To check or not to check

Niet meer checken? Kan ik me maandagochtend nog vertonen op de School voor Journalistiek? Als iemand een officiële mededeling op de website van HU aantreft waarin zwart op wit staat dat ik niet meer welkom ben, mag je dat meteen melden. Je hoeft me niet te bellen.

(Dit verhaal is een reactie op verslag “Ik check bijna niets meer, dat kost veel te veel tijd” – en is ook op De Nieuwe Reporter geplaatst.)

Met checken wordt te vaak bedoeld: nabellen om “the bleeding obvious” nog eens te horen. Hoe vaak ik niet door journalisten gebeld word om iets te zeggen wat ik ergens anders al opgeschreven heb (of door een ander medium is geplaatst). Dat is geen checken, dat is werkverschaffing.

Wanneer check je wel? Als het om onbevestigde – en wellicht onjuiste (en ongedocumenteerde) informatie gaat. Je checkt geruchten en alles wat je niet zwart op wit hebt (op papier of als screenshot).

De quote is van mij, Ruby heeft dat na afloop gecheckt. De uitspraak is gedaan tijdens een workshop over hoe je efficiënt lokale verhalen ophaalt (hele presentatie komt op de VVOJ-site en staat ook bij Slideshare). Efficiënt betekent inderdaad snel. Niet alles hoeft snel, maar soms is dat echt ontzettend handig.

In zo’n twee dozijn voorbeelden, ontleend aan mijn ervaringen als meeschrijver bij Dichtbij en mijn recente hyperlokale avonturen bij De Orkaan, heb ik aangegeven hoe informatie is gevonden, en of er al dan niet is gecheckt.

Voorbeeld 1: het grootste HEMA-restaurant

Gevonden door langs de HEMA te lopen (op zaterdag) en foto van de officiële mededeling te maken. Foto van gebouw gemaakt, informatie op de HEMA-site gecheckt (!) en op basis daarvan in 10 minuten stukje getikt. Tijdens de workshop waren er inderdaad journalisten die vonden dat ik de HEMA zelf had moeten bellen (op maandag dus) omdat er misschien toch ergens anders een nog groter restaurant was. Klein nieuws? Veel reacties (50), goed bekeken, bij opening follow-up gedaan, Dagblad Zaanstreek nam bericht twee dagen later over (zonder bronvermelding uiteraard).

Voorbeeld 2: Marskramer weg: leegloop Rozenhof

Aanleiding: ik zie bordje met “alles moet weg”, neem meteen foto, loop naar binnen en vraag medewerkster wat er aan de hand is: “eind januari gaan we dicht”. Ik ga naar de website van winkelcentrum, bereken hoeveel procent er leeg staat, ga naar de website van de makelaars, geef huurprijzen en link naar leegstandfoto’s. Klein nieuws? Relatief nieuw winkelcentrum in centrum op rand afgrond? Stuk volgende dag (zonder bronvermelding uiteraard) overgenomen door Dagblad Zaanstreek. Veel reacties. Gecheckt? Beetje maar dus, niet Marskramer gebeld, niet exploitant winkelcentrum gebeld, niet makelaar gebeld, niet bedrijfsleider geïnterviewd. (Wat hadden die gezegd: “niks aan de hand, komt wel weer goed” – nu, anderhalf jaar later zijn er plannen om het hele winkelcentrum maar in fietsenstalling te veranderen.)

Voorbeeld 3: DZ gaat voor de net-niet doodsbedreiging

Blogger Erik Schaap schrijft stuk over de politieke partij Democratisch Zaanstad. Eén raads-kandidaat heeft het voor elkaar gekregen haar hele bedrijfsplan (ze verzorgt AED-trainingen) in het partijprogramma te schrijven (iedereen moet zulke trainingen gaan volgen). Fractievoorzitter Aart Molenaar wordt zo kwaad dat hij Schaap op Twitter toevoegde dat hij hoopte dat er geen AED in de buurt zou zijn als Schaap wat zou overkomen. Ik zie dat langskomen en maak een stukje. Het levert veel commentaar en reacties op. Checken? Moet ik de fractievoorzitter bellen om te vragen waarom hij dat doet? Hij gaat de tweet weghalen (ik heb al screenshot gemaakt) – iets wat hij later inderdaad doet.

In alle gevallen waren er journalisten die vonden dat ik in bovenstaande (en andere) gevallen moet nabellen. Ik heb voorbeelden gegeven van verhalen waar ik dat gedaan heb – via 2 voorlichters krijg je dan te horen dat je teruggebeld wordt. Daar heb ik dus gewoon geen tijd voor. Bovendien: de informatie stond op de website. Voor dat stukje heb ik via Twitter alle betrokkenen uitgenodigd te reageren – de meesten deden dat ook (inclusief de wethouder die me terug zou bellen en dat niet deed).

Nabellen, quotes ophalen en reacties vragen is geen checken. Het is een tijdrovend journalistiek ritueel. Checken doe je als het nodig is, bij onbevestigde en ongedocumenteerde verhalen.

In workshop is bv. ook ingegaan op WOB-verzoeken. Ook daarvan is voorbeeld gegeven, het succesvolle verzoek leidde tot een dikke stapel documenten, dat verhaal moet ik dus nog schrijven.

PS: titel is eerder gebruikt.

Auteurs

2 comments

  • Stefan ten Teije

    Een paar jaar geleden is Robby Knoop failliet verklaard. Robby Knoop is een markante rijschool uit Nijmegen. Het faillissement was openbare informatie afkomstig van de rechter dus een collega van mij maakte een stukje. Helaas sloeg hij of zij (ik werkte er toen nog niet) de plank mis. De persoon Robby Knoop was namelijk failliet, NIET de rijschool: http://www.gelderlander.nl/regio/maas-en-waal/rijschool-rob-knoop-niet-failliet-1.2927183

    Onlangs kreeg ik tips van mensen uit de rijschoolbranche dat Robby Knoop dit keer wél failliet is gegaan. Ik kreeg eigenaar Astrid Knoop twee dagen niet aan de telefoon, maar belde wel haar omgeving. Ze is door de verhuurder uit het pand gezet en meerdere bronnen waren bij een executieverkoop geweest. Het voelde veilig om te publiceren, maar ik zag nog geen faillissement of surseance in de registers.

    Na een week kreeg ik de eigenares te spreken en bleek er een ingewikkeld persoonlijk verhaal aan de problemen ten grondslag te liggen. Ik heb daarom niet gepubliceerd. Inmiddels had ik wel een goed beeld van de problemen in de lokale rijscholenbranche en wist ik als eerste dat een andere rijschool (NOVA) failliet ging. Ik heb een opening voor ons katern geschreven en daarin de problemen van Robby Knoop summier genoemd als onderdeel van groter verhaal ‘rijscholen in zwaar weer’. Inmiddels ook een achtergrond geschreven over de problemen van grote rijscholen en de concurrentie met zelfstandigen.

    Welk punt wil ik maken? Checken is niet zozeer checken of de informatie klopt zoals je die prima had kunnen publiceren, maar investeren in een netwerk. Vertrouwen winnen van bronnen én de lezers omdat je een zo compleet mogelijk verhaal vertelt. Als je het niet checken van informatie tot een journalistieke strategie verheft, breng je het vertrouwen in de journalistiek mijn inziens schade toe. En als je wél tijd en energie steekt in nabellen, kun je op de lange termijn ook effectiever nieuws garen.

  • @Stefan
    In de workshop – het startpunt van deze discussie – ging het om een nogal specifieke vorm van journalistiek. De vraag was of het ook mogelijk is originele invalshoeken, andere bronnen, andere verhalen, andere tools te gebruiken om efficiënt (snel) verhalen te maken. Die zijn er – de voorbeelden zijn gegeven – maar het betekent niet dat dit de enige of de beste manier is om journalstiek te bedrijven. Het is een vorm die vooral korte berichten oplevert, soms discussie, soms follow up, maar nooit achtergrond en zelden onthullingen.

    Het is een alternatieve manier.

    In mijn beleving zijn er vele manieren om journalistiek te bedrijven, de één niet per se beter dan de andere. Bij de andere workshops ging het ook over onderzoeksjournalistiek, archiefonderzoek en de WOB.

    Ik denk dat je vooral flexibel en creatief moet zijn als journalist. Snel als het kan, onderzoekend als het moet, altijd kritisch en nieuwsgierig. Bij die flexibiliteit hoort ook dat je sommige dingen ter discussie stelt – en sommige dingen misschien niet meer doet. En daar hoorde wat mij betreft het obligate nabellen bij, en het wachten tot de voorlichter iets bevestigt. Daar hoort nooit bij dat je geruchten zomaar opschrijft.