Toon van de klokkenluider bepaalt of sluimerende crisis wordt opgepikt

Waarom krijgt de ene klokkenluider wel aandacht in de media en de andere niet? En hoe maak je als communicatieprofessional onderscheid tussen een ‘persoonlijke hartenkreet’ en een serieus signaal dat er een ramp staat te gebeuren? Veel hangt af van de effectiviteit van de boodschapper, zo concludeert onderzoekster Annette Klarenbeek in haar proefschrift: Crisis in aantocht!

Voor de meeste journalisten is een crisis pas een crisis als er zichtbaar en groot CRISIS, of liever nog: RAMP opstaat. Een grote brand, een spectaculair mislukt onderwijsproject of een dijkdoorbraak: een beetje nieuwsdienst zal het al snel op de voorpagina zetten. Nieuws is nieuws.

Nakende rampspoed
Voor een ramp in wording ligt dat wat ingewikkelder. Die blijft vaak onderbelicht. Signalen dat er iets mis is worden gehoord, maar niet altijd opgepikt.  Klimaatverandering, waterbeheer, een dreigend lerarentekort, pensioenindexering, het zijn geen onderwerpen waar bijvoorbeeld een tv-rubriek onmiddellijk mee denkt te kunnen scoren.

Slechte oefenwedstrijden
Maar ook de meer spectaculairdere ‘uitgestelde rampen’ worden soms zo lang mogelijk genegeerd. Neem de uitschakeling van het Nederlands elftal. Hadden we dat met alle sportjournalisten en (zelfbenoemde) commentatoren die ons land  telt nu echt niet kunnen zien aankomen? En dan niet pas halverwege de wedstrijd tegen Portugal, maar al maanden eerder. Slechte oefenwedstrijden, onderhuidse spanningen, ontevreden spelers: de signalen wezen al ver voor de aftrap tegen Denemarken op naderend onheil.

Effectiviteit klokkenluider bepaalt succes
Toch zijn het volgens onderzoekster Annette Klarenbeek van het lectoraat Crossmediale communicatie in het publieke domein van de Hogeschool Utrecht niet eens zozeer de journalisten die een sluimerende crisis niet (willen) herkennen. Veel hangt af van de effectiviteit van de klokkenluider of de organisatie die de kat de bel wil aanbinden, zo concludeert Klarenbeek in haar vorige maand verdedigde proefschrift Crisis in Aantocht!, een interactioneel perspectief op crisiscommunicatie.

(Taalkundige) valkuilen
Zij onderzocht voor haar promotie hoe met name het discours waarbinnen een klokkenluider of organisatie – door als ‘crisismanager’ betiteld – de crisis aankaart de erkenning daarvan door communicatieprofessionals kan beïnvloeden. Haar wetenschappelijk gestelde onderzoeksvraag luidt: ‘Welke interactionele problemen heeft een crisismakelaar en hoe lost hij deze op’. Minder wetenschappelijk gesteld: Wat zijn de (taalkundige) valkuilen bij het aan de orde stellen van een dreigende crisis en hoe voorkom je als klokkenluider dat je waarschuwing door verkeerde woordkeus en andere ruis niet doorkomt.

Rector  versus BON
Om het antwoord te vinden analyseerde Klarenbeek de twee volgende voorbeelden waarbij van binnenuit voor een sluimerende crisis in het onderwijs werd gewaarschuwd:

  •   Een interview in het vakblad Onderwijs waarin rector Matthé Sjamaar van het Niels Stensen College in Utrecht de toenemende segregatie aankaartte (1998). Hij vond het beter zijn (verzwarte) school maar te sluiten.
  •   Het manifest ‘Help het onderwijs verzuipt van de vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON). Dit was van de hand van het echtpaar filosoof Ad Verbrugge, verscheen in 2006 in NRC-Handelsblad en richtte zich tegen de onderwijsvernieuwingen sinds de Mammoetwet. Vooral het zogenoemde ‘Nieuwe Leren’ moest het ontgelden.

Negatief versus positief
Zowel de segregatie als de onderwijsproblematiek stonden respectievelijk in 1998 en 2006 (nog) niet hoog op de journalistieke agenda. Toch kreeg BON veel positieve aandacht in de media, terwijl Sjamaar al snel een vrij negatieve pers kreeg, zo concludeert Klarenbeek. Zij baseert zich hierbij op de database lexis nexus, waarbinnen ze 241 artikelen over BON en 118 over Sjamaar aantrof.

 Sjamaar: worsteling
Over Sjamaar trekt Klarenbeek de volgende conclusies:

‘De Media worstelen, enerzijds met de rector als persoon, anderzijds met de feiten die hij aan de orde stelt. Zij spreken van waarnemingen die niet juist zijn en claimen de feiten als bekend’.

Hartenkreet
Het zou gaan om een particuliere hartenkreet, eerder dan om een collectief gevoeld probleem. ‘Daarmee halen de kranten de urgentie van het signaal af en ontnemen zij de rector zijn status als klokkenluider’ aldus de onderzoekster.

BON: interessant persoon
Hoe anders verging het de woordvoerders van BON: zij worden –mede vanuit hun academische achtergrond – als interessante personen gezien,  vanuit hun achterban gelegitimeerd om het algemene probleem op de agenda te zetten. Het echtpaar wordt als fris geluid tegen over de afwachtende en suffe politiek geportretteerd.

                  Sjamaar en BON anno 1212


Het lot van rector Sjamaar is bijna klassiek te noemen voor
de rampspoed die veel klokkenluiders na hem ook heeft getroffen:

Niet alleen vond zijn waarschuwing weinig weerklank, hij heeft er
persoonlijk een hoge prijs voor betaald: in 1999 werd hij door het
bestuur van het Niels Stensen college na 33 dienstjaren als
‘te controversieel’ per direct uit zijn functie gezet. 
Zichtbaar gedesillusioneerd heeft hij daarna een adviesbureautje
opgezet om
vervolgens in de anonimiteit  te verdwijnen. Een aan-
gekondigde
 sleutelroman is naar zover bekend nooit verschenen.

BON wordt tot op de dag van vandaag door media en beleidsmakers
in het debat rond onderwijsvernieuwing aangehaald. De strijd tegen
het Nieuwe Leren heeft jarenlang hoog op de publieke agenda gestaan.
Ad Verbrugge wordt in de media als onderwijsdeskundige nog regel-
matig om zijn mening gevraagd.

Probleem versus oplossing
Waar zit nu het verschil, zo vroeg Klarenbeek zich af: waarom wordt de rector weggezet als slachtoffer, particuliere klager en onderdeel van het probleem, terwijl BON door de media wordt omarmd als een beweging die terecht een misstand aankaart en onderdeel van de oplossing ervan zal moeten zijn.

Crisismakelaar
Waar de meeste onderzoekers voor de oplossing naar de media zelf zouden kijken, zoekt Klarenbeek de antwoorden juist bij de boodschapper, de crisismakelaar. Vanuit het ‘discoursanalytische perspectief ‘ kijkt ze naar het optreden van de klokkenluider en de sociale beweging zelf, waarbij de effectiviteit wordt afgezet tegen de (blijvende) aandacht voor het gesignaleerde probleem.

Zij schets de dilema’s van de makelaars in het volgende schema:

 

discours dicteert strategie
Samenvattend stelt de onderzoekster dat een klokkenluider of een sociale beweging globaal moet werken met de door het interactionele discours gedicteerde strategieën:

1 Het aantonen van de urgentie en geldigheid van het probleem. Op het spel staat dat de crisis in aantocht als te particulier of te theoretisch wordt gepresenteerd.

2 De opbouw van de geloofwaardigheid van de boodschapper. De crisismanager loopt het risico te elitair of te emotioneel te zijn.

3 Het geloof scheppen in een oplossing. Fatalisme zonder handelingsperspectief valt snel dood in de media.

Geen balans
Sjamaar slaagt er niet in deze balans te vinden, zo toont het onderzoek aan.  Hij zet de crisis dik aan, maar krijgt hiermee het verwijt ‘emotioneel’ te zijn. Hij ironiseert zijn eigen voorbeelden, waarna kranten hem beschrijven als een cynicus met een eigen privaat probleem dat hij als rector niet onder controle krijgt. Hij maakt iedereen medeplichtig zonder een oplossing te bieden. Kranten brengen zijn signalen als een ‘hartenkreet’ en oud nieuws.

Aureool van beweging
Het echtpaar Verbrugge krijgt daarentegen het aureool te spreken namens  een breed gedragen ‘ideologische beweging’. Zij draagt weliswaar theoretische maar toch constructieve oplossingen aan. Even dreigt de vereniging het stempel van behoudzucht te krijgen, maar dat zet niet door, zo concludeert Klarenbeek.

Communicatie lessen
 Vervolgens stelt zij zich de vraag wat ‘een communicatieprofessional’ uit deze twee cases kan leren. ‘De relevantie is dat hij/zij kan leren de interactionele problemen van een crisismakelaar te herkennen en vervolgens te erkennen. Hiermee krijgt de klokkenluider de plaats in het early warning system dat er iets op til kan zijn. Hij leert met andere woorden de waarschuwing voor een nakende crisis op zijn merites te wegen, los van de soms wat stuntelige manier waarop deze wordt gebracht.

 Publiek domein
Klarenbeek definieert in haar onderzoek de communicatie professional als werkzaam binnen het publieke domein. Daarmee sluit ze de journalistiek buiten.  Tegelijkertijd meet ze het succes van de crisismakelaar af aan de hoeveelheid en aan de toonzetting van de berichtgeving door diezelfde journalistiek. Het is deze beroepsgroep die dus in eerste instantie het signaal moet oppakken, voordat de communicatieprofessional in het openbare domein er ook maar weet van heeft.

Journalistiek onderbelicht
Een hoofdstuk over de afwegingen die in deze journalistieke tussenlaag worden gemaakt ontbreekt echter in het proefschrift. Een vergelijking tussen de geldende journalistieke mores in 1998 en 2006 zou vervolgens niet misstaan hebben: misschien was het pleidooi van de rector na de dood van Fortuijn wel heel anders opgepakt dan nu is gebeurd.

Geschiedenis niet te veranderen
Wel stelt Klarenbeek zich de vraag of Sjamaar met dezelfde strategie als BON het succes van de laatste zou hebben weten te evenaren. ‘Als de rector met vanzelfsprekendheid had gesproken, had zijn boodschap dan meer effect gehad?’

Beantwoording van die vraag is volgens haar onmogelijk: daarvoor zou dit in dezelfde context van toen moeten worden bekeken, maar we kunnen de geschiedenis niet veranderen’.

 Journalistiek opzettelijk buiten focus
Het is niet per ongeluk dat de journalistiek als ontvanger van de waarschuwing buiten de focus van het onderzoek valt. Haar onderzoeksvraag is nu juist zo orgineel omdat deze inzoomt op de dillema’s van de boodschapper: hoe voorkomt deze dat  zijn woordkeus, strategie en persoonlijkheid de effectiviteit van de waarschuwing nadelig beïnvloed?

Leesbaar
Het ontbreken van een vakmatige spiegel maakt het proefschrift Crisis in aantocht! niet minder leesbaar voor journalisten. De boodschap loskoppelen van de persoon en toonzetting van de boodschapper lijkt voor elke journalist een nuttige werkwijze. Zeker als je een crisis wilt herkennen voordat er CRISIS, laat staan RAMP opstaat.

 

 

 

Auteurs