Jong Talent: Annemarie de Wit

JONG TALENT: Iedere maandagavond een nieuw portret van een oud-student aan de School voor Journalistiek. Waar zijn deze journalisten beland? Waar valt nog een slag te slaan in hun vakgebied? En welke handvatten hebben zij meegekregen tijdens hun studie in Utrecht?

ANNEMARIE DE WIT.

Als redacteur bij Man Bijt Hond werkte ze voor de welbekende rubriek de Babbelbox. Ze maakte een televisiedocumentaire over de Turks-Nederlandse journaliste Füsun Erdogan. Tegenwoordig is Annemarie producer bij het ochtendprogramma van Radio M Utrecht. Ik zoek haar op in de studio.

Annemarie de Wit door fotograaf Coen van den Braber

Iedere ochtend om vijf uur beginnen? Op dat moment moest ik wel even slikken, want ik ben eigenlijk een avondmens

We zitten nu bij RTV Utrecht. Je werkt voor een ochtendprogramma. Hoe laat gaat jouw wekker?
“Mijn wekker gaat om kwart voor vier ’s ochtends en ik ga er om vier uur uit. Lekker vroeg! Toen mijn leidinggevende me voor dit werk vroeg, zei hij: je moet trouwens wel om vijf uur ’s ochtends beginnen… Op dat moment moest ik wel even slikken, want ik ben eigenlijk een avondmens. Maar het vroege opstaan went en werken voor een ochtendprogramma is zo leuk!

 

Je maakt voor een middagprogramma de rubriek ‘Het Gesprek van de Dag’, waarin je mensen op straat naar hun mening vraagt over allerlei onderwerpen. Dat is ook de kritiek die er op de journalistiek de laatste tijd is: de ‘gewone man’ komt te weinig aan bod. Is dit een manier om hen meer aan bod te laten komen?

“Het is zeker goed om ook de mensen die niet vaak aan het woord komen, hun zegje te laten doen. Ik hoop ook dat het mensen aan het denken zet, wanneer ze verschillende meningen horen. Bovendien is het natuurlijk ook gewoon leuk om je buurman of een andere bekende op de radio voorbij te horen komen.”

Toen dacht ik: dit is wat ik wil, overal mogen binnenkijken

SVJ

In 2010 studeerde je aan de School voor Journalistiek. Waarom deze studie?

“Het zit in me om over alles iets te willen weten, ik ben geïnteresseerd in heel veel onderwerpen. Ik begon aan de studie journalistiek te denken, toen ik in de vierde klas van het vwo met een groepje een documentaire maakte over orgaandonatie. Ik mocht toen een man interviewen die een donornier had gekregen van een overleden jongen, een bijzonder verhaal. Mijn medescholieren vonden het maar niks om te interviewen, maar ik had er juist plezier in. Voor mijn profielwerkstuk over tbs ben ik in een tbs-kliniek geweest. Ik wilde zélf zien hoe het er daar aan toe ging. Toen dacht ik: dit is wat ik wil, overal mogen binnenkijken.”

 

Je hebt ook het LeF-Bonusprogramma gepresenteerd. Wie heeft jou geïnspireerd?
“Een hoogtepunt was onze eerste gast, Jeroen Wollaars van de NOS. Hij zit nu in Duitsland, maar was toen nog binnenlandverslaggever. Precies het weekend vóór ons interview pleegde Anders Breivik een aanslag in Noorwegen. Prompt was de correspondent daar op vakantie en moest Jeroen erheen. Zo’n gebeurtenis blijft je natuurlijk altijd bij. Buiten dat het natuurlijk verschrikkelijk is wat er daar is gebeurd, was het voor ons als studenten journalistiek wel heel bijzonder om Jeroens verhaal te horen.”

 

TRALIES ZONDER EINDE

Voor CampusDoc maakte je de televisiedocumentaire Tralies zonder Einde. Ik heb de documentaire gezien en het beeld komt heel erg sterk naar voren dat je je leven als journalist in Turkije niet zeker kunt zijn. Klopt dat?
“Het leven kan je in ieder geval heel moeilijk worden gemaakt. Onze documentaire ging over de Turks-Nederlandse journaliste Füsun Erdogan. Ze had een eigen radiostation dat regelmatig uit de lucht werd gehaald, nadat ze kritiek had geleverd op de Turkse premier Erdogan. Uiteindelijk heeft ze jarenlang vastgezeten. Het is slecht gesteld met de persvrijheid in Turkije. Als je als journalist in Turkije kritiek op Erdogan hebt, word je in de gaten gehouden. En dat is zacht uitgedrukt.”

 

Was het niet ingewikkeld om hier dan binnen een aantal maanden een documentaire over te maken?
“Jazeker. Je moet ook niet denken dat je binnen tien weken de hele situatie van de persvrijheid van Turkije in kaart kunt brengen. We hebben zo veel mogelijk betrokken mensen hier en in Turkijke gesproken om een beeld te krijgen. In de documentaire gaat het vooral om het verhaal van Füsun tegenover het verhaal van de regering.”

 

Uiteindelijk is de documentaire bij NPO Doc uitgezonden. Hoe kreeg je dat voor elkaar?
“De documentaire werd bij een festival vertoond en daar zat iemand van het VPRO-programma De Makers van Morgen in de zaal. Die was onder de indruk van het verhaal en wilde de documentaire graag programmeren. Het was voor ons als jonge makers een mooi podium, en we hebben positieve reacties gekregen van kijkers!”

Annemarie de Wit door fotograaf Coen van den Braber

BRONX EN BRNO

Tijdens je projectredactie ging je ook naar New York met onder anderen John Driedonks. Wat is je van die reis bijgebleven?

“We gingen naar de filmschool Hunter College en naar een universitaire journalistieke opleiding. Vooral de docenten zijn me bijgebleven. Zij lopen voorop in hun vakgebied; dat maakt hen inspirerend. Ze weten bijvoorbeeld veel over Digital Storytelling, een gave manier om verhalen te vertellen. Eén les kan ik me nog goed herinneren. We kregen allemaal hetzelfde ruwe materiaal en moesten daar een filmscène van monteren. De één moest zorgen dat persoon A er het beste uit kwam, terwijl de ander het zó moest monteren dat persoon B aardiger overkwam. Dan zie je pas hoeveel een montage kan doen!”

Samen met een mede-student maakte ik een portret over een gewelddadige man: had altijd een mes bij zich en deinsde er niet voor terug hier en daar een klap uit te delen.

In New York sprak je ook een oud-bendeleider van de beruchte Savage Skulls…

“Samen met een mede-student maakte ik een portret over hem. Het was een gewelddadige man: had altijd een mes bij zich en deinsde er niet voor terug hier en daar een klap uit te delen. Maar hij was veranderd en wilde zijn verhaal met ons delen om het goede voorbeeld te geven aan de jeugd in de Bronx.”

Hoe was het om met zo’n iemand te spreken in de Bronx?

“Heel gaaf! De Bronx kende ik vooral als een beruchte wijk uit films. Het is apart om er vervolgens zelf rond te lopen. En bendes hebben toch een bepaalde aantrekkingskracht door de geheimzinnigheid die eromheen hangt. Het is een heel andere wereld.”

 

Het oud-bendelid moest zelfs even een traantje laten op beeld…

“Klopt, dat vond ik heel bijzonder, omdat je toch wel een stoere man uit de Bronx voor je hebt zitten. Het gebeurde op het moment dat ik vroeg naar het keerpunt in zijn leven. Hij vertelde dat dat was toen hij voor moest komen in de rechtbank, zich omkeerde en zijn moeder zag huilen. Dat deed hem heel veel. Dat zijn de verhalen waar ik van hou, de persoonlijke verhalen waarin mensen iets van zichzelf laten zien.”

Draagt u wel handschoenen? En kijkt er wel eens een buurman over de schutting? vroeg ik aan hem

MAN BIJT HOND

In 2015 liep je bij Man Bijt Hond stage, helaas is het programma er niet meer…

“Ja, heel jammer! Het is zonde dat het van de buis is gehaald. Bij Man bijt hond zat ik helemaal op mijn plek. Ik deed redactie en maakte regelmatig de Babbelbox. Als redacteur bij Man Bijt Hond heb je een prachtige baan: je moet alles van iemand te weten komen, voordat de cameraploeg langsgaat. Van zijn ontbijt tot hobby’s, vriendenkring, alles. Zo heb ik een keer een reportage voorbereid over een man die graag naakt tuiniert. Draagt u wel handschoenen? En kijkt er wel eens een buurman over de schutting? Dat soort vragen stel je dan. Je hebt dan soms wel een voorgesprek van een uur met zo’n persoon. Of twee. Of drie.”

 

En de stem en tevens de samensteller van Man Bijt Hond was natuurlijk haast een instituut geworden. Iedere kijker herkende meteen zijn stem.

“Ja, dat is Michael Abspoel, een geweldige voice over. Hij zet de teksten heerlijk dik aan met zijn stem als hij inspreekt.”

 

RTV UTRECHT

Annemarie de Wit door fotograaf Coen van den Braber

Bij Bureau Hengeveld wilden we een mix van bij wijze van spreken een overval en een winkeldiefstal

Je deed je stage in 2013 en 2014 bij RTV Utrecht. Wat waren jouw taken?

“Bij RTV Utrecht krijg je als stagiair eerst twee weken een camjo-cursus en vervolgens ga je zo’n beetje iedere dag op pad om een item te maken. Rond 9 uur kom je binnen. Dan ga je onderwerpen zoeken, afspraken maken, voorbereiden en de deur uit. Filmen, monteren, alles doe je zelf. Dat vond ik zo gaaf. Je voelt je direct een tv-maker. Ik heb tijdens mijn stage ook voor Bureau Hengeveld gewerkt, het regionale opsporingsprogramma. Dat was ook erg leuk, vooral omdat je maar met een klein team werkt en dus veel kunt doen.”

 

Hoe gaat dat?  

“De politie komt iedere week met een map vol zaken en we beslissen vervolgens samen welke in de uitzending komen: je wilt een mix van bij wijze van spreken een overval en een winkeldiefstal.”

 

En als er geen winkeldiefstal was, dan zorgden jullie daar wel voor (haha).

“Dat zou wat zijn (haha)! Het is nu eenmaal niet spannend om naar een uitzending te kijken met alleen maar winkeldiefstallen. Maar het programma doet er wel echt toe. Bureau Hengeveld helpt om zaken op te lossen. Je zit in de provincie en mensen worden daardoor vrij snel herkend.”

 

Klopt het dan ook dat je bij een regionale omroep als stagiair veel meer mag doen dan bij een landelijke stage?

“Het is zeker zo dat je bij een regionale omroep veel mag doen. Bij een landelijke omroep zal je echt niet elke dag op pad mogen als verslaggever, hier bij RTV Utrecht wel. Maar bij mijn stage bij Editie NL mocht ik als stagiaire wel bijna elke dag een item voorbereiden, dus ook daar mocht ik veel doen. Het verschilt denk ik per programma. Het ligt ook aan jezelf: als je zelf met ideeën komt en je best doet, mag je veel doen.”

 

Je begon hier als stagiaire, nu heb je een vaste baan. Je bent bevlogen en enthousiast. Je zit hier echt op je plek hè?

“Producer bij een ochtendprogramma, dat is gewoon een hele mooie baan. We werken met een klein team en je bent de eerste die het nieuws brengt in de ochtend. En in de middag vind ik het ook heerlijk om de straat op te gaan om radio te maken. De tijd vliegt voorbij op mijn werk. Fantastisch, toch?!”

Auteurs