Honderd Dagen Burgemeester: dat smaakt naar meer

De indrukken na de eerste honderd dagen in het Raadhuis van Hilversum

 

Het waren honderd fantastische dagen.  Dat zeg ik zonder enige schroom of aarzeling. Ik vermaak me prima in Hilversum, hoewel ik nog regelmatig verdwaal of hopeloos vastzit in het verkeer.

Ik ga elke dag fluitend naar mijn werk. Als ik het Raadhuis zie, word ik blij van binnen. Wie ben ik dat ik in zo’n prachtig gebouw mag werken; elke dag en met nog zo’n tweeduizend in het verschiet…

‘Het zal wel tegenvallen, je zult wel spijt hebben, dit is toch een heel ander leven dan je gewend was.’ Zo word ik vaak tegemoet getreden door vrienden en onbekenden. Alleen dat laatste is waar; het is een heel ander leven. Ik ben in feite een geheel nieuw leven begonnen. Maar spijt heb ik niet en het valt al helemaal niet tegen.

Dat komt ook omdat ik fantastisch ben opgevangen. Velen hebben zich ingespannen – en nog – om het snel naar mijn zin te maken en dat is gelukt.  Natuurlijk verwonder ik me elke dag over het groot aantal procedures dat moet worden doorlopen en over de gebrekkige regie om grote projecten snel en slagvaardig door de linies te leiden.  Maar ik ben ook blij verrast door de grote mate van vakmanschap zowel bij het bestuur (de wethouders) als de ambtenaren. En de enorme betrokkenheid en gedrevenheid bij de raadsleden en de griffie. De persoonlijke gesprekken met ieder van hen hebben mij ervan overtuigd dat Hilversum de komende jaren steviger op de kaart komt te staan.  Zij en wij van het college hebben er zin in onze toekomst verder vorm en inhoud te geven.

Hilversum, als mediastad, maar ook als muziekstad en als stad van moderne architectuur. De structuurvisie 2030 wordt een belangwekkend document waarin we tot scherpe keuzes moeten komen. Ik ervaar dat project – mede geïnspireerd door de nieuwe stadsbouwmeester – als een welkome zoektocht naar onze ziel en identiteit de komende dertig jaar.

In  de afgelopen drie/vier maanden heb ik ruim zestig ontmoetingen, werkbezoeken aan wijken, openingen en (verjaardag)speeches gehouden.  Tijdens die openbare sessies werd mij duidelijk hoe zeer de inwoners van Hilversum aandacht vanuit het Raadhuis op prijs stellen.  Mensen gaven me zonder uitzondering het gevoel dat de nieuwe burgemeester welkom is.

Dat geldt niet alleen voor Hilversum, maar ook voor de regio, voor Gooi en Vechtstreek.  De komende jaren worden cruciaal voor onze regio; hoe gaan we gezamenlijk om met verkeer en vervoer, hoe regelen we de zorg en hoe houden we onze unieke natuur (heide en bos) in stand? Iedereen is er van overtuigd dat dat een gezamenlijke opdracht is, maar of dat ook lukt hangt af van de wijze waarop we die intensieve samenwerking organiseren. Daarin krijgt Hilversum, als centrumgemeente van ’t Gooi, een belangrijke rol. Die druk voel ik als kersverse burgemeester maar al te goed.

De urgentie van samen werken aan een ambitieuze regionale agenda neemt toe nu er stevig moet worden bezuinigd. In Hilversum moeten we de komende periode afscheid nemen van bijna honderd ambtenaren. Dat doet pijn en we proberen die pijn zo veel mogelijk te verzachten. Maar afslanken moet. Des te belangrijker om ook nieuwe vergezichten te schetsen en nieuwe kansen te scheppen.

Het is uitermate motiverend om de komende jaren te werken aan de uitbouw van het mediapark in de mediavalley of aan de nieuwbouw van het ziekenhuis in het zorgpark Monnikenberg of aan de herontwikkeling van Hilversum Oost met Sint Anna’s Hoeve als moderne pilot van duurzaam wonen of aan de herontwikkeling van Langgewenst met een prachtige nieuwe bioscoop. Een ambitieus programma, zeker, maar ook een programma dat Hilversum zelfbewuster maakt.

Een andere prioriteit is om Hilversum als kennisstad te promoten. Jonge mensen die hier willen werken en studeren (meer HBO-instellingen zijn welkom) en wonen; daardoor wordt Hilversum weer een vitale stad met een jong gezicht. De vergrijzing is een serieus probleem dat we niet mogen negeren.

Ik hanteer nogal een losse bestuursstijl; niet te formeel, recht op het doel af. Voor sommigen is dat wennen. Zo moet ik nog steeds wennen aan een leeg Raadhuis om kwart over vijf.  Juist dan ben ik gewend nog even de puntjes op de i te zetten voor de dag (de krant) van morgen. Een organisatie zonder deadline is wezenlijk anders geprogrammeerd dan een krantenorganisatie, waar ik meer dan dertig jaar heb gewerkt. Ik weet echter dat er ook in deze organisatie mensen ´s avonds voor de gemeente in de weer zijn. Zoals bij de vele informatie- en bewonersavonden. Laten we afspreken dat ik mijn blik van buiten blijf koesteren – ten faveure van Hilversum en omstreken.

Maar ik ben ook van handhaven en geen gezeur. Overlast in het centrum door jongeren of ouderen wordt  hard aangepakt. Drugsdealers worden uit onze woonwijken verjaagd. Hilversum mag best een vrijplaats zijn, maar wel met respect voor elkaar en voor degenen die de stad leefbaar willen houden.

Kort en goed, ik ben een tevreden mens. In het besef dat ik nog geen tegenslag heb gehad en dat na de witte broodsweken het echte werk nog moet komen en de raad mijn nieren nog gaat proeven. Maar ik heb er zin in en zal me blijven inzetten – met een zeker ongeduld – voor een veilige, economisch gezonde en duurzame toekomst voor alle inwoners van Hilversum.

Pieter Broertjes

25 oktober 2011

Auteurs