Immersive in het verleden

Dit is een artikel in het serietje 25 jaar digitale transitie in de journalistiek. Dit artikel gaat over een fenomeen dat een van de refreinen van die 25 jaar lijkt te zijn: dat vernieuwingen, afgezien van de technologische kant, grotendeels een herhaling van zetten zijn. Dit keer: immersieve- ofwel belevenisjournalistiek.


Onlangs publiceerde de Amerikaanse mediahistoricus Will Mari in de fraaie Routledge-serie over disruptions in de huidige (digitale) journalistiek een interessant boekje over het effect van oudere technologieën op het vak. Dit boekje was niet Mari’s eerste publicatie in deze richting. Eerder al schreef hij onder meer over het effect van de telefoon en de autoradio terwijl over dat van radio, tv en andere technologieën door anderen langzamerhand een bibliotheek vol geschreven is. De centrale gedachte achter deze bibliotheek is dat technologische vernieuwingen ongekende veranderingen met zich meebrengen. Dat is verre van opzienbarend. De belangrijkste kanttekening  hierbij betreft het zogenoemd technologisch determinisme ofwel de gedachte dat veranderingen eerst en vooral door technologie in de hand worden gewerkt. Daar voelen wetenschappers en journalisten zich vaak toch wat ongemakkelijk bij: alsof cultuur bepaald wordt door uiterlijke factoren en voortschrijdend inzicht, intellectuele vooruitgang en andere innerlijkheden er niet of nauwelijks toe doen. Dat kan en mag niet zo zijn.

Immersieve journalistiek

Het is een discussie waar je nooit uitkomt. Tegelijkertijd lijkt het aanneembaar dat de meeste (journalistieke) vernieuwingen vooral vanuit een technologisch perspectief nieuw maar wat betreft inzicht, wens en problematiek toch eerder een herhaling van zetten zijn. Zie bijvoorbeeld de op dit moment alomtegenwoordige wens ‘immersieve journalistiek’ te bedrijven dan wel de lezer, kijker of luisteraar ‘onder te dompelen’ in een verhaal. Het is een oeroud, steeds terugkerend verlangen dat vooral vanwege de technologie op dit moment nieuwe mogelijkheden kent. Of is dat te hard gesteld?

Een prachtig voorbeeld van belevenisjournalistiek – al is het begrip journalistiek een beetje raar, aan de andere kant, dat was wel Het Nieuws van die tijd – zijn de ontelbare pogingen van middeleeuwse en vroegmoderne priesters, vertellers en kunstenaars om het lijdensverhaal zo te verbeelden dat de gelovige het als het ware aan den lijve ervoer. Hiertoe werden allerlei ‘immersieve’ technieken aangewend zoals het gebruik van echt haar, was om tranen te simuleren maar vooral afschrikwekkende gelaatstrekken, dieptreurige gezichten, vreselijke wonden. Bedoeling was dat je voelde wat Jezus gevoeld had en Maria voelde toen ze haar zoon zag lijden. Herbeleving via onderdompeling.

Op zijn laatst vanaf de achttiende eeuw bood de techniek nieuwe mogelijkheden hiertoe. Een fraai voorbeeld is de zogenoemde toverlantaarn, een voorloper van de diaprojector. Een verbetering daarvan was de Fantasmagorie, een combinatie van verschillende toverlantaarns met, bijvoorbeeld, de uitstoot van rook en het gebruik van halfdoorzichtige schermen. Een en ander maakte dat de kijker, idealiter, meer werd dan dat: hij ervoer. Een plaatje van een performance van de Belgische ‘tovenaar’ Étienne-Gaspar Robert laat nog het beste zien wat gebeurde dan wel de bedoeling was. Aan de reactie van het publiek te zien, slaagde de opzet.
Vanaf dat moment, begin negentiende eeuw, werden immersieve technieken steeds beter en ook steeds vaker toegepast. Steeds meer werd mogelijk, met de huidige hoogstandjes als resultaat.

‘Verstehen’

Toch is dit slechts de helft  en in dit verband niet de meest interessante helft van het verhaal. Interessanter zijn alle bespiegelingen van filosofen, literatoren, kunstenaars en anderen over de behoefte aan, ja zelfs noodzaak tot onderdompeling. Alleen via zo’n methode zou het mogelijk zijn een situatie, gebeurtenis of persoon daadwerkelijk ‘te begrijpen’, verstehen zoals dat vroeger met een Duits woord het liefst genoemd wordt. Een van de meest beroemde uitspraken in dit verband komt van de Italiaanse filosoof Benedetto Croce, uit zijn precies honderd jaar oude Teoria e Storia della Storiografia (p. 119). Hij luidt:

‘wil je de ware geschiedenis van een Liguriër of Siciliaan uit het Neolithicum begrijpen? Probeer dan zo’n Liguriër of Siciliaan te worden. Wil je de ware geschiedenis van een grassprietje begrijpen? Probeer dan zo’n grassprietje te worden.’

Hermeneutisch heet de methode die Croce met deze uitspraak aanduidt. Hij is ouder dan de weg naar Rome en dan ook genoemd naar Hermes, de boodschapper der goden (‘hoe versta je de juiste boodschap?). Aanvankelijk werd deze methode vooral toegepast op teksten, op het woord van god of een literaire tekst. Je kon zo’n tekst immers alleen begrijpen als je jezelf ‘verliet’ en helemaal in zo’n tekst ‘op ging’. Immersie dus.

Hermeneutische methode

De grote populariteit van de hermeneutische methode op het Europese vasteland, nu ongeveer een eeuw geleden, was grotendeels het gevolg van een kritiek op het positivisme ofwel van de gedachte dat een tekst, situatie of persoon het beste begrepen kon worden aan de hand van objectieve, externe factoren – een voor iedereen toegankelijke en volstrekt transparante systematiek bijvoorbeeld. Volgens de grootste theoreticus van de hermeneutische of verstehende methode, Wilhelm Dilthey (1833-1911), was zo’n ‘objectieve’  aanpak een illusie. Elke positivistische methode bleef noodzakelijkerwijs aan de buitenkant en was nooit in staat tot een fenomeen door te dringen. Daartoe moest de lezer, historicus, onderzoeker, journalist proberen zijn vooringenomenheden los te laten en helemaal in een situatie opgaan. Niet objectiviteit maar een extreme vorm van subjectiviteit, ‘inleving’, was vereist.

De kritiek op de hermeneutiek ligt voor de hand: zij is gebaseerd op een onmogelijkheid. Tegelijkertijd is het niet moeilijk te erkennen dat de gebruikelijke en in de wetenschap nog altijd dominante ‘positivistische’ methode vaak meer zegt over zichzelf en/of de onderzoeker dan over het bestudeerde onderwerp. Het verklaart dat de twee methodes elkaar in het debat steeds weer afwisselen. Met de huidige aandacht voor immersie ligt de klemtoon weer even bij de hermeneutiek. Maar of dat nu zo vernieuwend is…

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *