google, journalism, journalistiek, business model, google news lab,

Waarom Google investeert in journalistiek

De grootste informatiemakelaar ter wereld, Google, kan niet zonder journalistiek. Dat is misschien een beetje kort door de bocht, maar het komt erop neer dat de zoekmachine van Google alleen waarde heeft wanneer het relevante content voor de gebruiker genereert. Een hoge pief bij Google heeft volgens James Fallows van The Atlantic gezegd dat wanneer nieuwsorganisaties geen goede stukken meer schrijven, er geen interessante content meer is waar Google naar kan linken. En als er geen interessante content meer is, dan stort het verdienmodel van Google in.

Google investeert dus in de journalistiek, omdat het een essentieel onderdeel is om het monopolie op informatie te behouden. Vorige week verscheen op dit blog een review van Google News Lab – een verzameling diensten van Google die relevant zijn voor journalisten. Het is een aardige, hoewel niet toereikende, verzameling met veel makkelijk te volgen lessen over het gebruik van de diensten. In het kader van de lancering van News Lab, maar ook de aankondiging van Apple om journalisten in dienst te nemen, en van Facebook om Instant Articles te lanceren, leek het mij interessant om eens te kijken hoe en waarom deze investeringen interessant zijn voor de tech-giganten van deze wereld. In deze blog zet ik uiteen hoe Google zijn geld verdient, en waarom investeringen in journalistiek dit verdienmodel ten goede komen.

Businessmodel
Google was volgens Interbrand in oktober 2014 zo’n 107,6 miljard USD waard, en is daarmee samen met Apple het grootste merk ter wereld. De kwartaalinkomsten van Google moeten we ook in miljarden uitdrukken – in 2013 liggen de geschatte inkomsten ruim boven de 14 miljard USD. Uit verschillende bronnen blijkt dat 96% van die inkomsten gegeneerd wordt door advertenties, de rest komt grotendeels uit de mobiele-tak (Andriod OS en verschillende telefoons).

Google heeft twee diensten die advertentie verkopen: AdWord en AdSense. De simpliciteit van AdWord is verbazingwekkend. Het werkt als volgt: als je een advertentie wil plaatsen dan moet je meedoen aan een veiling van zoekwoorden, en bieden. Het idee erachter is dat als iemand al zoekt op bijvoorbeeld Parijs, de kans hoger is dat de gebruiker ook klikt op advertenties voor hotels in die stad. AdWord verkoopt alleen tekstuele advertenties. AdSense is een dienst de advertenties verzorgt op websites. Google selecteert interessante advertenties voor jouw website, je deelt de inkomsten met Google.

Waarom werken deze advertentie zo goed? Allereerst, de omvang. Google.com is de meeste bezochte site ter wereld, en als bedrijf kun je die dus niet missen als het om adverteren gaat. Daarnaast zijn de kosten laag, en het resultaat trefzeker. Voor een paar dollar kun je al een advertentie plaatsen die alleen verschijnt voor jouw doelgroep. De keuze voor een bedrijf is eigenlijk heel simpel: spendeer ik mijn advertentiebudget aan een dure, mooie advertentie die door iedereen gezien wordt, of schrijf ik meerdere korte advertenties die passen bij de verschillende doelgroepen die ik wil aanspreken.

Google werkt met algoritmes die vrijwel altijd de juiste klant weten te bereiken. Deze algoritmes maakt Google op basis van alle informatie die wordt verzameld door het gebruik van verschillende diensten – en laten we er niet omheen draaien, Google weet alles. Waar je over mailt, wie je vrienden zijn, waar je woont. Op basis van die informatie kunnen ze de adverteerder dus garanderen dat de doelgroep wordt bereikt. In 2012 heeft Google een wijziging in de gebruikersovereenkomst doorgevoerd die het bedrijf in staat stelt de verzamelde gegevens uit verschillende diensten te combineren per account.

De kosten die Google maakt gaan naar het onderhouden van IT-infrastructuur, human resources, marketing, het genereren van traffic en Research & Development – die laatste kostenpost is verantwoordelijk voor al die handige Google-diensten die we dagelijks gebruiken.

Google en journalistiek
De monopolist Google wordt door de journalistiek vaak aan de schandpaal gehangen als verantwoordelijke voor de moeilijke tijden waarin de journalistiek zich bevindt. Dit is slechts gedeeltelijk te onderbouwen. Google is trendzetter op internet, zonder Google is jouw content niet vindbaar en worden de advertenties rondom jouw content niet gezien en verdien je dus geen geld. Daarnaast staat buiten kijf dat het advertentiemodel van Google veel inkomsten heeft weggekaapt uit print en televisie en de inkomsten die nieuwsorganisaties overhouden aan online advertenties compenseren niet voor dit verlies.

Het oude verdienmodel van nieuwsorganisaties was gebaseerd op de bundeling van informatie – iets dat nu door Google ook wordt gedaan. Kranten voorzagen de lezer van nieuws, een bioscoopagenda, persoonlijke advertenties, en nog meer nuttig informatie. Online valt dit uit elkaar: Marktplaats is een veel beter alternatief dan de krant als je tweedehandsspullen wil verkopen, en staat helemaal los van nieuwsmedia. Google, en andere grote tech-bedrijven, kopen interessante websites op en bundelen op die manier opnieuw verschillende informatiediensten, verzamelen gegevens van gebruikers, en verkopen vervolgens advertenties. Het nieuwsbedrijf heeft het nakijken.

We kunnen Google, of het internet, echter niet wegzetten als de grote vijand. Lang voordat het internet in zwang raakte, ging het al slecht met nieuwsorganisaties, met name de kranten. George Brock laat in zijn boek Out of Print zien dat teruglopende lezersaantallen en overnames als sinds de jaren ’60 het nieuwslandschap veranderen. De nieuwsbedrijven hebben dit kunnen opvangen, totdat het internet zijn intrede deed. De nieuwe ordening van informatie legde eigenlijk alleen maar de problemen bloot waarmee nieuwsorganisaties al decennia kampten.

Waarom investeert Google in journalistiek?
Informatie is de kern van Google. Het bedrijft stelt zelf dat zijn missie is om alle informatie ter wereld te ordenen en toegankelijk te maken. Daarnaast ziet Google journalistiek als een belangrijke bron van betrouwbare informatie. CEO Eric Schmidt vindt dat het overleven van kwalitatieve journalistiek essentieel is voor het functioneren van de democratie. Als, in een apocalyptisch scenario, nieuwsorganisatie geen nieuws meer produceren verliest Google dus een belangrijk deel van de informatie, en daarmee verliest de zoekmachine aan relevantie voor de gebruikers. Als de zoekmachine niet meer relevant is, heeft Google geen inkomsten meer.

De investering in journalistiek komt vanuit de gedachte relevantie te bieden voor gebruikers, en door het aanbieden van goede content bindt Google deze gebruikers aan zich. Zolang de surfende mens niet om Google heen kan, blijft Google de meest interessante dienst voor adverteerders. De investering in journalistiek heeft dus geen een op een relatie met de inkomsten van Google, maar versterkt wel de merkwaarde door in kwalitatief hoogstaande content te voorzien.

Bronnen

James Fallows “How to Save the News”

George Brock Out of Print

Patrick Maines “Google Impact on Journalism”

“Understanding Google’s Business Model”

“Google’s Business Model”

Greg McFarlane “How does Google make its Money?”

Danny Dover “The Evil Side of Google? Exploring Google’s user data collection”

Google – Wikipedia

4 opmerkingen

  • Orlando Praag

    Dit artikel en de achterliggende theorie zijn, zoals ik gewend ben van Dhr. Bakker, gebaseerd op oude content distributie modellen en een intrinsieke waarde van klassieke publishers,

    Gezien door die oude bril, is het inderdaad zo dat waardevolle content wordt geproduceerd door een beperkt aantal, geaccrediteerde bronnen (in dit geval de media instituten.) In dat geval is het ook logisch dat een content distributie reus als Google er bij gebaat is om te investeren in de gevestigde journalistieke orde.

    Wie echter bewust is van de ontwikkelingen op het gebied van content en het gebruik van content, alsmede de behoeften van de consument, kan er niet omheen dat de hoeveelheid content in de laatste jaren explosief is gegroeid, net als de consumptie van content.

    War komt al die content vandaan? Het gaat grotendeels om “user generated content” en content van “onafhankelijke”, dan wel niet journalistieke, doch commerciële bronnen.

    Bekende en minder bekende niet-journalisten, niche autoriteiten, independent publishers (bloggers etc) en bedrijven. Bedrijven die content genereren om zo een content relatie op te bouwen of te onderhouden met hun (potentiële) sociale netwerk.

    Dat betekend niet dat de klassieke media geen rol meer heeft in het content landschap. deze bronnen hebben oude netwerken, zijn bij grote groepen bekend en worden gerespecteerd en vertrouwd door de consument. Het zijn de bronnen die wij delen en in onze collectief media bewustzijn ronddolen. Sterker nog al ken je een dergelijk bron niet, het feit dat het lijkt op ene klassiek journalistieke bron met historie, zal het vertrouwen doen toenemen bij de consument. Als ik op Photoshop een artikel maak in de juiste opmaak en er de naam “The Daily Indian Telegraph” aan koppel zullen de meeste mensen het als betrouwbare content zien.

    Google verdiend geld aan de massa content en hun rol in de perceptie van betrouwbaarheid van content.

    Wie of wat maakt niet voor een commercieel bedrijf dan ook niet uit. Wie mee kan gaan in de eisen die Google stelt, mag succes verwachten (wederzijdse winst) wie dat niet kan of wil heeft pech. Los van de achtergrond van die publisher.

    Deze feitelijkheden zorgen er dan ook voor dat er nooit een tekort zal zijn aan content zolang er een internet is waar mensen (wie dan ook) op mag publiceren en delen.

    En die tools waar Google in investeert zijn dan ook voor iedereen die er gebruik van wil maken logischerwijs. Was het anders geweest dan zou Google allang een “Blendle” achtige dienst hebben verzonnen of gekopieerd, omdat het zo een ontzettend origineel idee is en een ander er in geen duizend jaar op zou zijn gekomen.

    Vanuit dit uitgangspunt blijft er jammer genoeg van dit artikel weinig over. Buiten de bronvermelding natuurlijk. Dáár is niets mis mee.

    Om tot de juiste bevindingen te komen in het nieuwe media landschap is journalistieke kennis en kennis van algemene communicatieleer onvoldoende. Moderne communicatie is in toenemende maten een Bèta vak. Uitspraken vanuit een strikte Gamma positie zullen daarom vaker de plank mis slaan. Zoals hier jammer genoeg is gebeurt.

    • Allereerst bedankt voor uw uitgebreide reactie.

      De journalistiek waar Google in investeert is geenszins beperkt tot de traditionele nieuwsorganisaties. Dat wordt ook niet beweert in dit artikel. De tools die Google beschikbaar stelt, en ook de beurzen die Google heeft voor jonge journalisten, zijn inderdaad niet uitsluitend gericht op de oude media. Wel is het zo dat Google de gevestigde namen aan zich probeert te binden, wat, zoals u in uw reactie ook aangeeft, een zeker betrouwbaarheid met zich meebrengt omdat gebruikers bekend zijn met deze nieuwsbronnen.

      In uw reactie zegt u dat Google verdient aan relevante content. Dat klopt niet. Google verdient aan advertentieverkoop via AdWords en AdSense. De meerwaarde van dit model, voor de adverteerder, is dat Google feilloos content en gebruiker aan elkaar weet te koppelen – vervolgens komen de juiste advertenties erbij. Google verdient dus niet direct aan content, maar het toegankelijk maken van betrouwbare content is wel essentieel voor Google. Dit bindt immers de gebruiker aan Google en verhoogt de merkwaarde. Hoe meer de gebruiker Google gebruikt, hoe meer informatie er wordt verzamelt over die gebruiker, en hoe beter Google content, gebruiker en reclame aan elkaar kan koppelen.

      Ik beweer in het artikel ook niet dat er een tekort aan content zal ontstaan, mocht er geen kwaliteitsjournalistiek meer op internet te vinden zijn. Wel dat als die tak van informatie zou wegvallen (wat ik zelf hyperbolisch al een apocalyptisch scenario noem en dus ook niet echt waarschijnlijk acht), Google een belangrijk deel aan betrouwbare informatie verliest. Maar Google geeft ook zelf aan dat ze dit type content belangrijk vinden (dat is natuurlijk wel een marketingpraatje – want je hebt gelijk Google zal heus nog wel miljarden verdienen als er geen journalistiek zou zijn er is geen gebrek aan content).

      Ik denk zeker niet dat dit artikel de plank misslaat en blijf bij mijn stelling dat Google in de journalistiek investeert omdat dit in relevante content voorziet bij een belangrijke groep gebruikers.

  • Ik herken de visie van de heer Praag – in zijn openingszin – in het geheel niet. In het hele stuk is nauwelijks iets te vinden over ‘oud’ en ‘klassiek’.

    In de zoektocht naar relevante content die voor de consument van belang zou zijn, wordt mijns inziens te vaak en te gemakkelijk de suggestie gewekt dat Google, Facebook en Twitter big-data zo fijnmazig weten te gebruiken, dat ze elke dag precies op mijn behoeftes zouden kunnen inspelen. Het is niet waar, het komt er misschien bij in de buurt, maar verreweg de meeste advertenties die ‘men’ voorbij ziet komen op de genoemde kanalen, blijven wat mij betreft toch een schot met hagel. Een reiskoffer bestellen bij Wehkamp, resulteert minsten twee weken lang in advertenties van koffers van diezelfde Wehkamp. Dus geen aanverwante artikelen, zoals een tas, misschien een reis. Nee, zelfs dezelfde al bestelde koffer kwam meermalen voorbij.

    Dus ik kan me heel goed voorstellen dat Google binnen al deze experimenten behoefte blijft houden aan relevante content gemaakt door derden. Immers Google heeft er belang bij om mensen naar hun zoekmachine te blijven trekken. Het maakt de discussie des te interessanter. Want waar zoeken mensen naar? In het huidige ‘nieuw’ wordt het onderscheid in relevantie tussen redactionele- en commerciële content flinterdun, zeker als commerciële content op een bepaald moment gewenst is. Maar Google weet dat die behoefte te grillig is om alleen daarvan te kunnen bestaan. Duiding van journalistieke content, iets willen leren, nieuwsgierigheid, ontwikkeling etc. is een geheel andere behoefte. Misschien wel een zodanig primaire behoefte dat mensen juist daarvoor steeds terugkomen en zoeken. De commerciële dimensie die dan voor het geld bij Google zorgt wordt dus gevoed door de relevantie van redactionele content en niet andersom. Eigenlijk een doodgewoon mechanisme.

    De lange leve big-data, met de zegen van de journalistiek om de (voorlopig nog vele) tekortkomingen van al die commerciële big-data algoritmes te compenseren. De mensen is te grillig om zich in te laten pakken door Google…..

    • Bedankt voor uw reactie!

      Ik vind het moeilijk in te schatten hoe precies Google content en advertenties aan gebruikers kan koppelen. Allereerst omdat van het niet bekend is welke informatie Google allemaal verzamelt, en hoe ze dat doen. En ten tweede omdat bedrijven via AdWord zelf de zoekwoorden die voor hen relevant zijn, kiezen. Eigenlijk is deze big-data is klassieke black box, waarvan we eigenlijk geen idee hebben hoe het in zijn werk gaat.

      We kunnen op basis van uitspraken van Google, en diensten die Google verleent, wel wat concluderen. Ik ben het met je eens dat menselijk gedrag niet geheel door Google gevangen kan worden. Het zou mooi zijn als bij Google commerciële content in dienst staat van redactionele content – in feiten werkt het natuurlijk al zo dat de inkomsten van de commerciële kant de andere activiteiten van Google voorzien van geld. De vraag is dan: hoe idealistisch is Google hierin? Of is the bottom-line dat Google geld wil verdienen? Maar dat hangt denk ik ook beetje af van hoe cynisch je zelf bent.

      Dit is in ieder geval de filosofie van Google, volgens Google http://www.google.com/about/company/philosophy/