Journalistiek als echoput en opleuker

Je kan zeggen over Rob Wijnberg wat je wilt, maar zijn PR is dik in orde. Zijn nieuwe platform is nog niet in de lucht maar geen talkshow, geen website en geen discussie over journalistiek zonder het orakel van Winschoten.

Als de vitaliteit van de journalistiek afgemeten zou worden aan de hoeveelheid discussies over het vak, is er niks aan de hand, dan gaat het zelfs geweldig. Maar helaas is dat niet het geval. Het gaat niet goed met de journalistiek. Er wordt geklaagd, gejammerd en met tanden geknarst.

De Nieuwsfabriek

Onder andere door Wijnberg die in zijn laatste boek, De Nieuwsfabriek, ten strijde trekt tegen “oppervlakkigheid en vluchtigheid” (p. 14). Wijnberg is niet de enige die z’n bedenkingen heeft. Eerder streden Geert Mak en Peter Vandermeersch over de kwaliteit van de NRC-journalistiek. Nico Haasbroek en zijn opvolger Hans Laroes publiceerden boeken waarbij ze de journalistiek kritisch de maat namen (zie discussie op De Nieuwe Reporter) terwijl ook de lezer zich niet onbetuigd laat – in de Volkskrant moest ombudsvrouw Margreet Vermeulen zich onlangs buigen over beschuldigingen van permanente opleuking van het nieuws.

Er worden vaak twee (verwante) problemen genoemd waar de journalistiek onder zou leiden. Ten eerste: het lijkt allemaal erg op elkaar (dezelfde onderwerpen, benaderingen, gasten, BNers, meningen) wat Wijnberg tot de metafoor van De Nieuwsfabriek brengt. Journalistiek als echoput, maar Wijnberg verwacht van de journalistiek “iets nieuws” (p. 37).

Ten tweede: het is allemaal zo oppervlakkig, zo leuk, zo snel, zo kort en zo licht. Nieuws moet boeien, en dat gebeurt vooral door leuk te zijn, of door ergens een leuke gast (tafelheer) aan toe te voegen.

Dat is eigenlijk allemaal waar. Maar het is ook niet waar.

Fanatieke mediagebruikers

Nieuws lijkt inderdaad erg op ander nieuws. Journalisten zijn ontzettende fanatieke mediagebruikers. Ze hebben ANP-alerts op hun mobiel, op de redactie staat teletekst altijd aan, ze lezen 7 kranten en missen nooit een journaal-uitzending. Hun referentiekader wordt gevormd door andere media, en dat is te merken in hun nieuwskeuze.

En het moet erg vaak leuk, kort, snel, grappig, afwisselend, opmerkelijk, jong, vrolijk, leuk en leuker. Kijk naar DWDD, Boulevard, NOSop3, dagblad-magazines, rubrieken als opmerkelijk en achterklap.

Dat klopt dus maar klopt ook niet.

Raf & Silvie

Er is wel meer leuke en luchtige journalistiek, en de nieuwsagenda van verschillende media vertoont grote overeenkomsten, maar dat is vooral het gevolg van de toename en grotere diversiteit van het nieuws zelf. Er is namelijk ook meer serieus nieuws, meer analyses, meer cultuur, meer buitenland, en meer achtergrond. Relatief gezien heeft het ouderwetse nieuws een veer gelaten, maar absoluut is het geenszins marginaal.

Vroeger hadden Raf & Silvie het Journaal nooit gehaald, nu wel, maar er zijn nu veel meer journaals met veel meer items, terwijl dat allemaal ook nog eens online te volgen is.

Het neemt allemaal niet weg dat je  serieus na moet denken over de rol, plek en taakuitoefening van de journalistiek, maar dat we in de eindtijd zijn aangekomen, gaat echt te ver.

 

Auteurs