Now We’re Talking

Goed zo, we discussiëren. En het mooie is dat de vijf reacties op mijn stuk van gisteren op JLab, ‘De journalist als lopende-bandarbeider’, een staalkaart vormen van de houdingen die je kunt aannemen tegenover de trend naar ‘content-verwerking’ in de journalistiek. Een repliek nu, maar niet voordat ik Piet Bakker bedankt heb. Hij heeft namelijk deze discussie ingezet, met zijn artikel op JLab van maandag, ‘Is de journalist een content-verwekker of een content-verwerker?’; en eerder dit jaar met een onderzoek naar vacatures op Villamedia.

Dan een reactie op de commentaren van gisteren. Nee, vroeger was niet alles beter, Jolenta Weijers. En nu of straks is ook niet per se beter dan vroeger. Maar daarover zo meer. Ik weet ook wel dat er altijd al slechte journalistiek is geweest. Of althans gemakzuchtige of minder hoogstaande verslaggeving, vaak in combinatie met het betere werk. Daarnaast kende het vak vroeger problemen die je nu nog maar zelden tegenkomt. Zo stuurden politieke zwaargewichten in tijden van Verzuiling ‘hun’ media richting partijdigheid, die voor de eigen partij wel te verstaan. Het publiek kon niet zoals tegenwoordig met dank aan internet en afstandsbediening, afstemmen op andere media of makkelijk zelf nieuws checken, hetgeen journalisten lui en arrogant maakte. Tegelijkertijd waren journalisten ‘toen’ vaker dan ‘nu’ dienstbaar op het kruiperige af richting autoriteiten.

Maar er is nu iets aan de hand met de journalistiek, en niet alleen in Nederland, wat tot een fundamentele verandering van die journalistiek leidt. En wel in de richting van een niet­-journalistiek, een teloorgaan van wat de sine qua non van het vak is: het zoeken naar waarheid door het vergaren én checken van informatie, met alle tijd en moeite die dat kost. Oorzaak: het opgeschroefde commerciële streven naar winstmaximalisatie, met alle bezuinigingen die dit streven impliceert. Dit is wat Nick Davies stelt in zijn Flat Earth News, dit is wat ik gisteren probeerde te zeggen. Dus vroeger was het niet beter: toen – in Nederland althans zodra eenmaal de ontzuiling haar werk deed – was er simpelweg vaker sprake van journalistiek.

De door Yolan Witterholt geciteerde art director van een lifestyleblad (‘Content is tegenwoordig gewoon te duur’) zegt het verkeerd en toch ook weer absoluut niet. Wat ooit ‘nieuws’ of ‘informatie’ heette en nu vaak ‘content’ wordt genoemd, is niet ineens duurder geworden. Het probleem is – daar heeft Marco van Kerkhoven in zijn reactie helemaal gelijk in – dat het tegenwoordig minder gewaardeerd wordt dan vroeger. Niet alleen de jongens en meisjes die wij in de klas treffen maar ook wijzelf zijn het normaal gaan vinden dat we niet hoeven te betalen voor nieuws. En als wij dat als consumenten ‘normaal’ vinden, wordt het makkelijker voor producenten ofwel media om er ook niet meer voor te betalen. Hetgeen betekent dat ze hun journalisten niet meer de tijd geven om naar nieuws te graven, dat ze minder journalisten in dienst nemen, of dat ze verwachten dat deze journalisten gratis werken. De realiteit is dat veel media dit alle drie doen, en stuk voor stuk is het funest voor goede journalistiek.  Laat staan allemaal samen.

Who’s to blame? Je kan inderdaad stellen, zoals Elmar Veerman doet, dat zelfs de mensen in de top van nieuwsorganisaties weinig keus hebben. Immers: enerzijds drogen de advertentie-inkomsten op, anderzijds hebben nogal wat consumenten dus geen behoefte meer om voor nieuws te betalen. Maar dan nog hoeven we niet het idee te aanvaarden dat journalistiek iets is waarmee vooral heel veel geld verdiend moet worden, of dat nu is door ‘niet te vervangen’ toppresentatoren, door de bestuurders van de nieuwsorganisaties zelf, of door roofridders als Apax.

Hetgeen ons bij de oplossingen brengt, voor beroepspraktijk en voor onderwijs. Een oplossing zou die van Veerman kunnen zijn: kiezen voor een (Nederlands) omroepmodel, met een combinatie van overheidssubsidie en publiekslidmaatschap. Dat er dan uiteindelijk minder media zullen overblijven dan we nu kennen – net zoals dit op dit moment in onze omroepwereld gebeurt – moeten we dan waarschijnlijk wel voor lief nemen. Maar wellicht is het beter om een kleiner aantal media te hebben dat wel voldoende journalisten echte journalistiek laat bedrijven, dan verder te gaan in de huidige trend van algehele anorexia.

Wat me in elk geval géén vruchtbare houding lijkt, is het aanvaarden van de huidige ontwikkelingen als ‘facts of life’. Natuurlijk hoef je er niet dezelfde oordelen op los te laten als ik – ‘normatief’ is niet per se ‘negatief’. Maar weigeren om überhaupt een moreel oordeel te vormen, loopt weg voor het feit dat de trend naar kostenbesparing, ‘gemakkelijke’ journalistiek en ‘content-verwerking’ tot diepgaande kwalitatieve veranderingen leidt in het vak. Zulke wezenlijke veranderingen vragen om morele oordelen. En zeker om oplossingen die ‘out of the box’ durven te zijn in plaats van gemakshalve te aanvaarden wat er gebeurt.

Dat is geen kwestie van ‘met de rug naar de praktijk’ gaan staan, zoals Piet Bakker stelt. Op de eerste plaats gaat het niet om de praktijk, want gelukkig zijn er nog altijd meer dan genoeg goede journalisten die de tijd nemen voor hun werk. Bovendien is het juist een kwestie van die praktijk recht in de ogen kijken, ook als het zicht niet per se vrolijk maakt.

Het resultaat kan dan in elk geval zijn dat journalisten, opleidingen en werkgevers samen creatievere oplossingen vinden waarbij het werk voor een deel ‘verwerken’ is, maar er wel tijd blijft om de deur uit te gaan, nieuws te vinden en achtergronden te belichten, ook als dat tijd kost. Dit is geen luxe, maar een absolute voorwaarde voor echte journalistiek. Volgens mij is dit ook precies wat we op de SvJ onze studenten moeten blijven meegeven. Daarbij doet het er in mijn ogen weinig toe of ze dit toepassen bij een opinieweekblad of een lifestyle-magazine, bij de TROS of bij de VPRO, bij de regionale krant of voor NU.NL. In die zin ben ik het helemaal met Marco eens: “Het is een vak en naar vakmensen is altijd vraag.” Nu nog zien of degenen die de vakmensen op dieet hebben gezet, dit ook begrijpen.

Auteurs