principes van de journalistiek

De drie pijlers van de journalistiek

Enige tijd geleden schreef ik op deze plek een stuk over hetzelfde onderwerp waarop ik op dit moment met enkele anderen onderzoek doe. Zeg: de verwarring van journalistiekdocenten in deze tijd van alomtegenwoordige beroering in het vak. Recente examens overtuigden me er weer eens van hoe groot die beroering is. Terwijl de ene aankomende journalist alle heil verwacht van Mojo (mobiele journalistiek), gelooft een volgende in Cojo (constructieve journalistiek) en een derde in Drojo (dronesjournalistiek), om nog niet te spreken van alle andere gadgets, bedenksels, vormen en andere vernieuwingen die op dit moment de ronde doen want in staat zouden moeten zijn de ‘journalistiek van de toekomst’ vorm te geven. Ook op dit blog bulkt het van de fenomenen en begrippen waarvan tien jaar geleden nog nooit iemand had gehoord. Het is net alsof we het vak helemaal opnieuw aan het uitvinden zijn.

Ik geloof er eerlijk gezegd niets van. Dit niet omdat ik een ouwe, conservatieve lul zou zijn (het tweede element in de reeks klopt in ieder geval niet), dit wel omdat ik historicus ben en meen dat de geschiedenis wel iets leert. Bijvoorbeeld dat nieuwe generaties steeds weer denken dat elke scheet het panorama verandert terwijl dat bij nader inzien steeds weer een vergissing blijkt te zijn. Plus ça change, plus c’est la même chose. Waarmee ik niets anders wil zeggen dan dat het meestal zo’n vaart niet loopt.

Natuurlijk verandert de journalistiek, sneller vermoedelijk dan ooit. Natuurlijk zijn we in verwarring hoe het verder gaat met kranten en omroepen. Natuurlijk betekent de digitalisering een omwenteling die we ons twintig jaar geleden niet konden voorstellen. Natuurlijk is het gemakkelijker journalistiekonderwijs te geven met een handboek als dat van Van der Lugt en Kussendrager in de tas dan met een hoofd vol twijfel. Natuurlijk is het fijn als studenten weten dat ze na hun opleiding een baan kunnen krijgen bij Trouw, de KRO of het tijdschrift Boerderij. Natuurlijk zijn veel journalistieke vanzelfsprekendheden verdwenen. Natuurlijk zijn er prachtige vernieuwingen, mogelijkheden, uitvindingen, gadgets. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Er is heel veel veranderd en er verandert nog meer. Maar er is ook veel gebleven. Sterker nog: ik zou zelfs durven beweren dat wat gebleven is op den duur belangrijker zal blijken te zijn dan wat nieuw is – of lijkt.

Vandaar de onvermijdelijke vraag: wat is dan gebleven? Zijn er in onze vloeibare wereld met zijn vloeibare journalistiek nog stenen om op te staan, stevige stenen die liggen op sterke bodem? Volgens mij bestaat over het antwoord geen twijfel: ja.

Drie pijlers kent de journalistiek. Drie pijlers die stuk voor stuk ouder zijn dan het begrip (journalistiek), drie pijlers ook waarop de meeste goede en actuele non-fictie al duizenden jaren stoelt, drie pijlers tot slot die sinds de professionalisering van het vak regelmatig ook als ‘journalistieke basisprincipes’ aangewezen werden. In ieder geval is het zo dat deze drie er volgens mij altijd zijn geweest en ook altijd zullen zijn, crojo, mojo, cojo, immersie, 360 graden en klojo’s ten spijt. Vandaar ook dat het plaatje dat boven dit stukje staat van niemand minder is dan Herodotus, zeg onze eerste journalist.

Pijler nummer 1 kan je misschien nog het beste omschrijven met het korte engelse zinnetje ‘get your facts straight’. Je kan nog zulk mooi nieuws brengen, je kan nog zo prachtig filmpen, je kan nog zo de blits maken, je kan van alles en nog wat maar als je feiten niet kloppen is het allemaal niets waard. Dat feiten en feiten twee kunnen zijn, dat objectiviteit ingewikkeld is (misschien zelfs wel niet bestaat), dat overal mafketels rondlopen die de zaak in het honderd proberen te schoppen, dat je je enorm kan vergissen, dat… Voorbehouden zijn er te over. Maar ook die veranderen niets aan het principe: dat journalistiek zonder feiten en alles wat daarbij hoort (tegenfeiten, wederhoor, interpretatie enz.) geen journalistiek is. Vandaar ook dat een school voor journalistiek iets wezenlijks anders is en ook iets wezenlijks anders moet zijn dan bijv. een filmacademie of een schrijfopleiding. Daar is fictie toegestaan. In de journalistiek niet. Zo simpel is het. En dus is een vak als research of hoe je het ook wilt noemen pijler nummer 1 van elke journalistiek. ‘Get your facts straight’!

Pijler nummer twee is eveneens ouder dan Herodotus: het vermogen een verhaal te vertellen. De feiten mogen nog zo goed en interessant zijn, zonder ordening zijn ze weinig meer dan een bak vol snippers. En dus moeten ze ‘verteld’ worden. Dat kan op tientallen manieren, met woorden, plaatjes, geluid, bewegend beeld, tekeningen, combinaties hiervan, met nieuwe middelen, nieuwe methoden, nieuwe gadgets en een kroontjespen, het maakt niet uit maar het feit, ja feit, blijft: dat journalistiek niet bestaat zonder het vermogen een verhaal te maken van de via research opgedane informatie. Journalisten zijn vertellers.

Bij dat journalistieke verhaal past eigenlijk slechts één kanttekening. Daarmee ben ik bij pijler 3: dat je moet weten hoe de hazen lopen. Je kan nog zo goed research doen, je kan nog zo mooi verhalen vertellen, journalistiek bedrijf je altijd voor derden, noem het maar ‘het publiek’. Maar er zijn tientallen publieken, Herodotus schreef voor een geheel ander type mensen als de journalisten van LINDA., een verslag van een voetbalwedstrijd voor een plaatselijke krant behoeft een geheel andere toon dan een beschouwing over mantelzorg in het NRC Handelsblad. Ook hier weer duizend varianten maar toch één constante: als je niet nadenkt over je publiek, als je niet begrijpt hoe openbaarheid in elkaar steekt, als je het journalistieke veld niet kent, is het allemaal voor de kat z’n viool. Vandaar pijler nummer drie: kennis van het veld, kennis van de journalistiek en de rol die zij speelt, kan spelen, moet spelen in de samenleving. Hieronder vallen ook ethische kwesties, kennis van nieuwe ontwikkelingen en kennis van de traditie van het vak.

Volgens mij heeft goede journalistiek, zelfs nog voordat daarvan sprake was, altijd gesteund op deze drie pijlers, steunt ze daar op dit moment nog altijd op en zal ze er ook in de toekomst op steunen. Samengevat:

  1. Ken de feiten. Research dus.
  2. Zet de zaak op een rij. Verhalen dus.
  3. En weet waartoe en voor wie. Context dus.

Laten we ons niet gek maken. Als we deze principes handhaven, doen we het goed als journalisten, docenten, onderzoekers en anderen die in de journalistiek geïnteresseerd zijn. Al die leuke dingetjes, van cojo tot klojo, mogen erbij komen, graag zelfs, zo lang het maar niet tot gevolg heeft dat we de rode draad uit het oog verliezen. Want dat dreigt nogal eens te gebeuren. En dan loopt het mis.

Als ik het op de school voor journalistiek voor het zeggen had, als ik een nieuw basisboek journalistiek zou schrijven, als ik lesgeef, onderzoek of schrijf, al dan niet over het vak: altijd weer zijn het deze drie principes die me leiden en zullen leiden.

‘Change is the only permanence, and uncertainty the only certainty,’ schreef de filosoof van de vloeibare moderniteit, Zygmunt Bauman, enkele jaren geleden in een nieuw voorwoord van Liquid modernity. Ik ben het daar volstrekt mee eens. Maar het is slechts de helft van het verhaal. De andere helft is dat van de meeste zaken, ook van de  journalistiek, de uitgangspunten dezelfde zijn – en blijven. Vandaar dat het nodig is dat we ons ook daarop concentreren, op het blijvende. Dit juist omdat de veranderingen zo groot zijn.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *