I-D, tijdschrift, zachte journalistiek

Tegen alle regels. Moderne tijdschriftjournalistiek volgens i-D

VICE kent iedereen ondertussen wel. Een fascinerend bedrijf dat prachtige spullen maakt. Veel minder bekend, althans in Nederland, is het Engelse tijdschrift i-D dat sinds 2012 deel uitmaakt van Vice Media. Dat verbond mag niet verbazen: VICE en i-D hebben zowel op papier als online veel van elkaar weg. Het meest kenmerkende van beide bladen/bedrijven: ze trekken zich van conventies niets aan. Dat scoort – blijkbaar.

stylesight-id9-e1386083558473i-D bestaat al lang, sinds 1980, en begon als een op het eerste gezicht knullig ondergrondblaadje. Bedenker was ontwerper Terry Jones, tot dat moment werkzaam bij Vogue. Jones wilde een nieuw soort mode(blad), niet gericht op de chique fashion maar op straatstijl en jeugdcultuur. Dat lukte. Er was behoefte aan. En de stijl sloeg aan. Vandaar dat i-D in de loop van jaren uitgroeide tot een spraakmakende glossy, aanvankelijk vooral op papier, later ook online.

Een van de meest opmerkelijke dingen aan i-D (maar eigenlijk ook aan VICE) is de radicale keuze voor een kijk- in plaats van leescultuur. Meer dan een modeblad is i-D een fotoblad en tal van spraakmakende fotografen begonnen daar ook hun carrière. Het is een veelzeggende ontwikkeling en verklaart voor een groot deel ook, denk ik, het succes van het blad.

Er heeft in de afgelopen decennia immers zoiets als een pictorial turn plaatsgevonden – het besef dat beelden zowel in de werking van de menselijke geest als bij de grip op de werkelijkheid, zowel voor het begrijpend subject als bij het begrip van het object dus, leidend zijn geworden en dat de journalistiek daarop moet inspelen. De wereld nadert in beelden, de wereld is beeld. Of zoals het Bredase Museum of The Image (MOTI) zegt: ‘beelden zijn de nieuwe woorden.’

Schermafbeelding 2016-03-03 om 07.19.12

In ieder geval lijkt dat te gelden voor de generaties waarop VICE en i-D zich richten, de millennials en wellicht nog jongeren. Hun wereld bestaat inderdaad voor een zeer groot deel uit beelden. i-D speelt daarop in. Neem alleen al het winternummer van 2015, het laatste nummer dus, met op de cover Adele in een houding die kenmerkend is voor de meeste i-D-covers: de afgebeelde persoon knipoogt (wat ongeveer ook het effect is van de letters i-D). Van de maar liefst 226 pagina’s bestaat het overgrote deel uit foto’s. Ik heb niet precies geteld maar tekst beslaat niet meer dan zo’n 10%. Dat is nog stappen verder dan andere moderne bladen die veelal richting 70:30 (beeld-tekst) neigen.

Veel beeld dus. Maar dat niet alleen. Van al dat beeld is een groot deel ook ‘raar’, dat wil zeggen doorbreekt alle regels (als die nog bestaan) van de klassieke (mode)fotografie. De ene keer worden mode en soft porno door elkaar gehaald, een volgende keer wordt het hoofd van het model afgesneden, dan zie je van het model alleen een hoofd, heel vaak lopen mode en kunst door elkaar en zie je bijvoorbeeld een foto, een spread zelfs, waar eigenlijk niets op te zien is.

Ook herinnert het blad van nu regelmatig aan het blad van weleer toen de fotografie vooral bestond uit slordige jongeren, in zwart-wit afgebeeld tegen een vuile stadsmuur. Mode? Ja zegt i-D, dat is de mode van onze wereld. Het effect van een en ander is steeds hetzelfde: hè? Ofwel: verbazing, irritatie, bewondering.

Er zijn minstens nog twee aspecten die in i-D opvallen. Een daarvan is de radicale en door geen moraal verontruste versmelting van commercie en ‘journalistiek’ – als dat het juiste woord is. i-D staat bom- en bomvol reclame maar het is vaak niet te zien wat reclame is en wat redactioneel. Eigenlijk zegt i-D met zoveel woorden dat het onderscheid tussen de twee achterhaald is: alles is reclame, niets is reclame. Het gezeur van journalisten over waardenvrij enzovoort is van een andere planeet.

En dan zijn er i-D’s teksten. In veel gevallen worden die gebracht als plaatjes, onder de impliciete boodschap (zo lijkt het) dat je maar moeite moet doen als je zin hebt om te lezen. Zo staan de teksten vaak dwars over de pagina, tegen de vouw. Je moet het blad eerst draaien en dan echt je best doen om de tekst te lezen. Dit laatste is nog sterker het geval op de weinige tekstpagina’s die i-D brengt. De tekst loopt daar meestal over de hele pagina zodat de regels veel te lang worden en het oog zich onherroepelijk verliest. i-D trekt zich er niets van aan.

Maar i-D is niet zomaar een fascinerend blad. Het is ook een succes en verkoopt zo’n 90.000 exemplaren. Dat is voor een blad van 6 pond of 14 dollar een flink bedrag. Toch is dat nog altijd niet het meest opmerkelijke. Dat is dat i-D een toon lijkt te zetten. Om het voor de goede verstaander te zeggen: i-D gaat nog drie stappen verder dan LINDA. Én het staat model voor een hele generatie nieuwe tijdschriften, de zogenoemde Indies of Independent Magazines. Ook zij trekken zich van alle normen en regels waaronder gedoe met ijkpersonen, doelgroepen, cover- een leeswetten niets aan. Aldus krijgen we een kijkje in de toekomst, denk ik.

stylesight-id2-e1386083070606