Schnabbelen, babbelen & onderzoeksjournalistiek

Wat kan muckraking toch mooi zijn. Je wroet als journalist een beetje in andermans verleden, en natuurlijk vind je altijd wel wat viezigheid. Dat publiceer je en binnen enkele uren is het resultaat daar. Zo onthulde Jeroen Trommelen vandaag over een hele Volkskrant-voorpagina dat juist Henk ‘Pensioen!’ Krol jarenlang pensioenpremies zou hebben ontdoken. De ochtendkrant lag nog maar nauwelijks in de bus, of Krol was al opgestapt als Kamerlid.

Soms laat succes wat langer op zich wachten. Maandag publiceerde de Volkskrant een interview met onderzoeksjournalist Marcel van Silfhout. Die beet zich het afgelopen jaar vast in een op het eerste gezicht weinig smakelijk of sexy onderwerp: voedselveiligheid. Van Silfhout onderzocht de dienst die toezicht houdt op de voedselveiligheid, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Zijn conclusie: de dienst faalt ernstig in zijn controletaak, en dat brengt de consument in gevaar.

Van Silfhouts bevindingen – die later dit jaar in boekvorm uitkomen onder de titel ‘Uitgebeend: De strijd om de voedselveiligheid’ – leidden tot een van de grootste successen die een journalist politiek gezien kan boeken, op het vertrek van een Kamerlid of bewindsman na: Kamervragen. Kamerlid Tjeerd van Dekken voelde op grond van Van Silfhouts onderzoek dinsdag staatssecretaris Dijksma aan de tand, en die zegde actie toe.

Tot zover enkele succesvolle stukjes onderzoeksjournalistiek, met – zeker in het tweede geval – een overduidelijk maatschappelijk belang. Daar kun je als verslaggever mee thuis komen. Er is echter ook een onderwerp dat door journalisten zelden of nooit onderzocht wordt: de eigen beroepsgroep. Meer in het bijzonder gaat het hier om het fenomeen van buckraking: de snelle bijverdienste die je met name als talking head op TV kunt maken via het lezingencircuit; en de belangenconflicten of regelrechte corruptie waartoe dat leiden kan.

Het gaat me hier niet in de eerste plaats om alom aanwezige bijklussers als Jan Mulder, René van der Gijp of Maarten van Rossem. Die laatste gun ik van harte zijn pensioen, de eerste twee zijn moeilijk serieus te nemen, en geen van drieën zijn het journalisten. Maar wat te denken van presentatoren, verslaggevers en populaire columnisten die optreden als mediatrainer, dagvoorzitter of key note speaker bij diezelfde organisaties die ooit in hun journalistieke werk aan bod kunnen komen, en dan meestal in minder positieve zin?

Zeventien jaar geleden al weer beschreef de Amerikaanse journalist James Fallows in zijn Breaking the News hoe buckraking werkt. Journalisten proberen – vaak via een eigen column – in talkshows te komen, als incidentele side kick of vaste gast. De TV-bekendheid leidt weer tot uitnodigingen voor het lezingencircuit, iets waar de echte TV-toppers – zoals Anchormen of sterverslaggevers – niet eens moeite voor hoeven te doen. In dat lezingencircuit tot slot is het de kunst om met zo min mogelijk moeite een paar uur voor te zitten of een en dezelfde speech eindeloos te herkauwen voor verschillende doelgroepen. En zo verdien je een centje bij…

Was het Maarten van Rossem die zei dat wat nu in Amerika gebeurt, over vijftien jaar bij ons de norm is? Dan zou je je mogen afvragen hoe het met het schnabbelen door Nederlandse journalisten is gesteld, en zeker met de grootverdieners onder hen. Paul Witteman maakte al weer negen jaar geleden bekend dat hij stopte met schnabbelen. Aanleiding was een reportage van KRO’s Reporter die onthulde welke journalisten er bijklusten. Zo bleek presentator Gijs Wanders meer te verdienen bij het UWV dan bij zijn eigen NOS.

Begin 2007 presteerde Matthijs van Nieuwkerk het om ’s middags de lancering van Windows Vista aan elkaar te praten, en diezelfde avond in De Wereld Draait Door de directeur van Microsoft’s designafdeling te interviewen. De vraag is hoe het er bijna zeven jaar verder voorstaat met buckraking onder Nederlandse journalisten. Welke collega is bereid te herhalen wat Reporter in 2004 deed?

 

 

 

 

 

Auteurs