Om het de vorm van een batterij te geven, is het breder getekend dan het hout en de benzine. Dat werkt verwarrend omdat het figuratief bedoelde element van de breedte van de batterij onbedoeld de indruk kan wekken dat daarmee ook een abstracte waarde (hoeveelheid) wordt weergegeven. Dat is niet zo, maar je bent wel geneigd het te denken, omdat de hoogte van de staven wel als waarde wordt gebruikt.

In dit geval kun je dus zeggen dat de figuratieve toevoeging in deze visualisatie beter weggelaten had kunnen worden.

Maar er is nog iets dat deze op het oog zo simpele visualisatie onduidelijk maakt. Namelijk de keuze van de variabelen. Er is voor gekozen om te laten zien hoeveel energie je kunt onttrekken aan verschillende energiebronnen van hetzelfde gewicht (1 kilo in dit geval). Dan scoort benzine dus het hoogst. Maar wat je in het licht van het artikel eigenlijk wilt laten zien is dat accu’s nog veel te zwaar zijn om als alternatieve energie bron te fungeren. Dat maak je met zo’n iel batterijtje niet meteen intuïtief duidelijk.

Alternatief
Kan het anders? Ja, je zou er ook voor kunnen kiezen om te laten zien hoe zwaar de accu zou moeten zijn om een vliegtuig 10.000 kilometer te laten vliegen. Daar heb je zo’n 200.000 liter kerosine voor nodig. Dat weegt ongeveer 200.000 kilo. Voor dezelfde afstand heb je een accu van vijftig keer dat gewicht nodig hebben, zo’n 10 miljoen kilo. Je snapt dat dat een beetje te zwaar is. Als je de gekozen waarden op die manier omkeert, zou de accu in het plaatje veel groter zijn dan de staaf die voor de benzine staat. Dat maakt het verhaal dat je wilt vertellen wellicht duidelijker.

Zo te zien helpt het figuratieve frame model dus om een zinvolle praktijkanalyse te maken die kan leiden tot de kwalitatieve verbetering van informatievisualisaties. Ook al zal niet iedereen met zo’n model tot dezelfde oplossing komen, het biedt wel een helder kader om over visualisatie-oplossingen te denken.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *