Publieksparticipatie, -interactie en -confrontatie in vijf varianten

Al jarenlang worstelen media met hun publiek. Enerzijds willen redacties best wel meer contact, anderzijds was er in het verleden vaak teleurstelling over wat dat opleverde. Toch ontstaan er steeds weer nieuwe varianten. Gaan we langzaam naar een nieuwe fase wat betreft publieksinteractie?

Hoewel de krant een meneer was, maakten lange tijd maar weinig journalisten zich druk over hun publiek. Wie het ergens niet mee eens was, kon een ingezonden brief sturen. De komst van internet en met name sociale media zorgden echter voor een enorme verschuiving: ineens reageerden mensen onder berichten, bleken er meer interessante bronnen en verhalen dan journalisten zomaar zelf konden vinden en gingen burgers zelf content publiceren. Het publiek kreeg een nieuwe rol waar media op in speelden.

Lezers inhoudelijk betrekken

Zo was Nu.nl een van de platforms die lezers niet alleen lieten reageren onder berichten, maar ook eigen nieuws lieten plaatsen op NUjij.nl en NUfoto.nl. Publieksparticipatie dus, waarbij het publiek de rol van burgerjournalist kreeg. Toch worstelde de redactie daarmee, want het bleek lastig modereren. NU.nl stopte ermee in 2016, om in 2018 in een vernieuwde vorm terug te komen. Mensen kunnen sindsdien via NUjij.nl tips delen, fouten melden, toevoegingen doen, en foto’s en video’s met de redactie delen. Daarmee kwam de focus op de inhoud te liggen in plaats van discussie óver het nieuws. In plaats van dat mensen eigen content plaatsen, houdt de redactie controle en maakt een selectie. Inmiddels gaat NUjij een stap verder: de redactie legt lezers polls voor, laat ze vragen stellen, licht zaken waarover vragen zijn extra toe, etc.

Community creëren

Lezers zijn ook een dankbare bron van informatie. Viva was een van de eerste media die bijna twintig jaar geleden al inzagen wat een forum je lezers én de redactie te bieden heeft. Je kunt zien wat er leeft onder de doelgroep, er zelf kennis vanaf halen, een potentiële doelgroep monitoren, bronnen vinden, onderwerpen uit halen, binding creëren. Kortom, het bleek een gouden zet, hoewel het modereren natuurlijk ook veel aandacht vraagt. Ook Kassa bouwde de afgelopen jaren een sterke community met zijn website. Hiermee wordt de functie van het programma versterkt: lezers leveren niet alleen input, maar lossen elkaars problemen ook nog eens op.

Op zoek naar onbekende verhalen

Maar ook veel recenter zijn er nieuwe varianten van publieksinteractie te vinden. In het kader van 75 jaar bevrijding deed RTV Oost dit voorjaar een oproep aan zijn publiek in samenwerking met Historisch Centrum Overijssel om hun verhalen, documenten en voorwerpen over de Tweede Wereldoorlog en de bevrijding te delen. Hiervoor organiseerden ze het WO2 Café, een tour langs vijftien Overijsselse bibliotheken. Veel lokale bewoners gaven gehoor aan die oproep en kwamen naar de bijeenkomsten. RTV Oost deed er verslag van. De samenwerking leverde ook een goed gevulde website op met onder meer WO2 in Overijssel in 25 foto’s.

Lezers confronteren

En twee weken geleden werd het concept publieksinteractie naar een ‘next level’ gebracht door RTL Nieuws. Naar aanleiding van de negatieve reacties onder hun bericht op Facebook dat de moeder van Mark Rutte was overleden, besloten ze mensen te gaan bellen die deze negatieve reacties hadden geplaatst. Van publieksinteractie naar publieksconfrontatie dus.

Sommige lezers reageerden geschrokken (anderen overigens niet). RTL Nieuws liet in het artikel een psycholoog reageren op de reacties. En aan het einde voegde de redactie nog wat transparantie toe door in een apart kader te melden hoe zij omgaan met negatieve reacties op sociale media.

Vernieuwing door samenwerking

Terug naar publieksparticipatie, maar dan in een vernieuwende vorm. De Balie in Amsterdam organiseerde in samenwerking met AT5 De Balie Live Journalism. De redactieleden doen onderzoek naar belangrijke Amsterdamse onderwerpen waarbij het algemeen belang in het geding is, zoals kansenongelijkheid op scholen of de staat van huurwoningen in Amsterdam. Daarvoor brainstormen ze samen met Amsterdammers, publiceren journalistieke verhalen en brengen tot slot alles samen in theatervoorstellingen waarmee er weer extra aandacht komt voor het probleem.

Al deze vormen – en er komen nog vele andere varianten voor –  leiden vrijwel allemaal tot meer impact en/of binding met de doelgroep. Je kunt het publiek inzetten voor informatie, tips en beeld, als ervaringsdeskundige, als expert, als critical friend, als aanjager van innovatie. Verschil met eerder is dat redacties nu wel zelf de controle in handen houden. Maar het publiek wil daar wel iets voor terug. Al is het maar een aai over de bol, een vermelding of aandacht voor een kwestie die mensen aan het hart gaat. Er moet dus sprake zijn van wederkerigheid. Dat is niet nieuw, maar het wordt er nu wel echt tijd dat de verschuiving zich verder doorzet, want er valt voor beide partijen iets te halen.

Auteurs