Van de nood een deugd maken (Corona & journalistiek #19)

Zolang er geen vaccin gevonden wordt, hebben we alleen ons (gezond) verstand om COVID-19 te beheersen. Daarom ongeveer om de dag een post met links en kanttekeningen over het raakvlak tussen virus en journalistiek. Aflevering 19, 19 april 2020 

Jeff Jarvis schreef er een paar weken geleden al over: dat de journalistiek ook voordelen zou kunnen halen uit de huidige ellende. Hij zag er drie. De eerste is dat Covid een einde zou kunnen maken aan veel onzinnig gedoe in de journalistiek, aan slappe tv-shotjes, idiote vragen over niks en urenlang gewacht op niks. Voxpops en zo: 

Hoe is het voor u om zo lang op toiletpapier te moeten wachten?

 

Nou heel vervelend. En misschien is het zometeen nog op ook? 

Stomme vraag, nietszeggend antwoord en in tijden van corona nog gevaarlijk ook om je zo onder ‘het volk’ te begeven. 

Via moderne media kan je mensen op veel nuttiger wijze benaderen, stelt Jarvis. Vroeger deden we dat per telefoon, tegenwoordig hebben we skype en een grote hoeveelheid vergelijkbare middelen. Corona moet ons leren die beter te gebruiken. 

Een tweede voordeel van corona voor de journalistiek heeft hier direct mee van doen: dankzij internet beschikken we over veel en veel meer informatie dan ooit bereikbaar was. Specialisten te over. Human interest verhalen voor het oprapen. Inkijkjes in ongekende verwegsituaties: het zijn er duizenden. En je kan er gewoon blij blijven zitten, thuis, achter je computertje. 

Voordeel nummer 3: dankzij internet kan de journalistiek zijn sociale functie beter vervullen dan ooit. We kunnen groepen vormen, inspelen op vragen uit een groep, mensen steunen enzovoort. Misschien kan het vak dankzij corona zijn oude functie van bindsteen van een gemeenschap terugkrijgen, journalistiek als sociaal kapitaal. 

So to hell with the macho of old shoe-leather, green-eyeshade journalism. I don’t give a damn how many miles you drove or walked or subwayed to take in the scene. I want to see what valuable information you bring me to help me make decisions in my life and community. Screw the old man-on-the-street. I don’t want to hear from random passers-by; I want to hear from experts and authorities and people who care enough to share what they are experiencing. Screw your need for the clichéd scene-setting image. I’d rather have data that you gather and analyze and explain and present to help me make a decision. Shoe-leather won’t do that. Reporting will. Journalism will.

Ik schreef het op deze plek al een paar keer: een crisis als de huidige draagt er vaak toe bij dat bestaande tendensen opeens enorm versterkt wordt. Vandaar ook dat Bellingcat zo’n prachtig voorbeeld is: doen zij niet precies dat, prachtige journalistiek bedrijven vanuit de huiskamer? En dat op een moment dat niemand nog kon bedenken dat een dergelijke vorm van journalistiek wel eens de  toekomst zou kunnen hebben. 

Na een eerste schrik en duizend somberverhalen lijkt nu, ook voor de journalistiek, dus de fase aangebroken om van de nood een deugd te maken. Ik vond in afgelopen week talloze pogingen of reflecties daarover. Bijvoorbeeld over de toekomst van de in het Engels zogenoemde ‘distributed newsroom’, het einde dus van de centrale redactie en het begin van redacties die grotendeels virtueel samenzijn. Ook dit proces was al vóór corona begonnen. Het wordt nu gesystematiseerd.  

Een ander positief aspect van de coronacrisis lijkt de terugkeer van het besef dat lokaal nieuws cruciaal is – zie Jarvis hiervoor bij punt 3. Corona betekent dus, wellicht, een heropleving van lokale media. Daarover wordt op dit moment ontzettend veel geschreven, overal. Wel is het zo dat al dat geschrijf gepaard gaat aan de vrees dat lokale kranten het onderspit zullen delven – zoals überhaupt papieren journalistiek van corona wel ‘s een ongekende klap zou kunnen krijgen – maar dat staat hier los van: lokale journalistiek kan tenslotte op vele, ook digitale manieren bedreven worden. 

Hiermee zijn we bij nog een eventueel voordeel van de crisis – al zullen de meeste van mijn tijdgenoten het zo niet ervaren. Het rommelt al een hele tijd in de balans tussen papier en digitaal. Het zou me niets verbazen als corona die balans definitief doet doorslaan – naar digitaal. Dat lijkt verlies. Maar is het dat ook? Wat te denken van de winst: geen drukkosten, geen distributiekosten, geld, tijd en moeite dus voor inhoud, vanzelfsprekende integratie van woord, beeld en geluid. Voordelen genoeg. De nadelen zijn er wellicht vooral vanuit het perspectief van het verleden. Maar ja, kenmerkend daarvoor is dat het voorbij gaat. 

‘De’ journalistiek heeft in afgelopen jaren, onder meer door de alomtegenwoordige verleuking ervan, nogal wat credits verspeeld. Corona toont dat mensen snakken naar goede, betrouwbare, serieuze informatie. Corona leert de journalistiek dus een lesje. 

De keerzijde hiervan is groeiend inzicht in de gevaren van misinformatie en de hoogst noodzakelijke bestrijding hiervan. Ook alweer een nood die door corona tot deugd gemaakt kan worden. 

Tot slot nog een laatste opsteker: dat datajournalistiek met corona enorm gewonnen heeft. Dat weet iedereen, wellicht zelfs zonder het zich te beseffen. Nu al minstens een maand is zo goed als ieder van ons in de ban van data. Die ban kan de journalistiek goed van pas komen. 

Auteurs