Gelul. Een verwaarloosd journalistiek genre

Een paar dagen geleden verscheen in een satirische sportrubriek in de Volkskrant een stukje onder de titel ‘Sportgelul ontwricht samenleving in 2016’. In dit stukje werd de wildgroei aan sportieve lulprogramma’s geconstateerd en werd voorspeld dat 2016 wat dat betreft het recordjaar 2014, met WK en Winterspelen, vermoedelijk ver zal overtreffen. Satirisch bedoeld? Vast. Maar onwaar? Nee. Het kan niemand ontgaan zijn dat het aantal ‘sportieve lulprogramma’s’ in afgelopen jaren exponentieel is toegenomen. Televisiekijkend kan je haast niet anders dan erop stuiten. Meestal blijf je een paar minuten hangen, om vervolgens tot de conclusie te komen dat… Inderdaad: gelul.

Een dergelijke conclusie geldt niet alleen veel sportprogramma’s. Wat te denken van politiek, vox pops, deskundigen, celebrities. Regelmatig kan je je niet de indruk onttrekken dat er in de media meer geluld wordt dan gepraat, meer verhuld dan onthuld. En dan noem ik nog niet eens de onvoorstelbare lulgroei op het internet en in de sociale media. Wat een lullokakofonie!

Hoewel gelul vermoedelijk meer mediaruimte inneemt dan zinpraat, is er opmerkelijk weinig analytische belangstelling voor. De reden hiervoor is eenvoudig: onderzoekers zijn intellectuelen en geïnteresseerd in intellectuele zaken. Dergelijke zaken onderzoeken ze, niet het gelul. Dat zou de moeite van de aandacht niet waard zijn. Het is toch gelul?

Een misverstand zoals Harry Frankfurt (On Bullshit, 1986/2005) en enkele andere onderzoekers (Max Black, Wim Peeters) in een recent verleden hebben laten zien. Gelul en zijn varianten zijn niet alleen een veel voorkomend maar ook een belangrijk maatschappelijk en journalistiek thema. Je moet er alleen anders naar kijken dan naar de meer gebruikelijke thema’s.

Schermafdruk 2016-01-04 09.30.14

Maar om te beginnen de vraag wat gelul is en waarin het zich onderscheidt van zinpraat. Vanzelfsprekend zijn er ideologische verschillen, Trump en Clinton noemen elkaars woorden gelul, maar dat is iets anders. Nee gelul is echt gelul.Frankfurt zegt het zo:

‘Als we gepraat karakteriseren als gebakken lucht bedoelen we dat wat uit de mond van de spreker komt niet meer is dan dat. Het zijn holle frasen. Wat hij zegt is leeg, zonder substantie of inhoud. Zijn taalgebruik draagt bijgevolg niet bij tot het doel dat het geacht wordt te dienen. Er wordt niet meer informatie overgebracht dan wanneer de spreker alleen maar had uitgeademd.’

Gelul is dus niet waar of onwaar. Je kunt het er ook niet mee eens of oneens zijn. Het is gewoon. Gelul bestaat uit een willekeurige aaneenrijging van 26 letters die vanwege de vertrouwdheid van zowel de spreker als de luisteraar met de gebruikte lettercombinaties (lees: woorden) op z’n best de illusie geeft dat hier een poging tot mededeling wordt gedaan. Maar in veel gevallen is zelfs die illusie er niet. De een praat omdat hij praten wil, de ander luistert omdat hij niets beters te doen heeft. Gelul als l’art pour l’art.

Gelul en ijdelheid zijn goede vrienden. Mensen lullen niet omdat ze iets maar omdat ze zichzelf te melden hebben. Kijk mij ‘s, luister mij ‘s. Dat is in feite wat de luller zegt maar omdat dit erg doorzichtig en behoorlijk onnozel is, doet hij iets anders: hij lult zaken.

Hoewel er weinig onderzoek is verricht naar gelul, is er veel gedaan aan verwante onderwerpen als roddel en gerucht. Niettemin zijn er grote verschillen, om te beginnen met gerucht. Een gerucht kan namelijk op een gegeven moment wel degelijk als waar of onwaar gekwalificeerd worden. Zie bijvoorbeeld de dissertatie van Loe de Jong over de zogenoemde Duitse Vijfde Colonne in de Tweede Wereldoorlog – het verhaal dat de in Nederland wonende Duitsers hun landgenoten zouden helpen en de Nederlandse defensie een dolkstoot in de rug zouden geven. De Jong toonde aan dat een dergelijke colonne nooit bestaan heeft. Broodje aap. Gelul maar van een ander soort, niet echt gelul dus.

Germany_Sindelfingen_GossipsMet roddel ligt het ingewikkelder. Om te beginnen is roddel in die zin anders dat zij altijd over mensen gaat, niet over zaken. Gelul daarentegen gaat veelal juist wel over zaken. Maar er is ook overeenkomst. Vooral uit antropologisch onderzoek weten we dat het ook bij roddel uiteindelijk niet om de besproken maar om de sprekende persoon of personen gaat. Degene die beroddeld wordt is middel, net als bij gelul is het de roddelaars om zichzelf te doen. Met hun geklets creëren ze een sociale band, een wij-gevoel.

Het zou me niet verbazen als de verklaring voor de huidige wildgroei aan lulprogramma’s in laatste instantie in eenzelfde richting gezocht moet worden. De meeste sociale verbanden zijn in de afgelopen decennia gedesintegreerd. Ieder staat voor zich en er is ook geen god meer die voor allen staat. Toch koesteren we graag de illusie dat we nog iets gezamenlijks hebben. Vandaar het gelul. Het gaat niet om wat er gezegd wordt, het gaat erom dat er iets gezegd wordt: gezichten en geluiden aan de dagelijkse mediatafel als maatschappelijk houvast.

Kortom een lulvol 2016 gewenst.

images