De retorische wending in de journalistiek

Stel: we onderzoeken niet hoe feitelijk nieuws is (dat laten we gedurende deze post over aan de vele factcheckers), maar hoe feiten tot stand komen en worden ondermijnd. Wat zouden we daar in vredesnaam mee opschieten? Twee dingen: Alternatieven voor nieuws en inzicht in de ondermijning van feiten. 

Het zal sommige lezers pijn doen (of ergernis wekken) dat ik de journalistiek niet beschouw als het probleemloos doorgegeven van de realiteit, maar als een retorische situatie (een doelbewuste poging om publiek ervan te overtuigen de juiste versie van de realiteit voorgeschoteld te krijgen). Er zijn gelukkig argumenten voor de stelling dat journalisten minimaal twee dingen tegelijkertijd doen: getuigen en overtuigen.

Retorische situatie

Het liveblog is zo’n retorische situatie bij uitstek waar journalisten ge- en overtuigen. Het is een net zo populair als problematisch journalistiek genre en wordt steeds vaker ingezet (en gewaardeerd) bij sportwedstrijden, rechtszaken, rampspoed (terroristische aanslagen of natuurrampen) en politieke evenementen (campagnes en debatten). Daarbij is weinig tijd om informatie te checken of verifiëren; wat leidt tot een verschuiving in journalistieke waarden, van first be right, then be first naar never wrong for long. En dat staat haaks op het ethische kompas van de journalistiek.

In die weerbarstige praktijk zijn feiten niet altijd direct herkenbaar, noch liggen  eenvoudig voor het oprapen – en als ze er zijn, dan worden ze niet altijd direct opgemerkt

Als journalistiek een beroep is van verificatie en haar primaire taak het brengen van de waarheid is, zoals Kovachs en Rosenstiel beweren, hoe staat onmiddellijke (live) verslaggeving dan in verhouding tot waarheid en feitelijkheid? Als alle feiten voor het oprapen zouden liggen en zonder probleem herkenbaar voor de dienstdoende redacteur, is er niks aan de hand. Maar die redenering loopt spaak op de weerbarstige praktijk waar feiten niet altijd zo snel herkenbaar zijn of zo eenvoudig voor het oprapen liggen en, als ze er wel zijn, niet altijd direct worden opgemerkt.

Onder onmiddellijke omstandigheden is weinig tijd om te checken en verifiëren. Er is wel tijd om te laten zien hoe en waar aan informatie is gekomen en af te gaan op anderen (bronnen) die journalisten vertrouwen en daarmee ook de informatie die ze delen. Journalisten managen hun verantwoordelijkheid voor wat gezegd is door te citeren of parafraseren en er zo afstand van te doen of ons toe-eigenen; er zijn talloze manieren waarop journalisten overtuigend onzekerheid kunnen (re)presenteren (welke oplossingen dat zijn, is onderdeel van mijn onderzoek en vormt ons curriculum op de SvJ). Pogingen om met die onzekerheid om te gaan, kunnen worden gelezen als argumenten in een voortdurende strijd om geloofwaardigheid.

Zo bezien is een feitelijke weergave ook een poging van journalisten het publiek te overtuigen. So what?, hoor ik u denken. Nou, veel!

Dat is op zichzelf geen schokkend nieuws van een zure onderzoeker. Ettema & Glaser beschreven in hun Custodiens of conscience: investigative journalism and public virtue (1998) al dat journalisten-van-het-dagelijks-nieuws gebruik maakten van pre-justified claims. Daarmee formuleerden ze een onderscheid tussen dagelijkse verslaggeving en onderzoeksjournalistiek. Verslaggevers gebruiken voor hun informatie veelal betrouwbare (formele en officiële) bronnen wiens informatie wordt vertrouwd en door tijdgebrek, nauwelijks of niet wordt gecheckt (lees in dit kader eens Nick Davies’ Flat Earth News). Onderzoeksjournalisten wantrouwen die claims, verslaggevers hebben niet de tijd noch de uxe deze te wantrouwen.

Zo bezien is een feitelijke weergave ook een poging van journalisten het publiek te overtuigen. So what?, hoor ik u denken. Nou, veel! Een retorische kritiek van nieuws levert minimaal twee dingen op: alternatieve lezingen van een gebeurtenis en inzicht in pogingen nieuws te ondermijnen.

Er staat dus heel wat op het spel om die beeldvorming te kunnen winnen (zeker in tijden van crisis)

Eerst de alternatieven: om namelijk aan te tonen waarom sommige benaderingen van de realiteit wel, maar andere versies niet overtuigen, moet een retorische analyse niet alleen het gepresenteerde nieuws, maar ook denkbare alternatieven in de analyse opnemen. Andere stemmen dus, nieuwe invalshoeken, wellicht een ander genre. Een retorische analyse ‘kantelt’ het nieuws betrekt steeds de context bij het oordeel.

Ten tweede biedt journalistiek-als-retorische-situatie de mogelijkheid om te onderzoeken hoe journalistieke claims over de realiteit worden ondermijnd. Potter (2005) maakt daarvoor een onderscheid tussen offensieve en defensieve retorica, waarbij ondermijnend een retorica is die alternatieve lezingen van de realiteit uitsluit en defensief een retorica is die ondermijning weet te voorkomen.

Dagelijks zien we de strijd om het nieuws voor onze ogen plaatsvinden, waarbij interpretaties en versies ons om te oren vliegen. Het is de strijd om beeldvorming waarbij sommige beelden domineren en anderen niet. We zijn geneigd om de dominante beelden en lezingen te onthouden en alternatieve verklaringen te vergeten. Er staat dus heel wat op het spel om die beeldvorming te kunnen winnen (zeker in tijden van crisis). Door journalistiek als een retorische situatie te beschouwen, kunnen we achterhalen wie wint en verliest, wie verdedigt en ondermijnt. Maar dan moet u wel de feiten ter discussie durven stellen …