Student aan het werk op de SvJ

Waarom we in het journalistiek onderwijs de hekjes moeten verzetten

De zomer is een goed moment om het eigen onderwijs te overdenken. Er zijn geen colleges of praktijklessen die moeten worden voorbereid, het nakijkwerk is gedaan en het onderwijs van volgend jaar staat in de steigers. Een thema waarover ik veel nadenk is vrijheid, meer concreet: hoeveel vrijheid of autonomie heeft een journalistiekstudent nodig om optimaal te (kunnen) functioneren?

Voor de duidelijkheid: met vrijheid bedoel ik niet vrijblijvend. Ik denk dat het goed is om hoge verwachtingen van studenten te hebben en ook veeleisend te zijn. Journalistiek is een vak dat veel te bieden heeft maar ook veel vraagt. Dat mag op een journalistiekopleiding best te merken zijn. Ik denk alleen dat de kaders vaak beter kunnen. Met beter bedoel ik vooral: breder, de hekjes mogen best wat breder worden neergezet.

Genres

In veel journalistiekonderwijs wordt de beroepspraktijk gesimuleerd en draait het (dus) om het maken van journalistieke producten. Lange tijd waren dat producten die gebruikelijk waren in de praktijk zoals het achtergrondartikel, het nieuwsverslag of een nieuwsbericht. Stuk voor stuk genres met min of meer vaststaande grenzen en genreregels.

De afgelopen jaren ben ik steeds meer doordrongen geraakt van de beperkingen die het aanleren van genres en vooral het toetsen daarvan met zich meebrengt. Studenten die in paniek bij me komen omdat ze geen ‘schurende’ bron kunnen vinden bij een goed-nieuws-verhaal (en mag dat eigenijk wel, een ‘goed-nieuws-verhaal’?). Studenten die zich afvragen of het een probleem is dat hun reportage 3 minuten en 5 seconden duurt in plaats van de voorgeschreven 3 minuten. Hebben deze studenten geleerd kritisch te denken over de maximale impact van hun verhaal, of hebben ze geleerd om door hoepeltjes te springen?

Vormregels

Lange tijd waren de hekjes heilig en veilig. Studenten moeten immers goed voorbereid op stage gaan en dan helpt het als ze bekend zijn met de daar geldende (vorm)regels. Maar hoe actueel zijn de hekjes nog in een tijd waarin de beroepsprakijk zelf ook continu zoekt naar nieuwe vormen en steeds vaker kijkt naar wat er op de scholen gebeurt? Draaien we op die manier niet allemaal in hetzelfde cirkeltje waaraan we juist willen ontsnappen?

Ik denk niet dat genreleer waardeloos is geworden. Aan de hand van genres kun je verschillen tussen vertelvormen goed in kaart brengen. Studenten kunnen daardoor beter in staat worden gesteld onderbouwde keuzes te maken. Heldere en eenvoudige genreomschrijvingen kunnen juist door hun afbakening afwachtende studenten over de eerste drempels helpen. Het bepalen van de W’s en de H’s in een verhaal kan een goede manier zijn om studenten hoofd- en bijzaken te leren onderscheiden. Mijn voorstel zou dan ook zijn om de genres met mate te blijven gebruiken als didactisch middel maar nooit als doel op zich.

Motivatie

Waarom schrijf ik met mate? Omdat ik denk dat een teveel aan genreregels afbreuk kan doen aan de autonomie van de student. En door mensen autonomie te geven kan volgens de zelf-determinatietheorie, de belangrijke motivatietheorie van de Amerikaanse psychologen Deci en Ryan, de intrinsieke motivatie aangewakkerd worden. Dan gaan studenten niet alleen aan de slag gaan voor het studiepunt of het cijfer, maar omdat ze een goed verhaal willen (leren) vertellen. (Overigens is autonomie niet te enige peiler van deze theorie. Het is volgens Deci en Ryan ook belangrijk te voorzien in sociale verbondenheid en om ervoor te zorgen dat studenten zich steeds competenter gaan voelen.)

Tijd om de hekjes te verzetten dus. Geen al te strikte of knellende genreregels die afbreuk doen aan de motivatie maar meer ‘holistische’ uitgangspunten die de student naar eigen inzicht (maar wel met een goede onderbouwing en met begeleiding van de docent of een professional uit de beroepspraktijk) mag invullen.

Journalistieke relevantie

Zo stuurde ik het afgelopen jaar mijn eigen ouderejaarsstudenten aan bij hun eerste langere audio-bijdrage. Ik probeerde de opdracht expres breed te formuleren: maak een meeslepend audioverhaal met journalistieke relevantie. Ja het moet audio zijn, maar er mogen ook visualisaties of andere vormen bij gemaakt worden, dat is aan jou, zo ook de vorm, het aantal bronnen, het genre enz. De student mag een bekende vorm (podcast/minidocu enz,) gebruiken, maar mag dus ook experimenteren met nieuwe of eigen audiovormen. Studenten vinden zoveel keuze en inbreng vaak spannend maar tegelijkertijd heel bevrijdend. En de opbrengst is groot, al is het alleen al door de vele discussies die volgen. Want wat is dat eigenlijk, journalistieke relevantie? Daarover nadenken geeft extra waarde aan een opdracht.

Ik ben niet de enige die over dit onderwerp nadenkt. Op veel plekken in het journalistiekonderwijs wordt een beroep gedaan op die intrinsieke motivatie van studenten. Dat zien we in Utrecht bijvoorbeeld terug aan diverse mooie producties waaraan studenten vanuit hun eigen interesse werken. Zoals deze productie van Kubra Mayda uit jaar 2, of dit verhaal dat de SvJ-prijs voor eerstejaars behaalde, of denk aan de mooie documentaires die  bij CampusDoc worden gemaakt. Mijn collega Chris van der Heijden vertelde op deze plek over Condor, een pilot van de Hogeschool in Tilburg: een cursus volledig vormgegeven rondom het willen bereiken van intrinsieke motivatie bij studenten. Ook weer zo’n voorbeeld. Er zijn er talloze.

Studenten willen dolgraag leren mooie verhalen met impact te maken. En ze willen dolgraag trots zijn op HUN product. Laten we de hekjes zodanig neerzetten dat ze vooral een middel zijn om studenten uit te dagen.

 

Foto: Gert-Jan Peddemors