3 bekende dilemma’s bij de New York Times

Met enige regelmaat neem ik de nieuwe plannen van Nederlandse krantenuitgevers en hoofdredacties onder de loep om vervolgens tot de conclusie te komen dat het vooralsnog veel van hetzelfde is: online is en blijft nog het ondergeschoven kindje, de aandacht voor papier blijft dominant. Dat concludeerde ik recentelijk nog naar aanleiding van de ‘vernieuwing’ bij de regionale krant De Limburger. Vorige week kwam The New York Times met een memo waarin nieuwe plannen werden aangekondigd en ook daar is de worsteling met online duidelijk zichtbaar.

Voor mijn promotieonderzoek naar crossmediale nieuwsorganisaties – En wat doen we online? – analyseerde ik o.a. de plannen die de redacties van de FD Mediagroep, de Volkskrant en de NOS de afgelopen 10 jaar schreven om het online platform te integreren in hun dagelijks ritme. De plannen die momenteel worden gemaakt door uitgevers en (hoofd)redacties vertonen nog verrassend veel overeenkomsten met die van de redacties uit mijn onderzoek. Afgelopen week publiceerde Poynter een memo van The New York Times waarin de ‘newsroom van de future’ werd besproken. Hierin zag ik weer bekende vraagstukken voorbijkomen. Ik zet de 3 belangrijkste uit deze memo voor je op een rij.

1. Pagina’s vullen

Assigning editors, in the very near future, will not worry about filling space. They will worry over coverage, and the best ways to tell stories.

Geen pagina’s vullen, maar platformonafhankelijke journalistiek bedrijven. Dit roepen redacties al langer dan 10 jaar en al 10 jaar lukt ze niet om dit daadwerkelijk te bewerkstelligen. Alle krantenorganisaties zijn van voor tot achter, van bottom-up tot top-down ingericht op het maken van een papieren product. Dat betekent dat er vanaf 09.00 uur ‘s ochtends al wordt gediscussieerd over de vraag welk verhaal de volgende dag op de voorpagina moet komen. En het gaat de hele dag door gaat het over het opmaken en vullen van pagina’s en het aantal woorden dat journalisten krijgen voor een verhaal.

2. Hiërarchie

The newsroom I envision will say yes to new ideas, new stories to cover, and new ways to tell them, unfettered by the bureaucracy we have created over generations.

Journalisten en hoofdredacties gaan er altijd prat op dat hun organisaties plat zijn georganiseerd en dat hiërarchie niet aan de orde is op een nieuwsredactie. Als ze daarmee willen zeggen dat een journalist zonder kloppen stampvoetend het kantoor van een hoofdredacteur durft binnen te lopen om zich erover te beklagen dat zijn of haar stuk te weinig aandacht heeft gekregen, dan klopt dat. Maar de niet-hiërarchische organisatie waar de auteur van deze memo op doelt – goede creatieve (online) ideeën niet dood laten bloeden omdat er eerst drie chefs naar moeten kijken, is nu vooral nog een wens die uit moet gaan komen.

3. Alles wordt anders….of toch niet?

In crucial ways, it will be much like The Times of the past — great writing, investigative reporting, scoops and beat coverage will be more valued than ever.

Journalisten zijn elke dag bezig met allerlei soorten veranderingen in de wereld, maar veranderingen op hun eigen nieuwsredactie liggen wat gevoeliger. In hoofdredactionele memo’s en plannen zien we dan ook het terugkerende verschijnsel dat er in eerste instantie benadrukt wordt dat er nu ‘echt anders gewerkt gaat worden’, om vervolgens af te sluiten met de geruststellende opmerking dat er eigenlijk weinig gaat veranderen. Alsof de schrijvers van deze plannen de meest conservatieve journalisten op hun redacties in hun achterhoofd houden met de hoop dat het op deze manier toch moet lukken om ze te overtuigen dat online gewoon veel van hetzelfde is.

Weinig reflectief
Misschien ben ik ongeduldig, maar het blijft me verbazen hoe langzaam de transitie naar een digitale cultuur van traditionele mediabedrijven verloopt. Ik vind het daarbij met name verontrustend hoe weinig reflectief (hoofd)redacties zijn. Het loont echt de moeite om iets beter te kijken naar de eigen geschiedenis van je organisatie: hebben we dit eerder willen doen en waarom is dat destijds wel of niet gelukt? Welke lessen kunnen we daaruit trekken? Nu handelen hoofdredacties vooral op de korte termijn en heel ad hoc, vooral bang om trends te missen (we moeten ook echt iets met Snapchat!) waardoor ze geen overtuigende – lange termijn – visie hebben waarin ook beter over de complexe interne veranderingen wordt nagedacht. Je kunt wel blijven roep dat ‘iedereen nu ook voor online moet gaan werken’, maar als je niet weet wat je online eigenlijk wilt doen, dan heeft dat ook weinig effect.

Radicaal anders
De terechte vraag is natuurlijk, hoe moet het dan wel? De organisatie moet in eerste instantie een heldere journalistieke visie formuleren (wat doe je wat een andere nieuwsredactie niet kan en waarom?), inclusief bijbehorende doelstellingen. In tweede instantie moeten nieuwsorganisaties radicaal anders worden ingericht, anders lezen we over 10 jaar nog steeds dezelfde memo’s. In mijn proefschrift doe ik aanbevelingen om te komen tot een daadwerkelijke innovatieve, crossmediale redactie en ik pleit voor het ‘flippen van newsrooms’, waarbij interdisciplinaire samenwerking de basis vormt van nieuwsorganisaties.

Hierbij nog drie tips om een digitale cultuur te creëren:

    • – Investeer niet langer in de journalisten die nog steeds van mening zijn dat online niet ‘the way to go is’. Richt je uitsluitend op de mensen die wel willen veranderen en zorg ervoor dat zij alle mogelijkheden krijgen om zich te ontwikkelen. En met mogelijkheden doel ik vooral op noodzakelijke tijd en ruimte.
    • – Creëer interdisciplinaire samenwerking. Laat vanaf morgen een groep gemotiveerde journalisten, developers, vormgevers en business analisten samenwerken aan verhalen of nieuwe producten.
    • – Geef je beste online journalist een plek in de hoofdredactie. Zo lang redacties nog hiërarchisch werken, is zo’n plek hoog in de boom nodig om een digitale cultuur te creëren. De meeste hoofdredacties denken dat ze heel online bezig zijn, maar écht begrijpen doen ze het vaak niet. Dat is niet onoverkomelijk (zij kunnen weer andere dingen heel goed), maar zorg er dan wel voor dat je iemand in je hoofdredactie hebt die het wel begrijpt en die verstandige keuzes kan maken.

Leestip: deze post schreef Kirsten Hare op de site van Poynter naar aanleiding van de memo van The New York Times. Zij geeft ook suggesties voor een nieuwe blauwdruk van redacties.

Auteurs

4 comments

  • De NYT is juist enorm succesvol met hun digitale publicaties. Het aantal digital-only-abonnees is de afgelopen twee jaar explosief gegroeid. Daar liggen twee oorzaken aan ten grondslag. De eerste is heel simpel. Ze bedienen een groot taalgebied. En daarnaast is het zo hun doelgroep (hoog opgeleide mensen) best bereid is om voor kwalitatieve en unieke content te betalen.

    Dat tweede punt geldt ook voor het FD. En ja, die boeren ook niet onaardig met hun digitale abonnementen…

    • Hoe lang duurt die moderatie nog? Er zijn al bijna 24 uur verstreken…

    • Marcel, dank voor je commentaar. Dat de NYT succesvol(ler) is, betekent niet dat er intern geen dilemma’s spelen om (nog sneller) een digitale cultuur te creëren. Dat blijkt dus juist uit de memo die ik hier bespreek. De NYT heeft inderdaad vooral het voordeel van een groot bereik, mede door het taalgebied. Het FD doet het hier inderdaad heel aardig, maar ik weet uit eigen ervaring dat het ook daar veel tijd en moeite kost om het vullen van pagina’s minder dominant te laten zijn in de dagelijkse routine. Maar het zijn inderdaad hoopvolle voorbeelden!

  • John Driedonks

    Levensgevaarlijke strategie om je beste (on-line) redacteur in de hoofdredactie te plaatsen; dat wordt een gevecht op leven en dood. Heb nu al medelijden met deze enthousiaste man/vrouw. Hoofdredacteuren managen een krant, hebben ook nog eens te maken met directeuren en aandeelhouders. Zij slopen die online topper, onder druk van hun bazen, die niet allemaal uit Oostenrijk komen zoals de familie Ochs-Sulzberger 🙂