Noodzaak: meer cyberjournalistieke vaardigheden

Het is druk in onze telefoon: Russen, Amerikanen, Engelsen, Iraniërs en af en toe een landgenoot cirkelen rond onze data. Tenminste, dat gevoel beklijft na het lezen van Modderkolks onthullende epos over activiteiten van Nederlandse geheime diensten in cyberspace Het is oorlog, maar niemand die het ziet. Het boek toont aan dat cyberspace vraagt om cyberjournalistiek.
Onderschatting
In cyberspace laten Nederlandse geheime diensten Iraanse nucleaire aspiraties ontsporen en kijken ze mee via een gehackte webcam bij Russische cyberspionnen. Het lukt Nederland allemaal en het ongeloof spat van de pagina’s; niet omdat Modderkolk ongeloofwaardig is, maar vanwege de uitstekende dekmantel voor de AIVD en MIVD (haar militaire evenknie), namelijk hun padvinderlijke voorkomen, hun provincialisme op het wereldtoneel waar toch veel grotere machten hun conflicten digitaal beslechten. Wat kunnen die Nederlanders nu helemaal? Dat is misschien wel het knapste resultaat van onze geheim agenten: onderschatting door degene die ze toch liever buiten de deur willen houden, waaronder journalisten.
Thriller
Nederland is een belangrijke internethub. Kabels van Europa naar Amerika met terrabytes aan data komen aan onze kust aan land of vertrekken er. Als diensten willen aanhaken, dan doen ze dat in de Eemshaven of Katwijk aan Zee. En de AIVD kijkt mee. Modderkolks boek leest als een thriller (knap geschreven), maar is vooral een waarschuwing dat wij (burgers en journalisten) veel te slordig met onze data omgaan. Modderkolk is niet te beroerd om eigen stommiteiten uit te werken waardoor zijn boek ook inspireert om zelf geheime diensten te blijven volgen. Al zou ik er persoonlijk de lange adem voor missen.
Cyberjournalism
Modderkolk toont aan dat journalisten hun controlerende taak ook in cyberspace moeten oppakken. Wie dat gaat doen, doet er verstandig aan ook Journalism After Snowden. The Future of the Free Press in the Surveillance State onder redactie van Emily Bell & Taylor Owen (2017) te lezen. Cyberspace zet journalistieke wetten op zijn kop — zoals het recht (in Amerika verankerd in een uitspraak van het Hooggerechtshof) om bronnen te beschermen. Om de lastige vraag wie dan journalist is te omzeilen, werd na ‘Snowden’ door de Amerikaanse overheid geen jacht gemaakt op journalisten die de sluier van onwetendheid lichtten, maar hun bronnen. Geen president was daar doortastender in dan Barack Obama.
Professionele eisen
Dat betekent dat ook aan het journalistieke proces nieuwe eisen worden gesteld om veilig te kunnen werken. Zowel Modderkolk als Bell & Owen wijzen erop dat het nemen van noodzakelijke (technische) maatregelen niet eenvoudig is: veilig werken in cyberspace vraagt heel specifieke vaardigheden, vaardigheden die ze veelal missen, waardoor bronnen die wel weten waar ze het over hebben, journalisten liever mijden dan opzoeken: de risico’s zijn voor deze bronnen te groot, waardoor het publiek verstoken blijft van informatie die hen helpt zelf kritischer in cyberspace te opereren.
Duik erin!
De nieuwe ruimte vraagt mijn inziens dus om een nieuwe journalistiek: cyberjournalism. Daar, in het nu nog relatieve dark web waar agenten, hackers en overheden wat rondsurfen zijn nog te weinig journalisten die bijschijnen, berichten en beschouwen over wat daar gebeurt. Revoluties (Arabische Lente), roofovervallen (door banken te hacken) of de laatste rave zijn maar enkele voorbeelden van onderwerpen waarbij cyberjournalistieke vaardigheden onmisbaar zijn. Modderkolks boek over die onzichtbare oorlog leest als een klassieke, journalistieke reportage uit een geheimzinnig en donker schimmenrijk. Bell & Taylors bundel als waarschuwing voor de monsters die je ertegen kan komen. Beide vormen ze een flinke dosis inspiratie voor nieuwe verhalen. Aan de slag dus!
Literatuur

Bell, E. & Taylor, O. (2017). Journalism After Snowden. CUP.
Modderkolk, H. (2019). Het is oorlog, maar niemand die het ziet. Podium.

**

Image by Gerd Altmann from Pixabay