Paul Mijksenaar, brein achter de bewegwijzering van Schiphol, en winnaar van de Piet Zwart prijs voor design 2015, zou het liefst zelf een vliegveld ontwerpen om passagiers op een vanzelfsprekende manier op hun plaats van bestemming te krijgen. “Met bewegwijzering alleen kom je er niet. Het gebouw zelf moet ook logische informatiestructuur hebben,” zegt hij op de Dutch Masters sessie van 26 oktober in Pakhuis de Zwijger. Hij laat een eigen schets zien van het ideale vliegveld ( figuur 1)

Je ziet waar je moet zijn (je vliegtuig), hoe je daar komt en wat je onderweg kunt verwachten. Het komt er dan zo uit te zien (figuur 2).

Underground
Indachtig deze regel, dat het plaatje je moet brengen waar je wezen wil, keken Mijksenaars studenten naar de kaart van de Londense ondergrondse. “Dat kan beter,” dachten ze. Op grond van deze kaart zou je zomaar een rit van drie kwartier kunnen maken tussen stations die lopend nog geen tien minuten van elkaar liggen. Door de werkelijke afstand tussen de stations te laten zien help je de reiziger eerder op zijn bestemming te komen. “Wat we gedaan hebben, is onder- en bovenwereld met elkaar verbinden in een kaart,” zegt Mijksenaar ( figuur 3). De werkelijke afstand tussen de stations in het centrum in een topografische kaart en de lijnen naar de buitenwijken in een schematische kaart.

De oplossing is tekenend voor Mijksenaars opvatting van samenhang bij informatie visualisaties. Niet de stijl, maar het gebruik bepaalt de eenheid. Daarin onderscheidt zich de kunstenaar van de ambachtsman. Een onderscheid dat Mijksenaar aan het eind van de bijeenkomst nog eens als volgt verwoordt: een kunstenaar staat op omdat hij moet werken Ik sta op als de telefoon gaat.



