De journalist als lopende-bandarbeider

‘Is de journalist een content-verwekker of een content-verwerker’? Zo vroeg Piet Bakker zich gisteren af op J-Lab. Aanleiding: een advertentie op Villamedia waarin RTL expliciet vraagt om een redacteur/verwerker. En, zo signaleert Piet: “RTL is zeker niet de enige of de eerste die journalisten vraagt die vooral content moeten verwerken – in plaats van te verwekken (de vondst is van Karel Kolb).” (cursief van mij).

Ik zou zeggen dat Kolb ook zeker niet de enige of de eerste is die over verwerken spreekt. Vijf jaar geleden publiceerde de Britse journalist Nick Davies zijn Flat Earth News. Hierin beschreef hij hoe in steeds commerciëler opererende nieuwsorganisaties journalisten steeds minder de tijd krijgen om de deur uit te gaan, onderzoek te doen en relaties aan te knopen met bronnen. Immers: snelheid en winstgevendheid staan voorop en er dient dus in zo weinig mogelijk tijd zo veel mogelijk geproduceerd te worden. Met vaak steeds kleinere redacties bovendien.

Het resultaat is wat Davies aanduidt als een ‘nieuwsfabriek’. En wat dat voor de werknemers en hun werk betekent, formuleert hij als volgt: “This is journalists who are no longer out gathering news but who are reduced instead to passive processors of whatever material comes their way, churning out stories, whether real event or PR artifice, important or trivial, true or false.”

Let op de woordkeuze. Van nieuws naar ‘materiaal’ (of zoals het modieus en niet-journalistiek heet: content). Van verzamelen naar bewerken of – there it is: verwerken. En van een gezonde activiteit naar het ‘uitspugen’ van verhalen. Davies weer: “This is the heart of modern journalism, the rapid repackaging of largely unchecked second-hand material, much of it designed to service the political or commercial interests of those who provide it.”

Zo’n kwalitatief of zo je wilt moreel oordeel ontbreekt in Piets verhaal. Dat mag. Als je echter vast wilt stellen hoe je als beroepspraktijk of journalistiek-opleiding wilt omgaan met nieuwsorganisaties op zoek naar ‘verwerkers’ die nog maar zelden hun lopende band – pardon: laptop – verlaten, is zo’n oordeel wel vereist.  Niet voor de korte termijn wellicht. Dan spuug je gewoon de studenten uit die in de vacatures gevraagd worden, en stel je geen kritische vragen over wat deze jongens en meisjes straks te doen staat.

Maar willen we ook in de toekomst journalistiek kennen die haar naam waard maakt, die evenzeer naar waarheid streeft en democratie dient als dat ze centjes oplevert, dan kunnen zowel opleiders, werknemers als werkgevers zich maar beter afvragen of ‘verwerken’ werkelijk is wat we willen.

Nog eenmaal Davies: “If truth is the object and checking is the function, then the primary working asset of all journalists, always and everywhere, is time. Take away time, and you take away truth.” Dát nu is precies wat verscholen blijft achter al het gepraat over ‘verwerken’, ‘cureren’ of ‘aggregeren’: de tijd die nodig is om zélf iets te creëren, uit te vinden en te laten ontstaan; om te checken en te dubbel-checken, hoor en wederhoor toe te passen, ook als je daarvoor de deur uit moet; en om te kunnen blijven genieten van het werk dat je doet omdat het creatief en sociaal is en evenzeer buiten de kantoortuin plaatsvindt als daarbinnen.

Misschien doen we er goed aan om eveneens de tijd te nemen voor een wezenlijke discussie over de kant die de nieuwsfabriek dreigt op te gaan. Al is het maar omdat het hier geen natuurwetten betreft, maar keuzes die in de top van nieuwsorganisaties worden gemaakt. Daar kunnen andere keuzes tegenover staan.

Auteurs

7 comments

  • Het is altijd goed om stil te staan bij de kwaliteit van de journalistiek. En in bepaalde opzichten ben ik momenteel behoorlijk bezorgd. Maar laten we de ‘oude’ journalistiek niet romantiseren.
    Al in de vroege jaren negentig van de vorige eeuw deden we op de plaatselijke redacties van de regionale krant vaak aan – wat wij toen noemden – tapijt leggen. Er moesten pagina’s vol, en op een regioredactie kon je nu eenmaal niet terugvallen op een ANP’tje om hier en daar nog wat gaatjes te vullen. En dus legden we de lat voor politieberichten soms toch maar iets lager. En putten we vrolijk uit vergaderstukken van de gemeente voor een ‘fatsoenlijke’ tweekolommer. Nabellen? Wederhoor? Morgen! Dat zou dan een fijn ‘flupje’ opleveren – hup, weer een artikel uitgepoept.
    Let wel: tussen het tapijt leggen door produceerden we echt nieuws. Ook al waren we maar met z’n vijven – en was er altijd wel iemand overuren aan het compenseren en altijd iemand bezig met eindredactie, zodat we effectief met drie man twee broadsheet pagina’s zaten vol te tikken. We hingen constant met Jan en alleman aan de telefoon om milieuschandalen boven water te krijgen, fout-declarerende wethouders te betrappen en de geheime agenda’s achter grote politieke beslissingen te ontdekken. We maakten een mooie krant, vonden we zelf.
    Af en toe kwam een oudgediende de redactie opwandelen. Een journalist die al een jaartje of tien met pensioen was, maar nog steeds af en toe een nieuwtje kwam langsbrengen. Die keek dan eens rond, monsterde hoe wij zaten te zwoegen, haalde zijn neus op en zei: ‘Dit is natuurlijk geen journalistiek meer.’
    Ik wil maar zeggen: vroeger was alles beter. Altijd al.

  • Zoals een artdirector van een lifestyleblad onlangs in alle ernst tegen me zei: “Content is tegenwoordig gewoon te duur.”

  • Ja, daar moeten we het over hebben. Ik denk alleen niet dat de mensen in de top van nieuwsorganisaties werkelijk veel keus hebben. De twee grootste inkomstenbronnen van de journalistiek zijn gewoon razendsnel en bijna volledig aan het opdrogen. Advertentiegelden zijn steeds minder gekoppeld aan inhoud, en steeds meer aan individuele consumenten. Google en Facebook gaan er met het geld vandoor; de journalistiek blijft met lege handen achter. De consument krijgt intussen veel nieuws gratis, omdat de kosten van verspreiding gedaald zijn tot nul. Een steeds kleinere groep kiest er nog voor te betalen voor journalistiek, dus worden de kosten per persoon steeds hoger.
    Wat kan dan wel de journalistiek redden? Ik denk dat alleen subsidie dat kan. Democratische staten zullen moeten gaan beseffen dat onafhankelijke journalistiek een van de belangrijkste pijlers onder de democratie is. Dat mag best wat geld kosten. Hoe verdeel je dat dan zonder dat de staat gaat voorschrijven wat de journalisten doen? Ik denk dat het omroepmodel daarvoor de beste leidraad biedt. Mensen die abonnee (donateur) worden van een journalistiek medium betalen een beetje, en de gemeenschap vult dat aan met subsidie.

  • Je kan over de discussie over “content verwekken versus verwerken” praten in normatieve zin: gevaarlijke ontwikkeling, staat haaks op de kern van journalistiek, moeten we ons als opleiders verre van houden…
    Of je kan constateren dat dit een ‘fact of life’ is, een daadwerkelijke ontwikkeling, en dat je je moet afvragen hoe je daarop reageert, hoe je daar als opleiding op inspeelt.
    Ik voel meer voor het laatste. Wat is het, hoe werkt het, hoe doe je het, zijn er verschillende vormen, geef je alleen maar commerciële content door, kan het wat opleveren, kan je ook relevante interessente en originele content vinden en cureren?
    Vrijwel alle grote media passen dit op grote schaal toe. Als je meteen met de rug naar de praktijk gaat staan, maak je jezelf als opleiding snel irrelevant.
    Als je alles op een rijtje hebt, kan je alsnog zeggen dat je het niet gaat doen, het op een bepaalde manier doet, of er vol ingaat.

  • marco van kerkhoven

    Mooi discussie, oude discussie, relevante discussie; allemaal waar. Niet waar is dat kwaliteitsjournalistiek te duur is. Kwaliteit heeft een prijs, zoals dat geldt voor alle producten. (Marsepein van de bakker is lekker, van de Hema vies. Scheelt ook 2 euro/100 gram, en vinden we helemaal niet vreemd.) Het probleem is dat er steeds minder mensen voor wil betalen.

    Waarom dat zo is, weten we niet. Is er teveel gratis aanbod van vergelijkbaar waar, gratis kranten, blogs etc? Geven mensen misschien minder prioriteit aan kwaliteitsnieuws omdat er zoveel meer andere dagelijkse kosten zijn. Een krant is toch voor velen een luxeproduct, ver na de tweede auto, vaatwasser, de huishoudhulp en de nieuwste smartphone. Of is het nieuws soms domweg een slechter product geworden? Hoe lang kun je stukjes ‘uitpoepen’ totdat mensen doorhebben dat het echte shit is? Nou ja, een jaar of twintig, zo lijkt het.

    De opdracht aan een school als de SvJ is journalisten afleveren die klaar zijn voor de arbeidsmarkt. Je bewijst er niemand een dienst mee daar al te principieel in te zijn, en star op te leiden voor banen bij VN. Maar u vraagt, wij draaien, werkt ook niet. Leuke stukjes leren schrapen, is zeker geen garantie voor een baan.

    Een reële oplossing is domweg alles te doen. In vier jaar kun je jonge mensen heel veel leren. En dat willen ze ook. Dat zie ik iedere dag. Laten we vooral de lat hoog leggen. Studenten van de SvJ leren schrijven, filmen, aggregeren, interviewen, niet bang te zijn voor data, commercieel denken, achterdochtig zijn naar de politiek enz enz., dat is helemaal niet teveel gevraagd. Wat ze daarna doen, is hun zaak. De basis is gelegd, je leert je leven lang verder als je daar voor open staat.

    Naïef, te optimistisch? Nee hoor, niet iedereen is journalist. Het is een vak en naar vakmensen is altijd vraag.

  • Pingback: Gaat de journalistiek de ondergang tegemoet? - Blog - De Nieuwe Reporter - Journalistiek & Nieuwe Media

  • Pingback: Gaat de journalistiek de ondergang tegemoet? | 2prvbprintmedia