Journalistiek tussen alu-hoedje en wetenschap (Corona en journalistiek #18)

Zolang er geen vaccin gevonden wordt, hebben we alleen ons (gezond) verstand om COVID-19 te beheersen. Daarom om de dag een post met links en kanttekeningen over het raakvlak tussen virus en journalistiek. Aflevering 18, 17 april 2020 

Terwijl politici langzamerhand de duimschroeven worden aangedraaid en de journalistiek voorop staat in het afnemen van hun verantwoordelijkheid over gemaakte keuzes in de bestrijding van corona, blijft de wetenschap vooralsnog buiten schot. Als journalistiek de taak heeft om macht te controleren, dan is het nu zaak om ook experts ter verantwoording te roepen: veel dichter zitten die niet bij het vuur of aan de knoppen van ons leven. En daar zit een kneep.

Andre Hazes

Het blijkt bijzonder lastig om autoriteit te bevragen. Ik onderscheidde de afgelopen weken grofweg drie journalistieke stijlen in de omgang met wetenschap: een interview wordt al snel een pijnlijk gesprek waarin een onwennige wetenschapper wordt gegrild over een semantische onhandigheid of onduidelijkheid alsof-ie Hazes is die vreemd ging (waarom geen mondkapjes?); experts worden geen strobreed in de weg gelegd en de journalist ‘vertaalt’ in (bijna dezelfde woorden) wat de expert te melden heeft (meneer Van Dissel legt ons uit); of er is onverholen aanbidding en blind vertrouwen in wetenschappelijk onderzoek of vinding die vervolgens wordt ingezet om anderen de les te lezen (een beademingsapparaat … dat kunnen studenten zelfs bouwen!).

(On)zekerheid

Het is slechts een grove observatie, vaststaat dat experts en journalisten een problematische verhouding met elkaar hebben. Een prachtige getuigenis van hun botsende ontologie is Merchants of Doubt waarin Naomi Oreskes & Erik Conway reconstrueren hoe ‘wetenschap’ en ‘journalistiek’ (juist: beide tussen aanhalingstekens) berichtten over de schadelijkheid van roken voor onze gezondheid. Sleutelwoorden: (on)zekerheid.

Zolang niet met honderd procent zekerheid kon worden vastgesteld dat tussen roken en longkanker sprake was van causaliteit, waren journalisten moreel (en in Amerika ook wettelijk) verplicht ook de ‘andere’ kant te vertellen — dat er mensen waren die paffend honderd werden. En zo hield de tabaksindustrie deze valse balans tussen feit en fictie in stand. De wetenschap (vet en zonder aanhalingstekens) wist beter. De industrie inmiddels ook: zij hebben hun verantwoordelijkheid afgekocht.

Hun ongekende fantasie zou knap te noemen zijn, ware het niet dat door aangestoken zendmasten mensen 112 niet kunnen bereiken als ze de hulp heel hard nodig hebben en, zo bezien, 5G inderdaad dodelijk kan zijn.

Omdat (reguliere) journalistiek en wetenschap zo ver uit elkaar liggen wat betreft hun waarheidsclaims, ontstaat ruimte en ruis op de lijn die door allerhande particulier initiatief wordt weggenomen. Zo zijn er gekkies (objectief bedoeld, luister zelf maar wat ze te zeggen hebben) die corona aan 5G koppelen en onderzoekers verantwoordelijk houden voor onze massala onkunde en onwetendheid. Hun ongekende fantasie zou knap te noemen zijn, ware het niet dat door aangestoken zendmasten mensen 112 niet kunnen bereiken als ze de hulp heel hard nodig hebben en, zo bezien, 5G inderdaad dodelijk kan zijn. “Zie je wel! Zendmasten met 5G leiden tot een premature dood!”

Retorica van een alu-hoedje

Nu zijn mythen en hoaxes van alle tijden. Peter Burger (Universiteit Leiden) wijdt er een fascinerend blog aan. Wat mythen, hoaxes en wetenschap nu zo complex maakt is, is dat in alle gevallen de waarheidsclaim kan overtuigen. Dus verzanden journalisten al snel in de vraag wie er nu gelijk heeft: de expert of de twijfelzaaier? Burger schrijft in zijn proefschrift Monsterlijke verhalen over een shift in de studies naar volksverhalen en folklore — van waarheid (klopt dit) naar de maatschappelijke context van het vertellen (retorica). Hij past dat toe op pogingen van believers en debunkers elkaar te overtuigen van monsterlijke (misdaad) verhalen. Interessant is om dat ook toe te passen op de journalistieke benadering van wetenschap en alu-hoedjes.

Een voorbeeld van zo’n vertelling over een claim is een reconstructie van de Britse Guardian hoe een middel tegen malaria — hydroxychloroquine — presidentiële status verwierf. Julia Carrie Wong dook in het verhaal waar niet de waarheid een doorslaggevende rol speelde (die is er namelijk (nog) niet), maar de kracht van argumenten (logos), de autoriteiten (soms tussen aanhalingstekens) (ethos) en hoogoplopende angst tegen een onbehandelbaar virus (pathos).

Versterking

Alledrie versterkten elkaar waardoor een een slordige, niet peer reviewed experiment in Zuid-Frankrijk kon uitgroeien tot het advies van ‘s werelds slimste apotheker Donald Trump. Probleem: onderweg was de waarheid al meerdere keren gesneuveld. Belangrijk besef: overtuiging heeft die waarheid niet altijd nodig. En daar zit de maatschappelijke context van een gegeven of, zo u wilt, een feit. En ook daar mag de wetenschap best over worden ondervraagd — niet alleen over de vondst, ontdekking of analyse, ook over de de betekenis en waarde ervan. En misschien gewoon wat vaker over de methode. Echt, dat snappen we best. <

Auteurs