Masterclass van Jutta Chorus: een portret schrijven

“Met een eigen toon heb je meer toegang tot de lezer,” zegt Jutta Chorus aan het eind van haar masterclass Het Portret. In de voorafgaande drie uur heeft ze het woord ‘toon’ niet één keer gebezigd. Toch lijkt deze zin een mooie samenvatting van wat zij heeft te zeggen.

Jutta Chorus geeft de masterclass  voor mensen die hebben geholpen bij de organisatie van de jaarlijkse conferentie van de Stichting Verhalende Journalistiek die op 16 mei wordt gehouden.

Op stiletto hakken en gekleed in een korte zwarte jurk leest Chorus, met heldere stem een passage uit haar boek ‘Beatrix’.

Proloog

In de Proloog van haar boek schrijft Jutta Chorus hoe ze als dertienjarig meisje dat net van Den Haag naar “het boerendorp” Lage Mierde in Brabant was verhuisd onder de indruk raakt van Beatrix die dan net wordt gekroond. “Een ongekende Oranjeliefde maakte zich van mij meester – die had ik niet van huis uit en zeker niet uit het dorp, waar nooit iemand de vlag uitstak.” Ze legt een plakboek aan. Bij de inhuldiging ziet ze op televisie Beatrix met Juliana op het balkon van het Paleis op de Dam staan. Ze ziet ook de rookbom en hoort het gejoel van het publiek. In haar plakboek schrijft ze bij een foto van de oude en nieuwe koningin verontwaardigd: “Hun woorden werden overstemd.” Aan het eind van de Proloog schrijft Chorus dat ze het Boek ‘Beatrix heef geschreven “niet met de onbekommerde liefde van een dertienjarige, maar met afstand, begrip, verwondering en soms met verbazing.”

Ondertussen heb je als lezer wel kennis gemaakt met dertienjarige Jutta Chorus en haar fascinatie voor een koningin die haar leven lang vecht om het onmogelijke te bewijzen: dat ze de plaats verdient die haar door het lot is toegevallen.

Vast zitten

In de masterclass vertelt Chorus dat ze op een gegeven moment vast zat met het schrijven. Het eerste hoofdstuk was te stijf. Ze moest het herschrijven. Dat lukte pas toen ze besloot vast het voorwoord te schrijven. “Door dat te doen, werd me duidelijk hoe ik zelf in mijn verhaal stond.”

In het fragment dat Chorus voorleest wordt Beatrix door toenmalig directeur van het Stedelijk museum in Amsterdam Rudi Fuchs gevraagd of ze en tentoonstelling wil organiseren over hedendaagse kunst in Nederland. Beatrix twijfelt. Als koningin mag ze geen eigen smaak tonen. Dat is precies het verwijt dat ze later bij de opening van de tentoonstelling van de Volkskrant krijgt. “Beatrix heeft geen smaak”, luidt de kop boven een recensie van Lucette ter Borg. Het is een  tentoonstelling “waarop je snakt naar een standpunt, willekeurig welk.” Beatrix is ontzet, maar brengt dat niet naar buiten.

Hoe schrijf je nou zo’n intiem portret van Beatrix zonder de koning zelf te spreken, of de archieven van het Koninklijk Huis te raadplegen?

Bronnen

Allereerst door bronnen te vinden die met je willen praten. Voor Chorus was dat in de eerste plaats “de onderkoning van Nederland”, vicepresident van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink. Chorus ziet Tjeenk Willink op een receptie, wordt aan hem voorgesteld en vertelt over haar plan om een boek over Beatrix te schrijven. Willink heeft vertrouwen in Chorus. Hij heeft haar boek In de ban van Fortuyn gelezen en vindt het een vorm van serieuze geschiedschrijving. Ook Bas de Gaay Fortman, die Beatrix in haar jonge jaren heeft gekend, is een belangrijk bron, evenals de hofdame Mient Boellaard.

Conflict

Bronnen alleen is natuurlijk niet genoeg. Je moet in een vroeg stadium het thema van je verhaal vinden. Wat drijft je hoofdpersoon? Als je een antwoord op die vraag hebt, kun je verder gaan zoeken en je materiaal ordenen. Het kan gebeuren dat je je indruk later bijstelt, maar je moet een idee hebben van het kernconflict waar je protagonist mee worstelt.

Chorus heeft dat wat Beatrix betreft gevonden in het boek dat Hella Haasse schreef ter gelegenheid van Beatrix’ 18e verjaardag, waarin Beatrix zegt: “Ik ben geboren als koningin, maar ik moet laten zien dat ik dit kan.” Daar komt bij dat Beatrix zich schaamt voor haar vader en moeder, die in haar ogen als kinderen zijn omgegaan met de aan hen opgelegde taak. Juliana door de Greet Hoffmans affaire en Bernhard door zijn hang naar avontuur.

Scenes

Je hebt je materiaal, je hebt het centrale conflict, en dan? Dan komen de scenes. Scene by scene construction, zoals Tom Wolfe het omschrijft. De scenes moeten je thema illustreren en emoties weergeven door de keuze van details. Ze moeten ook de personen in de context zetten waarin ze leven.

Om goede scenes te kunnen schrijven moet je veel en goed observeren. Met mensen meegaan. De plaatsen kennen waar ze komen. Zien hoe ze met anderen omgaan en hoe ze reageren op moeilijke situaties. En vooral: achter de schermen zoeken. Wat speelt zich af achter Beatrix’ stalen kapsel?

Chorus noemt het boek De zaak 40/61 waarvoor Harry Mulisch 80 dagen het proces tegen de SS-er Adolf Eichmann volgt. “Mulisch laat heel precies zien wat hij ziet. Hij gaat steeds meer door die man heenkijken.”

Monteren

“Je moet de scenes als in een film monteren,” zegt Chorus. Zoeken naar tegenstellingen en wisseling in perspectief. Kies je  in de ene scene voor de binnenwereld, schrijf dan de volgende scene over de buitenwereld.

Dat wordt aan het slot van de training geoefend. Ieder moest een foto meenemen waarop zij zelf stond afgebeeld in het gezin van herkomst. Daar moeten nu twee alinea’s over worden geschreven. De eerste beschrijft de foto vanuit het perspectief van een buitenstaander, de tweede vanuit je eigen perspectief.

Het werkt. Uit al die op het eerste gezicht saaie familiekiekjes komen binnen een kwartier prachtige dramatische verhalen naar voren. Jutta Chorus weet in al die verhaaltjes scherp de eigen toon aan te wijzen, maar ook de plekken waar die mist als het verhaal overgaat in algemene beschrijvingen. “In de journalistiek leer je in formules te schrijven, in de verhalende journalistiek leer je dat weer af.”