Jong Talent: Merlijn Ensing

JONG TALENT: Iedere maandag een nieuw portret van een oud-student aan de School voor Journalistiek. Waar zijn deze journalisten beland? Waar valt nog een slag te slaan in hun vakgebied? En welke handvatten hebben zij meegekregen tijdens hun studie in Utrecht?

MERLIJN ENSING.

Hij weet als geen ander zijn gasten te verleiden om zijn of haar verhaal te doen. Zijn interviewtechnieken kwamen goed van pas voor bladen als LINDA. en de Nieuwe Revu. Merlijn Ensing heeft van de allergrootste interviewers geleerd om een verhaal goed te verpakken en zit nu als eindredacteur bij de Online-redactie van de NOS. Ik zoek hem op in een collegezaal in Utrecht.

Merlijn Ensing door fotograaf Coen van den Braber

Toen ik de brief opende met daarin de toelating voor de school, was ik zó blij dat ik ineens wist: ik wil journalist worden

Waarom ben je journalistiek gaan studeren?

‘Ik schreef columns op Hyves over mijn werk met emoticons erdoorheen. Dat waren enorme lappen tekst die eigenlijk alleen voor mijn vrienden bedoeld waren, maar ik had al snel door hoe leuk het was om te schrijven. Als de respect-knop veel werd ingedrukt, haalde ik daar veel voldoening uit. Mijn baas zei een keer dat hij vond dat ik een gouden pennetje had. Leuk om te horen, maar achteraf gezien was dat wel erg veel eer voor alle spel- en d/t-fouten die ik maakte. Het balletje is toen wel gaan rollen en uiteindelijk zat ik in een enorme hal, tussen allemaal mensen die toegelaten wilden worden op de School voor Journalistiek. Toen ik de brief opende met daarin de toelating voor de school, was ik zó blij dat ik ineens wist: ik wil journalist worden.’

 

Dus jij was niet een journalist die als kind zijnde al wist dat je journalist wilde worden?

‘Nee, absoluut niet. Ik was negentien jaar en wist echt niet of ik de commerciële kant op wilde of de journalistieke wereld in wilde stappen. Maar na zeven weken kreeg ik de les interviewen van Frénk van der Linden. Ik koos niet voor m’n buurvrouw of een goede vriend om te interviewen, maar had Frénk van der Linden een keer aan het werk gezien als dagvoorzitter. Hij belde me op en zei: je mag me interviewen onder de voorwaarde dat je dat stuk dan verkoopt. Ik was net begonnen, dus dat werd een lastige opgave. Het gesprek met Frénk van der Linden op het Centraal Station van Amsterdam heb ik uiteindelijk niet verkocht. Jammer genoeg. Ik heb overal zitten leuren, zelfs bij media die ik nu niet hoog heb zitten.’

 

Dus je vond interviewen helemaal het einde?
‘Ja, ik las allerlei interviewboeken en bekeek fragmenten terug van goede vragenstellers. Ik had er een paar dromen erbij: ik wilde bij de Nieuwe Revu ooit een groot interview maken en voor het magazine van de Volkskrant werken. Ik wist dat ik interviewer wilde worden: ik wil gewoon vragen stellen, veel leren van de ander over het leven en praktische zaken en wilde vraagtechnieken uitproberen. In mijn studententijd ben ik er ook achter gekomen hoe lastig het is om een rode draad van iemands levensverhaal in een stukkie van 250 woorden te vatten.

Soms moet je ook je bek houden en iemand na laten denken. En luister ook goed naar wat iemand niet zegt

Denk je dat je door hele kleine vragen te stellen, beter achter het antwoord komt dan dat je meteen een hele directe vraag stelt?

‘Ja, vaak is dat wel zo. Kleine vragen en kleine antwoorden leiden tot grote antwoorden, zei Corine Koole een keer toen ik haar interviewde. Daar ben ik het wel mee eens. Als je hele grote dingen wilt weten, beland je al snel in de clichés. Je ziet dat de hersenen bezig zijn om zaken omhoog te halen. Soms moet je ook je bek houden en iemand na laten denken. Luister ook goed naar wat iemand niet zegt. Als iemand nadenkt, kun je aan diegene gewoon vragen waar hij/zij aan denkt.’

 

Is het soms lastig om met de kwetsbaarheid van je gasten om te gaan?

‘Nee, helemaal niet. Ik vind het juist mooi, ook niet ongemakkelijk, als mensen mij verhalen vertellen die ze tegen niemand anders vertellen. Een truc die Ischa Meijer gebruikte, is dat je bij de geïnterviewde die je vragen stelt, eerst veel over jezelf vertelt, zodat diegene zich op zijn/haar gemak voelt. Uiteindelijk cijfer je jezelf weg en laat je de ander helemaal leeglopen. Dat wordt dan een persoonlijk verhaal. Het is mijn punt altijd geweest om de quotes van de personen nog mooier te verwoorden. Het wordt uiteindelijk iemands levensverhaal.’

Voor het Volkskrant Magazine heb ik emotionele onderwerpen behandeld en daar hebben mensen gehuild toen ze hun portret lazen

Je moet bij een interview op zoek gaan naar een rode draad.

‘Voor het Volkskrant Magazine heb ik emotionele onderwerpen behandeld en daar hebben mensen gehuild toen ze hun portret lazen. Dat is het mooiste compliment wat je dan kunt krijgen. Als je bij een hard nieuwsverhaal van de geïnterviewde te horen krijgt dat het goed gegaan is, kun je zeggen dat je misschien niet kritisch genoeg was. Maar bij een persoonlijk verhaal is dat anders. Iemand moet zich open durven te stellen en ik bied dan ook vaak de ruimte voor mensen als ze achteraf iets willen wijzigen.’

 

Als ik interviews van jou teruglees, zijn ze bijna allemaal in full quote geschreven. Is dat jouw schrijfstijl geworden?

‘Ja, omdat je dan als interviewer ondergeschikt bent. Bij persoonlijke verhalen vind ik dat erg belangrijk, omdat je anders te sturend bent. Soms laat ik mijn vragen er wel in bij bepaalde rubrieken die in een vraag-antwoord-vorm zijn geschreven, omdat je dan de dynamiek naar voren laat komen. Een gesprek kan dan kantelen en je kunt de vertwijfeling dan goed opschrijven, zoals de ‘uhtjes’ en de ‘ahjtes’. Die worsteling van iemand kun je goed terugzien.’

 

Ik hoor in alles wat je zegt een perfectionist in jou.

‘Dat voel ik ook. Als je niet probeert het verschil te maken, haak ik snel af. Je wilt knallen. Altijd. Een goede werksfeer, maar wel met een juiste focus. Je hoeft je niet altijd over de kop te werken, maar het kan altijd beter en mooier. Benoem ook wat goed gaat, maar probeer vervolgens een stap verder te zetten. Zeker in de online journalistiek kun je best trots zijn op iets wat je nu hebt, maar je moet ook direct weer kijken hoe het de volgende keer beter kan.’

 

NIEUWE REVU

Bij de Nieuwe Revu zette je bekende Nederlanders te kakken door messcherpe vragen te stellen. Paste die rubriek wel bij jou?

‘Ja, ik vind het leuk als mensen op de proef worden gesteld. Bij de één waren de vragen wat gemener dan bij de ander. De bekende mensen zijn ook wel wat gewend. Als je ze voorbereid op de vragen die komen gaan, kunnen ze veel hebben. Het was een bijzondere periode, omdat ik alles heb leren vragen aan iedereen. Het was een leuke wisselwerking tussen mij als plagende interviewer en de bekende Nederlanders.’

Merlijn Ensing door fotograaf Coen van den Braber

Ik sprak met een ex-tbs’er af in een lunchzaak in Utrecht

LINDA.

Voor het magazine LINDA. interviewde je ex-tbs’ers. Hoe kwam je met deze mensen in contact?

‘Een heel bijzonder project en direct ook mijn eerste klus voor dat magazine heb ik samen met Lisanne van Sadelhoff uitgevoerd. Het heeft heel lang geduurd voordat het verhaal rond was qua foto’s, verhalen en de publicatie. Ik sprak met een ex-tbs’er af in een lunchzaak in Utrecht. Door zijn verhaal aan te horen, heb ik nu meer begrip gekregen voor de situatie van de tbs’ers: hoe moeilijk het is om weer te integreren, je raakt je vrienden kwijt en hoe je vervolgens je leven weer moet opbouwen.’

 

Hoe kwam je bij dit verhaal over ex-tbs’ers?

‘Ik mocht op bezoek komen in een tbs-kliniek voor een ander journalistiek verhaal en kwam daar een ex-tbs’er tegen. Daar is dit heel bijzondere project uitgekomen.’

 

NOS

Je werkt nu als eindredacteur bij de Online-redactie van de NOS. Wat is jouw ultieme doel daar?

‘De NOS kijkt weleens hoe redacties het in het buitenland doen. Een doel van mij is om de beste van de wereld te worden met deze nieuwsorganisatie. De NOS is het grootste mediamerk van Nederland en dus moet je altijd kijken wat beter kan. Ons doel is om heel Nederland van nieuws te voorzien.’

Ik zoek nog steeds de grens op

Ik heb nu zelf ruim drie maanden bij de NOS stage gelopen en er wordt flink gediscussieerd. Hoort dat bij jouw vak als journalist: veel discussiëren over ethische onderwerpen?

‘Ja, ik ken geen enkele andere journalistieke redactie waar meer wordt gediscussieerd over ethische onderwerpen dan bij de NOS. Ik ben van ethiek gaan houden. Op de SvJ dacht ik doe niet zo laf, stop eens met al die discussies en doe gewoon. Maar bij de NOS leer ik van ethiek te houden. Ik zoek nog steeds de grens op.

 

Je wilde heel erg graag interviewer worden, hebt dat ook vaak in je carrière gedaan, maar je bent je nu vooral gaan focussen op de online journalistiek. Pik je ooit je interviewdroombaan weer op?

‘Bij de NOS maakte ik de tweede verhalen bij het nieuws: experts en ooggetuigen bellen, portretten maken, nieuws duiden, correspondenten bellen. Heel veel bellen en artikelen bekijken. Nu als eindredacteur kijk ik wat er binnenkomt en wat de redacteuren produceren en probeer vooral originele invalshoeken bij het nieuws of nieuwe online vertelvormen te bedenken. Dat is wat anders dan de face-to-face-gesprekken, maar de bagage als interviewer neem ik wel mee bij de NOS. En ik heb veel geïnterviewd, maar tegenwoordig ben ik dus vooral een online journalist. Dat is wie ik ben geworden. Dat betekent originele vertelvormen bedenken, mensen meenemen in het verhaal en ze zolang mogelijk laten hangen in het verhaal. Hier bij de NOS zit ik echt op mijn plek en ben ik nog lang niet weg.’

Een reactie