Jong Talent: Bobby Schinkel

JONG TALENT: Een nieuw portret van een oud-student aan de School voor Journalistiek. Waar zijn deze journalisten beland? Waar valt nog een slag te slaan in hun vakgebied? En welke handvatten hebben zij meegekregen tijdens hun studie in Utrecht?

BOBBY SCHINKEL.

Onder het mom van ‘journalistiek bedrijven’ kwam hij op de meest bijzondere plekken: van een bezoek aan zeehondenjagers in Groenland en een televisieminor in Denemarken tot een NOS-stage in Berlijn èn een fotoreportage in Sri Lanka. Hoewel hij op de redactie van NOS op 3 werkt, zoek ik hem op in een gebouw waar Bobby vroeger graag te vinden was, TivoliVredenburg in Utrecht.

Bobby Schinkel door Coen van den Braber

Waarom zitten we hier?

‘Toen ik net journalistiek ging studeren, vond ik het heel leuk om naar concerten te gaan. Maar omdat ik niet zoveel geld had, probeerde ik met vrienden om gratis persaccreditaties te krijgen om naar de concerten te gaan, onder het mom van ‘we maken er een foto of tekst van’. Journalistiek was dus de tool om gratis op bijzondere plekken te komen, zoals concerten in Tivoli, maar ook andere festivals.’

Er zijn drie p’s: poen, plezier en prestige. Als een klus aan één of meer van die drie eisen voldoet, kun je het doen

Je schreef dan stukken voor kranten?

‘Nee, vaak voor veel nietszeggende blogjes. Een vriend van mij schreef er vaak een journalistiek stuk over en ik maakte de foto’s. Onder het mom van journalistiek bedrijven kom je op veel mooie plekken terecht. Dus ik heb een toptijd gehad in Utrecht op de SvJ.’

 

Onder het mom van journalistiek bedrijven ben je ook naar Dour geweest, een Belgisch festival.

‘Ja, dat is het laatste festival dat ik versloeg. Dour is in België en daar ben ik naartoe geweest voor Vice. Alleen sindsdien heb ik het niet meer zo actief bijgehouden, omdat het vaak allemaal gratis diensten zijn.’

 

Is dat iets waar je vaak de keuze bij heb gemaakt. Je kunt alles wel voor niets doen, maar dan schiet het niet op.

‘Er zijn drie p’s: poen, plezier en prestige. Als een klus aan één of meer van die drie eisen voldoet, kun je het doen. Ik heb ook heel veel gratis gedaan, zoals de verslaggeving van zulke concerten, maar daar heb ik wel bij geleerd hoe ik kennis kan opdoen. Op een gegeven moment moet je als je vindt dat je een bepaalde garantie kunt afleveren, wel kijken of het wat oplevert. Je wordt er kritischer in, want je moet je niet volledig laten uitkleden. Er worden soms schandalige eisen gesteld aan mensen die iets gratis doen. Zeker in je studententijd kun je wel eens wat gratis doen, omdat je dan op hele toffe plekken komt en je er iets nuttigs uit kunt halen.’

 

Dus wees steeds kritischer naar je opdrachtgever.

‘Ja, stel ze vragen mij morgen of ik gratis foto’s wil maken bij een concert van iemand die ik heel vet vind, dan doe ik dat. Weeg dat altijd voor jezelf af. Niet alles hoeft betaald te zijn, maar laat je niet gebruiken of soms ook misbruiken door opdrachtgevers.’

Bij de landelijke radio heb je geen ruimte om continue op je bek te gaan

SVJ

Waarom had je een toptijd op de SvJ?

‘Het zijn vooral de mensen die de SvJ heel leuk maken: er hangt continue een lekkere sfeer in Stef’s, een te gek café waar je veel werk vandaan kunt halen. Het is niet altijd de perfecte opleiding en soms mag het een tandje uitdagender. In het eerste jaar was het redelijk saai en het niveau was vrij laag, maar daardoor had ik veel tijd om er naast mijn studie alles uit te halen wat erin zit. Ik zat bij de lokale omroep 90FM waar ik veel fouten kon maken. Tijdens mijn eerste radioshow opende ik met tien seconde stilte, omdat ik niet wist waar de juiste knoppen zaten. Het is meganuttig en daarnaast zal radiostilte bij mij nooit meer voorkomen. Het is juist goed om die fouten te maken bij de lokale omroep, omdat het vaak alleen mijn moeder en wat vrienden waren die aan het luisteren waren. Bij de landelijke radio heb je geen ruimte om continue op je bek te gaan.’

 

Heb je bij de lokale omroepen meer geleerd dan op de SvJ?

‘De SvJ leert je veel basisvaardigheden aan, maar bij de lokale radio heb ik veel meer geleerd. Ik ben niet zo van de tekst, bij radio kan ik emotie in een verslag leggen en kan ik er veel meer uithalen. Als eindresultaat zie ik veel liever een mooie televisie- of radioreportage en bij de lokale omroep heb ik daarin veel fouten kunnen maken.’

 

CAMJO

Je wordt opgeleid tot journalist, maar bij de KRO-NCRV heb je veel als camera-journalist gewerkt. Zijn dat niet twee gescheiden werelden: het camerawerk en journalistieke werk?

‘Vroeger wel. Als je dan op pad ging, had je een presentator, regisseur, geluidsman en cameraman. Dat zie je nu steeds minder. Voor een aantal dingen kun je goed camjo’en, omdat je flexibel bent, je komt minder eng over zodat je anderen niet kunt overdonderen en je iemands vertrouwen kunt winnen als je met een kleine ploeg komt. Aan de andere kant is het soms best wel chaotisch en uitdagend, omdat je je hoofd bij meerdere dingen houdt: bij het gesprek, camerawerk, je script, het geluid. Maar het is een goede manier om een prima journalistieke productie te maken om als camjo’er aan de slag te gaan.’

 

Je hebt je stage bij Man Bijt Hond gelopen, is dat wel harde journalistiek?

‘Bij Man Bijt Hond draaide het altijd om het persoonlijke verhaal. Een echt human interest-programma en niet zozeer om het harde nieuws. Wat we wel altijd deden in het eerste item is een twist bij het nieuws verzinnen. Er zat wel nieuws in, maar dan journalistiek op een heel andere manier. Als journalist vertel je verhalen en dat kan op heel veel verschillende manieren. Ondanks dat dit niet heel harde journalistiek was, vond ik het wel bij de journalistiek passen.’

 

Vind je het jammer dat het televisieprogramma gestopt is?
‘Ja, vreselijk zonde! Heel veel programma’s draaien om bekende mensen. Er moet altijd een presentator bij zijn om het programma te dragen, maar bij Man Bijt Hond ging het juist altijd om de “gewone man” op de markt, in huis, overal. Je kon bij mensen aanbellen en iedereen heeft een verhaal, alleen daar wordt nu steeds minder naar gevraagd. Terwijl iedereen een verhaal meebrengt. Naar die verhalen van de “gewone man” mag meer geluisterd worden.’

 

Bij de KRO-NCRV ben je programmamaker. Hoe ontstaat een idee voor een programma?

‘Ik kan je het voorbeeld geven over Jan Rijdt Rond. Toen Man Bijt Hond stopte, wilde we wel erg graag een programma maken over gewone mensen en toen hebben we de kans gekregen om daar eens over na te denken. Onze chefs wilden ons wel een kans geven voor een nieuw programma-idee. We hebben in kroegjes nagedacht over ideeën. Op een gegeven moment kwam iemand met de naam Jan Rijdt Rond, want dat rijmt op Man Bijt Hond, dat was de grap. We hadden een naam, wat willen we? Gewone mensen blijven volgen.’

 

En Jan staat misschien ook wel voor de gewone man?

‘Jan Modaal natuurlijk, een erg bekende: dus dat klopte ook een beetje bij ons idee. We wilden verslaggevers een rol geven. Ik vond het leuk om mensen te volgen, zonder dat de presentator vol in beeld is. Door de focus van de mannen in de blauwe pakken, vallen de verhalen op. Al die ideeën kwamen samen, zodat het langzaam maar zeker een format werd: een geraamte wat je kunt gaan aankleden met items. En dat format zijn we gaan uitschrijven. De ene chef vond het leuk, de ander heeft tips, weer een ander brengt weer wat anders aan. Uiteindelijk heb je een plan liggen van zo’n twee A4-tjes, waarbij de netmanager ernaar gaat kijken en zegt wat er goed aan is.’

 

Sloeg het televisieprogramma aan?

‘Nee, het viel tegen. Dat was jammer. Vanaf het begin af aan werd al gezegd het is voor NPO3 en het is om acht uur. Om acht uur zijn er twee programma’s op de televisie die het goed doen: het Journaal en Goede Tijden, Slechte Tijden. Iedereen wist dus al dat het heel lastig zou worden. NPO3 doet het ook al niet zo goed en dat was jammer. De leuke reacties gaven ons het vertrouwen dat we het wel voor iets deden. Het merendeel van de mensen was positief, maar op social media kregen we soms ook kritiek.’

 

Maar op Twitter en andere social media hoor je natuurlijk al snel de vervelende reacties van het publiek. Daar krijg je de extremen wel te horen.

‘Ja, op Twitter hoor je die extreme mensen zeker. Je ziet op Twitter alleen maar gezeik. Dus dat de reacties van de mensen die keken, wel goed waren, was cool. Alleen qua kijkcijfers ging het niet goed. Internet deed het wel beter. Jongeren kijken toch geen televisie, maar wel internet. Maarja, dat was niet genoeg om te zeggen we gaan door. We hebben het wel een jaar uitgezonden, maar toen moesten we toch stoppen. Wat ze wel gezegd hebben: het gaat op internet zo goed, daar blijven we mee doorgaan. Op Facebook gaan ze door met Jan Rijdt Door, waar ze filmpjes maken.’

Bobby Schinkel door Coen van den Braber

TV-MINOR DENEMARKEN

Je hebt ook in Groenland een prachtige documentaire gemaakt. Een mooie Engelse voice-over en prachtige beelden over de zeehondenjagers. Hoe kwam je op dat onderwerp?
‘Ik volgde een minor in Denemarken over film maken. Ik wilde graag naar Groenland, dat was vroeger een kolonie van Denemarken, dus met een fonds konden we redelijk kostendekkend naar Groenland gaan. Opnieuw onder het mom van journalistiek bedrijven, wilde ik op mooie plekken terechtkomen en kon ik een documentaire gaan maken in Groenland. Toen zijn we naar een huis gegaan in Denemarken waar veel Groenlanders woonden en zijn we op zoek gegaan naar verhalen. Er was een meisje die ons tipte over de zeehondenjagers die de huiden van zeehonden bijna niet meer kunnen verkopen. En dat is een groot probleem daar, want veel mensen verkopen die huiden daar om in leven te blijven. De handel in die huiden is keihard gedaald, omdat er veel campagnes zijn geweest om ze zeehondenjacht te stoppen.’

 

Naar aanleiding van die tip ben je naar Groenland afgereisd, want je dacht dit is een mooi verhaal?

‘We waren met drie studenten die de film maakten en vooraf probeerden we onze bronnen te spreken. Maar er waren geen afspraken met die mensen te maken. Elke keer hoorden we maybe (vertaald: misschien) en toen moesten we gewoon gaan. Per toeval hebben we mensen gehosseld. Je moet het op zo’n moment heel erg graag willen, want anders kom je er niet uit. En ook een groot voordeel is dat Groenlanders mega-behulpzaam zijn. Op onze documentaire Hunters is vanuit Denemarken uiteindelijk heel erg positief gereageerd.’

Je bent altijd journalist. Stel je bent in Frankrijk en er ontploft een bom, dan doe je er wat mee

Voor Vice maakte je ook een fotoserie in Sri Lanka, waarom daar?

‘Ik was in Sri Lanka bij een ritueel waarbij een tand door de stad werd gedragen. Een soort carnavalsoptocht keer een miljoen. Ik mailde met een man die bij Vice over de foto’s ging en vroeg hem af of hij ze wilde hebben. Dit is wel heel goede prestige, goed voor je connecties en ik was er toch al. Het was erg donker, dus moest goed mijn best doen om de foto’s te belichten. Uiteindelijk werd het een hele goede serie, Vice was er erg blij mee.’

 

Probeer je altijd, als je op vakantie bent of in privézaken, er iets journalistieks uit te halen: een filmpje, een foto, een verslag?

‘Je bent altijd journalist. Stel je bent in Frankrijk en er ontploft een bom, dan doe je er wat mee. Je denkt continue na wat je eraan kunt doen. Je bent een goede journalist als je je oren en ogen open hebt. Als je in de kroeg bent of op straat fietst, moet je daar iets tegenkomen. Je moet niet alleen op de redactie zitten, maar veel op straat rondlopen en om je heen kijken. Verhalen uit de krant zijn niet erg origineel, probeer zelf op goede invalshoeken te komen.’

 

NOS

In 2016 liep je stage in Berlijn bij Judith van de Hulsbeek en Jeroen Wollaars voor de NOS. Je maakte de nieuwsverhalen voor radio, televisie en internet. Hoe was de sfeer daar?

‘De NOS is een enorme nieuwsorganisatie en in Berlijn zit je met een klein eilandje met z’n drieën. Dat was heel erg vet, omdat Duitsland in dat jaar een erg interessante plek was: Duitsland heeft veel macht, Merkel zou alles met de vluchtelingencrisis wel even regelen en het land speelde een voortrekkersrol. Duitsland heeft een hele mooie sfeer en drie maanden lang heb ik er radio, internet en televisie mogen maken. Tuurlijk ben ik Bobby en kwam ik niet in beeld bij het achtuurjournaal, dat is Jeroen Wollaars. Maar ik mocht zelf filmen, items maken en ideeën aandragen.’

 

Je hebt nu een jaarcontract bij NOS op 3. Wat doe je daar?

‘Ik ben redacteur online en dat betekent dat ik verhalen uitwerk en verhalen zelf mag draaien en dat is heel erg gaaf om te doen.’

 

Internet is de toekomst.

‘Televisie zal echt nog blijven en ik vind het ook fanatisch dat het er is, want er kijken nog miljoenen mensen naar het Journaal of bijvoorbeeld Boer Zoekt Vrouw, maar je gaat wel zien dat mensen steeds meer online kijken. Om 20:00 uur hebben mensen soms geen tijd en zeker jongeren weten de weg naar het internet het makkelijkste te vinden. En dat wordt steeds meer.’

 

Hoe focus je je daarop, bijvoorbeeld binnen de NOS?

‘Bij NOS op 3: vroeger hadden ze daar een televisie-uitzending, maar dat doen ze nu al niet meer. Die werken alleen maar online en dat vind ik heel vet. Dat is de toekomst, laten we daar nu alvast maar veel over leren en opzetten. Tegen de tijd dat online echt helemaal het ding is, hebben wij al heel veel kennis en ervaring daarvoor.’

 

Denk je dat er over tien jaar geen journaals meer zijn?

‘Jawel, dat denk ik wel omdat het een heel belangrijk informerende functie heeft. Mensen moeten weten wat er speelt, zodat ze bijvoorbeeld goed kunnen stemmen.’

Als je een goed idee hebt, ga het doen. Ga het gewoon maken: als student heb je tijd

Dat kan ook op internet.

‘Ja, maar het Journaal kun je lekker tot je nemen op de bank. Maar je ziet steeds meer dat mensen de hele dag kleine stukjes journaal tot zich nemen in plaats van op slechts één moment van de dag. Maar het Journaal stopt echt niet over tien jaar.’

Bobby Schinkel door Coen van den Braber

BLIK IN DE TOEKOMST

Heb je tips voor School voor Journalistiek-studenten die hun eigen format aan de man willen brengen. Hoe ga je daarmee aan de slag?

‘Voor mensen die journalistiek willen doen: je moet het heel graag willen. En als je het niet heel, heel graag wil, dan zal het moeilijk worden, want er is veel minder werk in te vinden. Er is wel werk in te vinden, maar je moet het erg graag willen. Je kunt wel journalistiek gaan willen doen, maar werk ervoor. Dan, als je een goed idee hebt, ga het doen. Ga het gewoon maken: als student heb je tijd. Ga met je camera aan de slag.’

 

Leuk. Wat ga jij doen de komende jaren? Je zit nu bij de NOS, waar sta je over tien jaar?

‘Ik wil echt nog wel bij de NOS blijven, omdat er heel veel te leren valt. Ik kan daar veel zelf maken, wat ik heel belangrijk vind. Het lijkt me heel cool om in het buitenland te werken, net als in Berlijn. Misschien weer in Duitsland.’

 

Of Denemarken.

‘Ja, of Denemarken. Ik wil veel op pad voor mijn vak. Eigenlijk zoals ik ook in de journalistiek begon: onder het mom van journalistiek op mooie plekken komen. En in het buitenland reizen onder het mom van journalistiek bedrijven.’

 

Dat komt steeds terug, hè: journalistiek als excuus om leuke dingen te doen?

‘Ja, maar ook om mensen te ontmoeten en zelf meer te weten te komen over de wereld. Dat is een nieuwsgierigheid. Journalistiek is daar een heel mooi excuus voor.’