Theorie & praktijk – deel 3: het haakje van Wijnberg

Eind vorig jaar beloofde ik nog te zullen schrijven over de clickbait-term ‘institutionele theorie’. Dit heeft even op zich laten wachten, omdat ik het lastig vind om dit verhaal journalistiek op te schrijven. Maar nu is er een haakje.

 

Rob Wijnberg schreef onlangs over de ‘waarheid’ in de journalistiek. Een mooie aanleiding om meer te vertellen over mijn eigen onderzoek, want wat hij waarheid noemt, zou ik liever als institutionele logica omschrijven.

Instituties zijn geschreven en ongeschreven regels die onze maatschappij bij elkaar houden. Denk aan: het huwelijk, de kerk, de media. Bij instituties horen ook zogenaamde ‘institutionele logica’s; dat zijn de referentiekaders waarmee we de wereld verklaren, beslissingen nemen, handelingen rationaliseren en onszelf identificeren.

Wat heeft dat met journalistiek te maken? Nou; oude mediabedrijven zijn hybride, omdat ze zowel een maatschappelijke als een commerciële doelstelling hebben. Ze hangen hierdoor vaak twee verschillende soorten institutionele logica’s aan. Ik noem ze hier voor het gemak de redactionele en marktlogica. Die kunnen elkaar ook bijten.

Ter illustratie: een Amerikaanse media-consultant die ik sprak, noemde een groep journalisten die hij ooit moest ontslaan ‘de Vietcong’. Hij kon ze er meteen uitpikken, zei hij; de dwarsliggers op redacties. Ik schrok van de oorlogsterm die hij gebruikte, maar weet inmiddels uit de theorie dat binnen organisaties nou eenmaal ‘coalities’ bestaan die verschillende logica’s aanhangen. Zodra ongeschreven regels op papier worden vastgelegd met redactiestatuten, redactieraden of ombudsmannen, duidt dit op coalities en conflicterende logica’s.

Hoe zeer dit conflict oploopt, hangt deels af van het soort klanten en type eigenaren dat een organisatie heeft. Bij een beursgenoteerde onderneming met voornamelijk adverteerders als klanten, overheerst waarschijnlijk een andere logica dan bij een advertentie-vrije startup in handen van journalisten en een stichting die de democratische taak van de pers wil beschermen.

En zo kom ik weer terug bij Rob Wijnberg, zijn startup en waarheid. Bij De Correspondent bestaan hoogstwaarschijnlijk (nog) geen strijdende coalities en conflicterende logica’s. Volgens de theorie ontstaat juist in dit soort nieuwe organisaties vaak een nieuwe institutionele logica die tot sociale innovatie leidt.

En toevallig of niet: meestal hebben dit soort startups ook andere soorten eigenaren en klanten dan oude mediabedrijven. Ze zijn lean & mean, want ze hoeven geen grote ‘hybride’ oude mediaorganisatie overeind te houden voor aandeelhouders die hoge pre-internet winsten willen boeken. Dat geeft veel ruimte voor de creatie van een nieuwe journalistieke waarheid.

Die ruimte is er bij oude mediabedrijven waarschijnlijk veel minder. Die hebben puur door de beperking van hun organisatie (type eigendom en klanten) veel minder mogelijkheden om een nieuwe journalistieke logica zoals die van Wijnberg te omarmen.