Media, macht & politiek: de verkiezingscampagne van 2012

“Ik kom niet!” Peter Kee, redacteur bij Pauw & Witteman, vertelt dat Hans Hille heel resoluut  antwoord gaf toen hij een keer werd gevraagd om bij Pauw & Witteman aan te schuiven. Afgelopen vrijdag was er een levendig debat tussen Peter Kee, Jan Tromp (journalist bij de Volkskrant), Hans Hille (CDA Politicus) en Kay van der Linde (spindoctor) over macht, onderhandelingen, de relatie tussen journalisten en politici en de verkiezingen van 2012.

De aanleiding was de lancering van het boek Media, macht & politiek: de verkiezingscampagne van 2012 onder redactie van Philip van Praag en Kees Brants. Ruim 30 jaar geleden begonnen ze met hun eerste boek over politieke communicatie en verkiezingscampagnes. In al die jaren beschreven ze de veranderde relatie tussen media, politiek en het publiek.

Het boek over de verkiezingen van 2012 beschrijft verschillende onderzoeken van politicologen en communicatiewetenschappers, waarin de medialogica en de machtsverhouding tussen politiek en media centraal staan. Er wordt aandacht besteed aan hoe politieke partijen en lijstrekkers campagne voeren, aan de onderhandelingen tussen politici en journalisten en hoe media (dagbladen, televisie en nieuwe media) met de campagne omgaan.

In de vorige boeken van Philip van Praag en Kees Brants onthulden de titels een nogal sombere ondertoon met de Verkoop van de politiek (1995) en Politiek en media in verwarring (2005). Dit boek eindigt positiever, met een afsluitend hoofdstuk Het pessimisme voorbij. De mate van hors-race berichtgeving, framing, popularisering, personalisering en populisme en de manier waarop partijen daarin een rol spelen is niet toegenomen tijdens de laatste verkiezingen.

Wie heeft er de macht?

Op de vraag wie er nu de macht heeft, onderscheiden Van Praag en Brants drie type macht. De aandachtsmacht, agendamacht en definitiemacht. De aandachtsmacht- of wie bepaalt welke personen en partijen bij welke media aandacht krijgen- wordt grotendeels bepaald door de media zelf. De agendamacht- of de vraag wie bepaalt waar de campagne over gaat- is vooral in handen van de politici en politieke partijen. De media volgen de agenda van de politiek. Tot slot, de definitiemacht- of de manier waarop een verhaal geframed wordt- is veelal in handen van journalisten.

Dus, wie heeft er de macht? We kunnen niet stellen dat media zich alleen laten leiden door de medialogica en minder door de inhoud. Tegelijkertijd is de Nederlandse campagne steeds verder geprofessionaliseerd en zal de ingewikkelde relatie tussen media en politiek de komende jaren alleen nog complexer worden. De vraag ‘wie heeft de macht’ is geen statische vraag, maar continu aan verandering onderhevig.

Kortom, een interessant boek om te lezen!

Onderzoekers van de vier scholen journalistiek hebben een bijdrage aan dit boek geleverd met het hoofdstuk Geven, nemen en keiharde voorwaarden: onderhandelingen tussen politici en journalisten.

 

Auteurs