Storytelling

De dag nadat ik een PowerPointpresentatie over storytelling via Linkedin op SlideShare had gezet, kreeg ik een mailtje van het SlideShare team. You must be doing something right, schreven ze: de PowerPoint zou meer dan honderd keer zijn bekeken. Leuk om te horen, maar zelf kon ik niets anders ontdekken dan dat er een keer  naar een andere presentatie van mij was gekeken. Ook leuk – en bedankt nog – maar niet iets om van naast mijn schoenen te gaan lopen.

Maar stel dat het SlideShare team gelijk had, en dat er niet nul, maar honderd mensen naar hadden gekeken. Hoe zou dat dan kunnen komen? Door de titel, denk ik. Storytelling, het zegt op zichzelf niets, maar er is wel behoefte aan overzicht van wat het zou kunnen zijn. Zelf wilde ik dat ook graag weten. Vandaar mijn zoektocht, waarvan ik in die PowerPoint verslag deed voor een aantal kenniskringcollega’s uit Zwolle, Kampen en Tilburg, die, net als ik, onderzoek doen naar storytelling in het nieuws.

Verwarring
Storytelling is niets anders dan het Engelse woord voor verhalen vertellen. Dat je dat op verschillende manieren kunt doen, is duidelijk. Sommigen gebruiken de algemene term voor hun specifieke manier van vertellen. Zo kwam NRC Handelsblad op 22 november met een verhaal van Hester Carvalho over storytelling dat voornamelijk ging over gewone mensen die, het liefst zo schaamteloos mogelijk hun levensverhaal vertellen op een klein podium.

Maar ook het vertellen van verhalen via YouTube, Flickr en Facebook wordt storytelling genoemd, evenals het gebruik van verschillende digitale media door marketeers om producten te verkopen. Dan is er nog de term ‘cross mediale storytelling’ die wordt gebruikt voor het vertellen van je verhaal via verschillende media. Er is sprake van ‘transmediale storytelling’ als een publiek de wereld van een verhaal wordt ingetrokken via games, berichten op twitter, en chatten op websites, en delen van het verhaal worden gebracht via video, advertenties, en sites.

Binnen de journalistiek wordt de term ‘storytelling’ ook gebruikt om te verwijzen naar de verhalende vormen van nieuws. In de jaren zeventig werd dat literaire journalistiek genoemd. Nu heet het narratieve journalistiek, en is opnieuw erg populair. Sinds kort bestaat er in Nederland ook een vereniging van narratieve journalisten.

Onderzoek
Het onderzoek naar storytelling in de journalistiek gaat volgens het laatste Handbook of Journalism Studies vooral over de verhaal constructies die worden gebruikt om het nieuws te brengen en de manier waarop die constructies de inhoud van het nieuws beïnvloeden. (Rethinking News and myth as storytelling, van Bird en Dardenne). Zo deden Ettema en Glaser onderzoek naar het gebruik van ironie door onderzoeksjournalisten en naar het feit dat ze zo vaak het schema van schuld en onschuld gebruiken in hun verhalen, waardoor hun verhalen, altijd een morele lading krijgen.

Onderzoek naar het gebruik van literaire stijlmiddelen in de journalistiek wordt vooral binnen faculteiten van de taalwetenschap gedaan. Een mooi recent voorbeeld is het onderzoek van Deense journaliste en onderzoekster Ulla Skovsbol naar de werkwijze van de ook in Nederland bekende Noorse oorlogscorrespondente Åsne Seierstad: Telling stories of war.

Hoe het publiek verschillende verhaalvormen waardeert, wordt onderzocht onder de noemer narrative engagement. In Nederland houden vooral onderzoekers van de Radboud universiteit en de Faculteit der letteren van de VU zich daarmee bezig.

Een voorbeeld van onderzoek naar storytelling via digitale media is dat van Nora Paul, directeur van het voormalig Institute for New Media Studies in Minnesota. Zij ontwikkelde een taxonomie die rekening houdt met de non-lineaire en niet afgesloten structuur van verhalen die via verschillende platforms met verschillende middelen in hybride vormgeving worden verteld. Het onderzoek naar de manier waarop dat soort verhalen het best gebracht kan worden, en hoe die verhalen worden gewaardeerd, staat nog in de kinderschoenen.

De goeroe op het gebied van onderzoek naar het vertellen van verhalen via beelden is Edward Tufte, groot vijand van PowerPointpresentaties. Hij vindt ze te simpel, te hiërarchisch, te lineair en teveel gericht op de verteller i.p.v. van op de luisteraar. Een goed visueel verhaal vertel je volgens hem door gebruik te maken van eenvoudige op elkaar gelijkende beelden, zonder ‘chartjunk’ – beeldende elementen die niets toevoegen aan je verhaal.

Als het gaat om meer fundamenteel onderzoek naar de relatie tussen verhaal en werkelijkheid, valt op dat er weer wordt teruggegrepen op structuralistische denkers als Vladimir Propp en Roland Barthes.

Eigen Onderzoek
Mijn eigen onderzoek richt zich vooral op het gebruik van specifieke narratieve technieken, en de consequentie daarvan op selectie van het nieuws en de mate van vertrouwen van het publiek in het gepresenteerde nieuws. Op dit moment richt ik me op de manier waarop onderzoeksjournalisten de vertellersrol vervullen. Zoals iedere verteller, geven ze onvermijdelijke een moraal mee aan hun verhaal. Mijn vraag is aan de hand van welke stijlmiddelen je een vinger achter die moraal kunt krijgen.

 

Auteurs