Wat is soft news? Enkele titels

In vervolg op eerdere berichten over aspecten van de zachte journalistiek hieronder een overzicht van de belangrijkste publicaties over het verschijnsel soft news, dat wil zeggen nieuws dat niet gaat over politiek, economie en maatschappij én zich, conform het schema van Sparks, veeleer op personen dan op (publieke) zaken richt.

Soft news, zo wordt vaak gesteld, heeft een ander doel heeft dan hard nieuws: vermaak in plaats van informatie. Weliswaar is dat een aanvechtbare omschrijving (wat vermaak is voor de een, is informatie voor de ander), hij is niettemin goed om in het achterhoofd te houden.

Schema Sparks

In tegenstelling tot over zachte (lifestyle, human interest e.d.) journalistiek is over soft news veel informatie te vinden – zie het eerder gepubliceerde overzicht over de publicaties in het jaar 2014. Verwarrend is wel dat de twee (journalistiek en nieuws) steeds weer door elkaar gehaald worden terwijl het onderscheid op het eerste gezicht duidelijk lijkt. Zacht nieuws gaat immers over zaken die onbekend zijn maar volgens de boodschapper wel bekend zouden moeten zijn: nieuws dus. Zachte journalistiek omvat meer en gaat (ook) over achtergronden en ontwikkelingen. Zij is niet of minder aan de klok gebonden. Hier ligt ook precies het probleem. Zacht nieuws is immers vaak geen nieuws, het gaat over zaken die wel bekend zijn. Bovendien is het vaak niet of nauwelijks aan gebeurtenissen gebonden. In plaats van gebracht wordt het gehaald (= gemaakt). In tegenstelling tot hard nieuws mist het urgentie. Maar ja, wie bepaalt wat urgent is?

Om te weten wat soft news is of zou kunnen zijn is het om te beginnen noodzakelijk te weten wat hard nieuws ‘is’. Hierover bestaat een massa literatuur. Het klassieke uitgangspunt is het artikel van Galtung & Ruge uit 1965. In het verlengde hiervan is veel geschreven, onder meer door Tony Harcup en Deirdre O’Neill (2010). Uit deze en vergelijkbare artikelen blijkt steeds weer dat nieuws niet iets ‘is’ maar om redenen van belang, traditie, vooringenomenheid, gewin & andere subjectiviteiten zo genoemd wordt. Ook over een dergelijke ‘nieuwssociologie’ is veel geschreven. Daaronder het aloude en beroemde artikel van David Manning White over de journalist als gatekeeper en het standaardwerk van mediasocioloog Herbert Gans: Deciding what’s news. In deze traditie is er veel. Die publicaties zijn vooral van belang omdat de situatie in afgelopen decennia, eerst door de komst van de commerciële televisie, vervolgens door de wildgroei aan bladen en (gratis) kranten en tot slot door het internet volledig veranderd is. Het is niet langer een select groepje journalisten, uitgevers en maatschappelijk vooraanstaanden dat bepaalt wat nieuws is, de selectie komt ingewikkelder en zo je wilt democratischer tot stand: nieuws is wat ‘men’ zegt dat nieuws is. Hierbij hoort natuurlijk wel meteen de kernvraag: wie is die ‘men’?

Een goed uitgangspunt voor de studie naar de vraag wat soft news is, is het artikel van Carsten Reinemann en enkele anderen in 2012 publiceerden: ‘Hard and soft news: A review of concepts, operationalizations and key findings’, in:. Journalism, 13(2), 221-239. Dit artikel is online vindbaar. Goed is ook het artikel dat Pablo Boczkowski enkele jaren eerder publiceerde – eveneens over het verschil tussen hard en zacht nieuws, zij het in het bijzonder over de productie van de verschillende soorten nieuws. In zijn artikel zet Boczkowski eerst de belangrijkste onderwerpen (= verschillen) op een rijtje en komt vervolgens met de resultaten van een onderzoek naar de nieuwssite van de Argentijnse krant Clarín. Tot slot een derde artikel waarin de verschillen tussen hard en zacht goed op een rijtje worden gezet, dat van Stephen Harrington, eveneens uit 2008. Interessant hierin is het lijstje met zogenoemde ‘news binaries’ ofwel tegenstellingen tussen hard en zacht nieuws. Het past goed bij het eerder genoemde schema van Sparks.

Naamloos

Belangrijk voor het debat over zacht versus hard nieuws tot slot is te zien hoe journalisten er zelf over denken. Hierover publiceerden Fritz Plasser en Mark Deuze in 2005 en onlangs Folker Hanusch en Thomas Hanitzsch. Het artikel van laatstgenoemden gaat alleen over Australische en Duitse journalisten maar zou heel goed algemene geldigheid kunnen hebben. Want al voelen lifestylejournalisten zich net zo goed journalist als hun collega’s uit de hardere sectoren (hoor en wederhoor e.d.), zij voorzien wel in andere behoeftes. Vijf om precies te zijn:

Schermafdruk 2014-10-19 20.29.28