Kan het zonder wederhoor?

Ik weet het. Een kop mag niet met een vraagteken eindigen. En een artikel mag niet met ‘ik’ beginnen. Het zijn conventies. Gewoontes. Maar gewoontes veranderen.

De meest hardnekkige Nederlandse journalistieke conventie is die van hoor-en-wederhoor. Studenten journalistiek leren dat als eerste. Eindredacteuren letten er scherp op. Bij de Raad voor de Journalistiek wordt er vaak over geklaagd.

Logisch?

Maar is hoor-en-wederhoor wel zo logisch in het digitale tijdperk? Kan internetjournalistiek niet zonder?

Volkskrant.nl hoofdredacteur Laurens Verhagen (@LaurensVHG) was boos over het doorplaatsen op Joop.nl van een stuk van Peyman Jafari dat eerder op vk.nl had gestaan. Hij wilde het exclusief. Joop-hoofdredacteur Francisco van Jole (@2525) zei dat de columnist het gewoon had aangeboden. “Met de toepassing van wederhoor was dat eenvoudig te achterhalen.” Maar ook zonder hoor-en-wederhoor was dat duidelijk.

De uitdrukking “waarom geen hoor-en-wederhoor toegepast” is geen vraag maar vooral bedoeld als diskwalificatie: u bent geen echte/goede journalist.

Conversatie

Er zijn minstens drie redenen om online wederhoor grotendeels achterwege te laten:

  1. In de journalistiek gaat het om feiten en bronnen, zorg dat die in orde zijn. Wederhoor is een reactie, een mening – leuk, maar niet essentieel.
  2. Wederhoor” leidt tot vertraging en afzwakking. Bronnen reageren laat of niet, proberen de angel uit een verhaal halen en andere bronnen onder te druk zetten. Het leidt tot minder actueel en saaier (enerzijds/anderzijds) nieuws.
  3. Online zijn er genoeg opties om te reageren: comments, Twitter of Facebook, via mail, op je eigen blog. In het papieren tijdperk duurde het lang voordat je reactie geplaatst werd terwijl het helemaal niet zeker was dat die onverkort in de krant kwam.

Wederhoor zou je moeten beperken tot zaken waar de mening van een bron essentieel voor een verhaal is.

Als nieuws echt “een conversatie” is (Henk Blanken, @hbla), profiteert een stuk van reacties (dus van het ontbreken van wederhoor). Dichtbij-baas Bart Brouwers (@brewbart) suggereerde eens dat ‘onaffe’ verhalen meer reacties kregen – dus niet alles dichttimmeren.

Geen van de in dit stuk genoemde personen is om commentaar gevraagd, ze weten dat ze genoemd worden en kunnen gewoon reageren (makkelijk, onmiddellijk en ongecensureerd).

Auteurs

14 comments

  • Er lijkt een fout te zijn bij het commentaar leveren door ‘derden’ – die krijgen een ‘error’. We zijn aan het knutselen, er is een probleem met de beveiligings-captcha die we geïnstalleerd hebben. Pijnlijk na zo’n oproep….

  • Mijn weerstand zit – denk ik – in het generaliseren en in het begrip ‘weerwoord’. Ook als de feiten kloppen kan er een goede reden zijn om een reactie te vragen. De feiten kloppen,ja, Van Bijsterveld wil respect voor homoseksualiteit afdwingen door voorlichting op scholen te gaan geven. Haar weerwoord is in dit kader toch verrijkende informatie?

  • Wel verrijkend, maar niet essentieel. En vooral wanneer het om zo’n figuur gaat, betekent dat een uitstel van publicatie.

    Op papier kan je tot de deadline wahcten, online zou ik meteen publiceren, later misschien aanpassen, een update of een tweede artikel maken. Zorgen dat anderen reageren.

    Het lijtk ook nogal eens een truukje, “ter toelichting liet de afdeling voorlichting weten…”, “bij het ministerie wilde men niet reageren…” of “de burgemeester liet via een woordvoerder weten zich niet in het beeld te herkennen.”

  • De 3 redenen om geen wederhoor toe te passen zijn volgens mij nogal kort door de bocht:
    1. “In de journalistiek gaat het om feiten en bronnen” In theorie klopt dat, in de praktijk is dat nogal eens niet het geval. Daarnaast: Wederhoor levert niet alleen meningen op, maar kan de journalist ook aan nieuwe feiten en bronnen helpen.
    2. Dat wederhoor leidt tot vertraging en afzwakking is niet perse negatief. Het maakt het nieuws ook minder sensatiebelust. En hoezo is saai nieuws niet goed? En als wederhoor tot accurater nieuws leidt, is het dan niet gelijk ook actueler?
    3. Online zijn er inderdaad genoeg mogelijkheden om te reageren. Je gaat hierbij wel voorbij aan de verschillen in bereik. Een bericht op nu.nl heeft nu eenmaal een groter bereik dan een persoonlijk twitter-account.

    • @Jaap

      Mijn stelling zou zijn dat je online eerder met verhalen kan komen. Er is altijd wel een extra mening te halen. Op een gegeven moment zijn je feiten voldoende. Als er later extra informatie komt, moet je dat ruimhartig behandelen – hetzij via comments, hetzij in het stuk zelf.

      Snel is niet identiek aan sensatiebelust volgens mij. In de Volkskrant stond afgelopen zaterdag een voorbeeld (Vonk, over kinderdagverblijven) een voorbeeld van een bron die een publicatie met een maand uit wist te stellen (interview toezeggen, uitstellen en een dag vantevoren afzeggen) van effectief uitstellen. Wederhoor is niet per se accuraat.

      De beste reactie is natuurlijk onder het stuk zelf, met een verwijzing in het stuk als dat nodig is.

  • Zo opgenomen in het stukje van Piet Bakker is het net alsof ik het volledig met hem eens ben. Een beetje zoals een quootje op een boekflap werkt. Quod non. Wederhoor lijkt me nog steeds onmisbaar, ook online, als feiten niet helemaal vastliggen (amsterdamse advocaat zou de fiscus hebben getild). Wederhoor maakt de feitelijke berichtgeving dan sterker, of schopt die onderuit (wat wijlen Martin van Amerongen kapot checken zou hebben genoemd, een verhaal dat ik ooit bij hem checkte en niet waar bleek). In veel opinieverhalen latem we wederhoor al weg, denk aan recensies, voetbalverslagen, restaurantbesprekingen – en daar is niets mis mee.

    Piets punt is dat de mores verschuiven op internet, en dat dat onder meer komt doordat nieuws op internet vaker een conversatie is (waarbij meer bronnen het oorspronkelijke nieuws aankleden). in zijn meest extreme vorm leidt dat tot publish first, check later journalistiek. Het kan, maar ik zou het niet alle journalistieke media aanbevelen. Sterker nog: het kan geen kwaad als feiten ook in nieuws op internet zijn geverifieerd, wat vaak neerkomt op wederhoor.

    • @Henk

      Ik ben geen voorstander van het niet-checken van feiten, maar wel van het achterwege laten van gratuite meningen “ik herken me niet in het verhaal”, “het is een eenzijdige weergave van de feiten”.

      “Get your facts right” zou ook mijn adagium online zijn. Verhalen veranderen permanent online, bronnen vullen aan en spreken soms tegen. Het beginproduct moet feitelijk juist zijn, verwijzingen (links) naar bronnen. Het eindproduct kan een aanvulling van betrokken en andere bronnen zijn.

      Ook ben ik behoorlijk allergisch voor het argument “waarom geen wederhoor toegepast?” – in veel gevallen is dat helemaal niet nodig.

  • Interessante gedachten. Ik haak aan bij dat punt over nieuwe informatie/bronnen bij het vragen van wederhoor. Stel: een aantal mensen start een lastercampagne, die door het lijdend voorwerp (en wellicht alleen door hem) goed weerlegd kan worden. De vraag is hoeveel schade er wordt aangericht als het onjuiste verhaal wordt gepubliceerd en of die schade teniet wordt gedaan door de reactie van het lijdend voorwerp die hij enkele dagen daarna in de comments plaatst. Daarbij: Vooral als het om ernstige zaken of beschuldigingen gaat, wil je als onderzoeker niet de schijn tegen hebben en is vragen om wederhoor alleen daarom verstandig. Maar ook ik heb een hekel aan de obligate zinnetjes als ‘Die-en-die was niet bereikbaar voor commentaar’. Ik ben er nog niet over uitgedacht…

    • @Jan Kees

      Ernstige beschuldigingenn die niet aantoonbaar op feiten zijn gebaseerd zouden nooit door serieuze journalisten opgeschreven moeten worden. En als ze toch het nieuws halen, zouden serieuze journalisten de feiten achter de beschuldigingen moeten onthullen. Desnoods via een reactie van de betrokkenen, maar liever door die feiten zelf op te diepen.

      Waar ik me tegen afzet is de obligate quotjes-ophalerij bij ‘de tegenpartij’ en het laten reageren van mensen die toch al vanwege hun acties in een stuk voorkomen. Het draagt zelden wat bij.

      Het blijft ook regelmatig achterwege. Maandag had de Volkskrant een stuk over selectie bij universiteiten. Gelukkig was men niet bij de Landelijke Studenten Vakbond langs gegaan voor de overbodige tegenstem.

  • Stel nu dat je een artikel schrijft over, laten we zeggen, bonnetjes van een burgemeester (overigens ben ik geen journalist, dus de casus is volkomen fictief). Jouw bron heeft je verteld en laten zien dat hij zijn fiets, dure etentjes en andere privé overkomende uitgave heeft gedeclareerd. Je publiceert en laat de reactie van de burgemeester achterwege, want geen zin om op te wachten en zal toch wel een holle frase zijn.

    Dan reageert de burgemeester: al zijn bonnetjes worden voor het indienen gecheckt door een wethouder waaraan hij goed moet uitleggen waarom hij een uitgave zou mogen declareren, er zijn richtbedragen waarboven niet word vergoed ook al is de uitgave duurder en de accountant voert een uitgebreide controle uit en keurt de uitgaven altijd goed.

    Natuurlijk kun je dan je stuk aanpassen of een nieuw stuk schrijven met de reactie van de burgemeester. Maar hoeveel mensen hebben de beschuldigingen aan zijn adres dan al gelezen hebben zonder dat weerwoord?

    Die loze reacties zeggen mij als lezer twee dingen:
    1) je zoekt niet alleen naar feiten ondersteunen wat je al weet, maar ook naar wat dat mogelijk zou kunnen ontkrachten.
    2) degenen die beschuldigd wordt (of anderszins genoemd wordt) heeft geen duidelijke uitleg of verklaring.

    • @Daniël

      Je zegt het al in je laatste zinnen: het gaat om de feiten. Een goede journalist zorgt dat die in orde zijn. In jouw fictieve geval zou ik een zeer snelle reactie van de burgemeester willen hebben en wanneer die niet komt inderdaad publiceren als mijn zaak volledige feitelijk afgedekt zou zijn.

      Maar bij ernsitige beschuldigingen zou ik wel voor wederhoor pleiten – dat schreef ik ook.

  • Pingback: Hoor en wederhoor digitaal ter discussie

  • Nee, het kan niet zonder wederhoor. Het is aan de journalist om een evenwichtige voorstelling van zaken te geven. Ik reageer even op de drie genoemde bezwaren tegen wederhoor:
    1: “het gaat om feiten”. Juist door de feiten van één kant weer te geven kan een vertekening ontstaan die al dan niet bewust door de bron word gebracht. Het is de taak van de journalist om te voorkomen dat machtsverschillen (geld, toegang tot media) de beeldvorming van het publiek bepalen
    2: “vertraging en afzwakking”. Als het tijd kost de feiten te verzamelen en te nuanceren, kan dat een reden zijn onevenwichtige of onvolledige feiten te noemen? De journalistiek zal zichzelf geen dienst bewijzen door hierop bevestigend te antwoorden.
    3: “er zijn toch sociale media en andere kanalen”. Wanneer de journalist het wederhoor zou kunnen overlaten aan sociale media, kan dat ook met de berichtgeving. Als je denkt dat je werk een zeker professionaliteit vergt en wil je als geloofwaardig bekend staan bij je lezers: zorg dan voor evenwicht in je berichtgeving.

    Het is zeker een goede vraag om na te gaan of hoor-en-wederhoor nog wel gewenst is. Het antwoord luidt wat mij betreft volmondig JA.

  • Pingback: Journalistiek Dilemma – Wat is de toekomstige rol van de sociale media en het internet in de tijdschriftjournalistiek? | Gezocht: journalist!