Het vak journalist verdwijnt helemaal niet – de mythe van het delen

Delen is de nieuwe mediareligie. Content is niet langer king. Sharing is sexy.

Kijk naar Buzzfeed. Hun succes danken ze aan share en niet aan search. Kijk naar Twitter: altijd als eerste door het delen. Kijk naar Facebook: deel je vakantiefoto’s, deel je relatieproblemen, deel je aambeien.

Vanmiddag had de MediaWerkGroep (MWG) – branchevereniging van en voor mensen in de commerciële communicatie – het over “Het evangelie van het delen”.

Dagvoorzitter was BNR-nieuwslezer Rens de Jong. Dol op delen:

“Ik geloof niet meer in grote mediatitels. (…) Door de democratisering van het kanaal zul je veel meer mensen zien (content creators) die op veel verschillende platformen hun boodschap kwijtkunnen. Het vak journalist verdwijnt.”

rensBriljant! Rens deelt zelf ook vanallles: “ik deel vaak mijn treincoupé, ik leen spullen uit met peerby, ik deel mijn problemen met Twitter.”

De denkfout van de grote verdelers is dat ze over het hoofd zien dat dingen eerst gemaakt moeten worden voordat je ze kan delen. Nieuws bestaat niet uit de problemen van Rens, niet uit de vakantiefoto’s van de buren of de aambeien van je tante.

Echt nieuws wordt meestal gemaakt door journalisten.

Robert Picard schreef op zijn blog een stuk over twee soorten journalistiek: service-journalistiek (doorgevers, copy-paste-artiesten, aggregators en curators) en de maak-journalistiek. De laatste soort zijn de uitzoek-journalisten en de onderzoeksjournalisten: de makers. Alleen nieuws dat eerst gemaakt is kan je delen.

Delen is geen creëren. Crap wordt geen goud als het wordt gedeeld. En gedeelde crap is dubbele crap.

 

Auteurs

Een reactie

  • Ik ben geen journalist. Wel rijg ik letters tot woorden en zinnen. Daarmee verwoord, verbeeld ik míjn zienswijzen. Dat doe ik ook als ik voor een nieuwswebsite verslag doe van een (Leidse) gebeurtenis of van een vraaggesprek. Plots verandert dan m’n status; in wat?!

    Voor zover ik kan zien, lopen er een paar draden door elkaar. Delen kun je inderdaad alleen deelbáre zaken, iets wat er ís. De foto – en de tekst – die vroeger fysiek van hand tot hand gingen, is vervangen door het doorgeven van een kopie: identiek en oneindig herhaalbaar. Delen is in essentie niet anders dan het gedeelde krantenabonnement in tijden van crisis.

    Los daarvan staat de kwaliteitsdiscussie. Die is veel belangrijker. In een wereld waarin velen veel kunnen delen, zál veel worden gedeeld. Met gevoel voor dramatiek: de fysieke wereld kopieert zichzelf in een digitale. Ook daar zul je je weg moeten vinden in de brij.

    Die gidsfunctie is altijd al vervuld; door buurtgenoten, vrienden, collega’s, én journalisten. Die laatste als groep die kon bestáán van dat verwoorden en verbeelden. Daarvoor waren ze wel afhankelijk van een verdelingsmachanisme: de krant, de omroep. Het is uiteindelijk ook dat medium wat bepaalt wat goede journalistiek is. Dat is zeker niet overal de inhoudelijke kwaliteit, maar de zwam Winst.

    Delen en produceren zijn nu een stuk eenvoudiger geworden. Dat zegt inderdaad niets over kwaliteit; noch naar de ene noch naar de andere kant. Zowel voor de ‘amateur’ als de ‘professional’ biedt het kansen en bedreigingen. De ellende is wel dat die eerste, vanuit een achtergestelde startpositie,
    vooral kansen ervaart en de tweede vooral de bedreigingen, vanwege het wegvallend monopolie op distributie.

    Inderdaad, ‘delen’ als zodanig is niet het wondermiddel; net zo min als dat professionele journalisten ‘echt nieuws’ maken. Dat is een andere selectie, gemaakt vanuit een opvatting wat ‘nieuws’ ís. Voor journalisten is de ellende dat die opvátting nu onder druk staat.