25 jaar digitale transitie in de journalistiek 8: En de Code van Bordeaux dan?

Een dezer dagen zal een nieuwe lichting studenten journalistiek tijdens het introductiekamp van de Utrechtse opleiding zoals altijd de Code van Bordeaux opdreunen. Dat gebeurt in een toepasselijke, nogal archaïsche setting, temidden van de Soester duinen. De situatie is dermate dat de studenten vermoedelijk nauwelijks beseffen wat ze zeggen maar toch. Ze zeggen het. Dat ze eerbied voor de waarheid zullen hebben. Dat ze alleen gebruik zullen maken van feiten waarvan de bron bekend is. Dat hij of zij als journalist bekend is met de mogelijke gevolgen van journalistieke berichtgeving. Dat hij/zij zich niet schuldig zal maken aan ernstige journalistieke vergrijpen waaronder plagiaat, smaad en ongegronde beschuldigingen. En tot slot dat hij (en zij natuurlijk ook) zich met inachtneming van de wet in beroepszaken slechts zal laten leiden door de mening van vakgenoten, niet door de bemoeienis van overheden of andere machthebbers.

Mooi deze woorden. Terecht ook. Maar zijn ze nog van deze tijd? Handelen journalisten er nog naar? En belangrijkste van al wellicht: kunnen zij er tegenwoordig nog naar handelen? Is de digitale transitie van het afgelopen kwart eeuw niet dusdanig geweest dat alle journalistieke principes op de schroothoop zijn beland? De signalen zijn ernaar.

Gawker vs Hogan

Een van de vele documentaires die op dit moment over journalistiek te bezichtigen zijn, in dit geval op Netflix, is Nobody Speak: Trials of the Free Press, uit 2017. Nobody speak vertelt het ongelooflijke verhaal van het proces dat Hulk Hogan, die enge worstelaar met die hangsnor, aanspande tegen Gawker Media omdat deze, op het eerste gezicht inderdaad tegen alle regels van het fatsoen, een filmpje online hadden geplaatst waarop te zien was hoe de man met de vrouw van een van zijn vrienden naar bed ging. De reden dat Gawker dit deed, naar eigen zeggen, was dat de publieke rol van Hogan op gespannen voet stond met zijn persoonlijk gedrag en dat kennis hiervan publiek belang was. Hogan bestreed dit en betoogde dat het een private kwestie betrof en dat de media van zijn privéleven af moesten blijven.

Lastige discussie, zou je denken, en ik was aanvankelijk dan ook geneigd Hogan, tegen mijn primaire voorkeur, gelijk te geven totdat – in de documentaire gebeurt dat op ongeveer 28 minuten (27.33) – ’s mans penis ter sprake kwam. Hogan bleek daarover publiekelijk opgeschept te hebben, over de grootte wel te verstaan. Dat is niet bijzonder. Dat doen mannen wel meer. Bijzonder is dat Hogan betoogde dat dergelijke gesprekken niet gingen over de penis van Terry Gene Bollea, zoals zijn echte naam luidt, maar over die van het personage dat hij speelt, Hulk Hogan dus. De publieke gesprekken over ‘s mans penis waren dus publiek maar zijn gefilmde (door wie, waartoe?) seksleven was privé; het een was van Hogan, het ander van Bollea.

Ik kan me nog voorstellen dat je zoiets tijdens een rechtszaak probeert. Maar wat me ten enenmale onbegrijpelijk is, is dat het vervolgens voor zoete koek geslikt wordt. Want  niemand vroeg wie er dan met de vrouw van de vriend naar bed was gegaan: Hogan of Bollea. Niemand ook merkte op dat het verschil voor geen journalist zichtbaar is. Niemand zette vraagtekens bij dat filmen van de zogenaamd intieme daad. Niemand verwees naar de reality show van Hogan/Bollea’s ondertussen gestrande gezin waarin 1001 intimiteiten openlijk naar buiten kwamen. Niets van dit alles, jury en rechter knikten ja en amen, Hogan won het proces, de schadevergoeding was exorbitant (115 miljoen dollar!) en Gawker ging failliet.

Poen of waarheid?

Dat is nog niet alles. Tijdens het proces bleek ook nog eens dat achter de schermen een geldschieter zat – Hogan zelf beschikte over onvoldoende middelen om het proces te voeren – en dat die geldschieter, de schatrijke Peter Thiel, er simpelweg op uit was Gawker kapot te maken. Dit omdat de website een paar dingen geschreven had die Thiel onwelkom waren. Dat lukte dus.

Poen en roem versus journalistiek: het zijn anno 2019 volstrekt ongelijke partijen.

De neiging van steeds meer mensen, zo is de indruk, is zich bij dit soort ontwikkelingen neer te leggen. Sommigen doen dat inderdaad vanuit een nieuwe eerbied voor rijkdom of faam: de alomtegenwoordige ruk naar rechts. Anderen doen het omdat ze helemaal murw worden van de enorme hoeveelheid informatie die op hen afkomt, niet meer weten wat ze moeten  geloven en dus geloven wat iedereen gelooft. Zeer velen doen het omdat ze bevangen zijn door het shiny things syndrome ofwel meer belangstelling hebben voor de gadgets die journalistiek zo leuk en aantrekkelijk maken dan voor de journalistiek zelf. Weer anderen… Ach er zijn op dit moment zoveel redenen om de principes van de journalistiek buiten spel te zetten dat het eenvoudig is dat inderdaad ook ‘even’ te doen. Het zou niet voor het eerst zijn. En het zou evenmin voor het eerst zijn dat de spijt hierover te laat komt.

De journalistiek, aldus de rode draad van dit serietje, is in afgelopen kwart eeuw met name onder invloed van de digitalisering ingrijpend veranderd. Maar zoals elders eerder ook al betoogd: Plus ça change, plus c’est la même chose, juist daarom is het van belang steeds weer te benadrukken dat de principes van de journalistiek dezelfde zijn gebleven en ook dezelfde moeten blijven. Het lijkt vaak anders, dat klopt. Maar juist daarom moet die schijn steeds weer als zodanig ontmaskerd worden.

Leve de Code van Bordeaux dus. Zij is er niet voor niets.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *