Tango of Moonwalk?

Interessant artikel in het aprilnummer van The International Journal of Press/Politics. Communicatiewetenschappers Göran Eriksson en Johan Östman onderzochten in hoeverre Zweedse media hun waakhondfunctie waarmaken. Daartoe vergeleken zij de vragen die journalisten tijdens persconferenties  van de regering stelden, met de artikelen of tv-uitzendingen die erop volgden. Hoe agressief waren de vragen, en hoe kritisch de journalistieke producten?

Het resultaat: nog geen één op de vijf vragen was agressief te noemen. De persconferenties verliepen dus doorgaans op vriendelijke en harmonieuze wijze. Daarbij moet worden aangetekend dat Eriksson en Östman bewust die conferenties van hun onderzoek uitsloten die betrekking hadden op politieke schandalen, naar eigen zeggen om vertekening te voorkomen.

Lijnrecht tegenover de ‘brave’ vragen op persconferenties staan de publicaties. Ruim twee derde van de TV-items en 90% van de krantenartikelen bevatte kritiek op degene die in persconferenties was bevraagd. In de meeste gevallen werd deze kritiek geuit door journalisten zelf – in het artikel, door de presentator of via een voice-over – en dus niet met behulp van andere opgevoerde bronnen.

De onderzoekers concluderen dat de relatie tussen politici en journalisten verschilt per fase in het ‘proces van nieuwsproductie’. In de fase van interactie – de vraag- en antwoordsessie van een persconferentie – domineert de uitwisseling of ruil. “The journalists appear to seek information more than confrontation.” En politici op hun beurt treden graag op als gezaghebbende bron. In de eindfase – de ‘constructie’ en presentatie van het nieuws – echter domineert het confrontatiemodel: de journalisten bekritiseren nu diezelfde politici die zij tijdens de persconferentie doorgaans respectvol tegemoet traden.

Eriksson en Östman bieden hiervoor een redelijk ontnuchterende verklaring. It’s the Public, Stupid! Persconferenties worden slecht bekeken, daar kun je als journalist niet ‘scoren’ in de rol van waakhond. Het nieuwsproduct – het artikel of TV-item – daarentegen is wat het publiek te zien krijgt, hierin dien je je dus alsnog als kritische en confronterende journalist te profileren. Wat de journalist heeft nagelaten tijdens de persconferentie, maakt hij of zij ‘goed’ bij publicatie.

Het doet enigszins denken aan wat in de tv-journalistiek wel eens wordt aangeduid als ‘moord aan de montagetafel’.  Eerst een braaf of zelfs kruiperig interview maken, en dan het zodanig verknippen dan wel van kritische commentaren achteraf voorzien dat de geïnterviewde zichzelf totaal niet meer terugvindt. Of althans niet op de verhoopte – en verwachte – wijze.

De metafoor van de Zweedse onderzoekers is een andere. Zij verwijzen naar Herbert Gans, die in zijn Deciding What’s News uit 1979 de relatie tussen journalisten en hun bronnen als een tango omschreef. Gans: “Although it takes two to tango, either sources or journalists can lead, but more often than not, sources do the leading.”

Volgens Eriksson & Östman wijst hun onderzoek op een ander soort dansje, een waarbij de bronnen niet langer leiden. Sterker nog: je kunt je afvragen of hier überhaupt nog samen wordt gedanst. “Expressed in terms of an extreme version of the dance metaphor, when doing their watchdog performance, journalists frequently end up dancing on their own, creating exactly those moves that make them look as good as possible.”

Al met al doet dit sterk denken aan de Moonwalk waarmee Michael Jackson zich onsterfelijk maakte, zonder dat hij daarbij ooit een partner nodig had. De vraag is wat een vergelijkbaar onderzoek in Nederland op zou leveren. De studie die onderzoekers van de verschillende Scholen voor Journalistiek vorig jaar deden naar het journalistiek-politieke onderhandelingsproces rond ‘onze’ verkiezingen wees uit dat ook hier de aanloop naar het nieuws vaak in harmonie plaatsvindt. Het wachten is op een onderzoek dat uitwijst in hoeverre er daarna toch weer vooral demonstratief alléén wordt gedanst.

 

 

Auteurs