Datajournalistiek: cijfers maken duidelijk wat belangrijk is in Kenia

Datajournalistiek is hot. Dagelijks verschijnen er meestal meerdere graphics in één krant – in totaal tientallen per week maal het aantal kranten en nieuwswebsites in Nederland. Nederlandse redacties hebben het wat dat betreft erg goed. Iedereen heeft een goede computer die het maken van graphics (al dan niet interactief) makkelijk aan kan. Veel data is hier vrij toegankelijk, en als het nog niet openbaar is gemaakt, kan je altijd een WOB-verzoek indienen. Je kunt zo aan de slag als je de skills hebt om goede graphics te maken.

Gerard, Yael in ik zijn druk bezig met ons onderzoek naar de nieuwswaarde van datavisualisaties in Nederlandse kranten. Urenlang bekijken we infographics van het NRC, het FD en Nu.nl met als doel te achterhalen wat een graphic nu eigenlijk begrijpelijk maakt. Even afgeleid van graphics onderzoeken, kwam ik deze Keniaanse datajournalistiek website tegen op Twitter. Data Dredger is een groep datajournalisten die voor verschillende media in Kenia datavisualisaties maken. Over zichzelf zeggen ze dat: “the Dredger your go-to space is for learning and inspiration about data journalism and the immense possibilities it offers.” Een plek waar journalisten content voor data-verhalen kunnen vinden, of kunnen leren hoe deze zelf te maken. Een opvallend verschijnsel voor Afrika. Tenminste dat was mijn eerste gedachte. Het is misschien een beetje kortzichtig, maar bij Kenia denk ik niet gelijk aan datajournalistiek. Hier zit natuurlijk wel dikke internationale steun achter, en daarnaast is Kenia, in tegenstelling tot veel andere Afrikaanse landen, een stabiel land met vrije pers. Maar goed dat maakt deze website niet minder interessant.

Met name de onderwerpkeuze is tekenend. Graphics in Nederlandse kranten staan vaak bij harde nieuwsonderwerpen, zoals oorlog, politiek en economie (tenminste, dat is wat ik tot nu heel veel heb gezien, maar ik kan nog niets concluderend over zeggen). Alsof we met de graphic nog even extra de feiten willen benadrukken. Niet dat dit een slecht gebruik van graphics is, maar het laat wel zien hoe serieus dit specifieke nieuws is – het zijn grote onderwerpen. In mindere mate zien we graphics terug bij gezondheidsonderwerpen of wetenschap, en dan vaak om bepaalde principes uit te leggen. Dit is wel een interessant punt om over na te denken: welke type infographic gebruiken we bij welk type verhaal, en wat zegt dit over de mate waarin een verhaal groot of hard nieuws is? Bij oorlog, politiek en economie zie ik veel grafieken met veel cijfers, en oorlog heeft natuurlijk ook veel kaartjes. Zijn dit graphic ‘genres’ waarmee we serieus nieuws communiceren? Als dat zo is kunnen we aan de hand van genres dus bekijken wat serieus en groot nieuws is in een bepaald land of in een bepaalde periode.

Alle graphics van Data Dregder gaan eigenlijk over cijfers, heel veel cijfers. En ik denk dat dit ook aangeeft welke onderwerpen belangrijk zijn. Op de website zijn veel graphics te vinden over gezondheidzorg (met name gebrek aan artsen en verpleegkundigen), ondervoeding, zwangerschap. Deze keuze heeft een haast activistische lading; vanuit harde cijfers is te zien waar in Kenia aan gewerkt moet worden, bijvoorbeeld dat in twee op de drie klinieken geen test voor malaria aanwezig is:

DiagnosingMalaria

Of hoe het komt dat zoveel vrouwen in Kenia sterven tijdens de geboorte van hun kind:

Savingthemothers

Cijfers hebben de connotatie waar te zijn. Hiermee wil ik overigens niet zeggen dat datajournalisten liegen, maar dat cijfers een bepaalde retorisch waarde hebben die bijdraagt aan de geloofwaardigheid en zwaarte van een verhaal. De datajournalisten van Data Dredgers maken een hele duidelijk onderwerpkeuze die reflecteert wat belangrijk is voor Kenia. Ik ben benieuwd of wij straks (als we over twee jaar zo’n beetje klaar zijn met ons onderzoek) iets soortgelijks te zien krijgen op basis van de infographics uit ons onderzoek. Dit heeft weliswaar niet direct te maken met onze hoofdvraag, maar is desalniettemin interessant voor eventueel vervolgonderzoek.

Auteurs