Rapporten

Hieronder vindt u twee samenvattingen naar aanleiding van het rapport van Piet Bakker & Marco van Kerkhoven over Hyperlocals in Nederland. De nieuwe nieuws-websites zijn in kaart gebracht en onderzocht. Daarnaast is er ook onderzoek gedaan naar Hyperlocals in de wereld. De belangrijkste conclusies uit beide onderzoeken zijn hieronder kort gepresenteerd.

Rapport 1: Hyperlocals in de wereld
In de afgelopen vijf jaar is vooral in het buitenland onderzoek gedaan naar lokale online-initiatieven. Bij onze zuiderburen onderzochten D’heer en Paulussen de inhoud van de burgerbijdragen aan ‘Het Belang van Limburg’, een vlaamse regionale krant. In Duitsland bevroegen Fröhlich, Quiring en Engesser burgerbloggers die meewerkten aan de Duitse Myheimat website. Ook in Engeland biedt hyperlocal media-expert Damian Radcliffe een overzicht van een groot aantal Britse lokale mediasites.

Toch zijn de meeste onderzoeken op het gebied van lokale nieuwssites gedaan in Amerika. Zo beschreven de drie Amerikaanse onderzoekers Metzgar, Kurpius en Rowley in hun studie zes Amerikaanse lokale initiatieven. Ook werd een aantal lokale sites voor een langere periode bestudeerd door Naldi en Picard. Miller onderzocht het ontstaan van één Amerikaanse lokale website en bij weer een ander onderzoek bracht Lowrey alle nieuwsmedia in twee Amerikaanse steden in kaart. Churchill en Ubois deden iets soortgelijks in Chicago, het Pew Research Center’s Project for Excellence in Journalism onderzocht in 2010 online en offline-nieuws in Baltimore terwijl de mediasituatie in Seattle door Fancher in kaart werd gebracht.

In Nederland is er het onderzoek van het Stimuleringsfonds voor de Pers (Kik, Bakker, Buijs & Katz, 2012) naar alle beschikbare lokale media in alle Nederlandse gemeenten.

Veel – vooral Amerikaans – onderzoek is gericht op grotere markten, waardoor het niet altijd van toepassing is op Nederland, ook omdat de Amerikaanse mediasituatie behoorlijk afwijkt van de Nederlandse. Maar dit onderzoek geeft wel inzicht in het reilen en zeilen van lokale mediasites. Bijna alle onderzoeken tonen aan dat het opzetten van een lokale site niet het grootste probleem is, want er zijn heel veel nieuwe initiatieven. In Chicago, Baltimore en Seattle ging het al snel om tientallen tot honderden sites. Ook het onderzoek van Radcliffe in 2012 naar Engelse hyperlocals toont dat aan. Er komen dus veel nieuwe sites bij, maar er verdwijnen er ook weer veel. Dat laatste laat zien dat volhouden – of beter gezegd: het aanpassen aan nieuwe omstandigheden – vaak meer problemen geeft dan opstarten.

Burgerjournalistiek en commercie
In het onderzoek ‘We Media’ (Bowman & Willis, 2003) en het boek ‘We the media’ (Gillmor, 2004) gaan de auteurs er vanuit dat vooral burgers zelf het digitale heft in handen gaan nemen. Tekortkomingen op het gebied van de lokale informatievoorziening zouden door betrokkenen zelf worden aangevuld.

Maar het beeld van de ‘lokale’ of ‘hyperlokale’ site is tijdens het laatste decennium veranderd. Zo zijn er veel commerciële initiatieven bijgekomen. In Amerika bijvoorbeeld Examiner.com, wat eigendom is van mediatycoon Philip Anschutz. Examiner.com is in 244 markten aanwezig binnen Amerika en heeft volgens het contributiemodel honderden professionele journalisten in dienst. Een ander Amerikaans voorbeeld is ‘Patch‘. Ook dat is een lokale nieuwssite die actief is in 800 Amerikaanse gemeenschappen.

Wat dichter bij huis vinden we ook voorbeelden van commerciële hyperlocals. Zo is het Duitse myheimat.de in heel Duitsland aanwezig en werkt samen met regionale uitgevers. En in België heeft de krant ‘Belang van Limburg‘ in alle 48 gemeentes in haar verspreidingsgebied een lokale website waaraan nieuwsjagende burgers bijdragen kunnen leveren. In Nederland zelf kennen we Dichtbij.nl als grootste commerciële initiatief.

Rapport 2: Evaluatie van het onderzoek naar lokale nieuws-websites
Dit verslag gaat over onafhankelijke lokale nieuws-websites. Daarvan zijn er honderden in Nederland.Het verslag is bedoeld voor mensen die geïnteresseerd zijn in lokale journalistiek en lokale media en speciaal voor mensen die daar nu al actief in zijn of dat willen worden.

Onderzoek
In het onderzoek zijn 123 verschillen eigenaren gevonden die 350 verschillende sites exploiteren en die nieuws verspreiden over 199 gemeenten. 35 van de 123 eigenaren hebben twee of meer websites in eigendom, in totaal gaat dat om 262 websites. De overige 88 sites maken geen deel uit van een ‘keten’ van lokale sites. De meeste van deze ‘ketens’ zijn overigens niet omvangrijk. De grootste ketens in Nederland zijn Dichtbij (landelijk), HvNieuws (Friesland), Volnieuws (Zuid-Holland) en Itnijs (Friesland) en een groep van 112 sites grotendeels in Gelderland.

De (on)gelijkheid van de lokale nieuwssites
De lokale nieuwssites in Nederland zijn zeer ongelijk verdeeld. De provincies die een hoog aantal lokale sites hebben zijn Friesland, Zeeland en ook een gedeelte van Zuid-Holland. Deze hoge score wordt deels verklaard door de aanwezigheid van veel ketens van lokale sites in deze provincies. Hyperlokale sites zijn overigens niet iets van deze tijd. Van de 123 sites die in 2012 gevonden werden, bestonden er al drie in 1997. De grootste groei was wel in de laatste vijf jaar waarneembaar. Het is overigens lastig om te spreken van groei, aangezien er geen gegevens zijn van het aantal gestopte sites.

Beweegredenen voor de oprichting
Voor vele oprichters van hyperlokale sites was de beweegreden ‘een bijdrage te kunnen leveren aan de gemeenschap’. Daarnaast spelen financiële motieven een rol en het kritisch volgen van het politieke proces in de gemeente. Maar ook ontevredenheid over hoe media de gemeenschap bedienen is een veel voorkomend motief. Velen geven aan dat concurrentie wenselijk was en dat het lokale nieuws zwaar werd onderbelicht.

Inkomsten en personeel
De hyperlokale sites hebben een belangrijke inkomstenbron namelijk advertenties. 90% van alle sites bevat advertenties op de homepage, maar slechts 72% van de sites bevat informatie op de site over hoe je kunt adverteren. Toch is dit niet de enige inkomstenbron, ook donaties en doorverkoop van artikelen komt voor. Velen oprichters werken vaak alleen aan de site. Van een derde van de ondernemingen is er pas na de interviews ontdekt hoeveel stafleden ze in dienst hebben. Vaak gaat dit om 3,6 betaalde of vrijwillige medewerkers per onderneming. De samenstelling van de staf is vaak heel divers, variërend van betaald, onbetaald, parttimers, vrijwilligers etc. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van de ‘betrokken burger’. Kranten plaatsen vaak ingezonden foto’s van burgers.

Berichtverdeling en nieuwsverslaggeving
Het overgrote deel van de hyperlokale websites heeft op de homepage nieuws staan. Gemiddeld gaat dit om 17 berichten. De verdeling is hier zeer divers, vijf sites hebben meer dan 50 berichten op hun eerste pagina, elf hebben er minder dan vijf. Daarnaast wordt er ook volop gebruik gemaakt van video & foto’s, columns, dossiers en andere subafdelingen. Van alle sites zijn de tien meeste recente berichten gecodeerd op onderwerp. De belangrijkste onderdelen in de nieuwsverslaggeving zijn de berichten over de lokale politiek. Bij een gemiddelde site gaan bijna twee van de tien berichten over de politiek. 20% van de sites heeft dus geen politiek nieuws, dat komt vooral door het relatief grote aantal sites dat uitsluitend of voornamelijk 112-nieuws (misdaden, ongelukken en branden) bevat.

Geen enkele site bevat bijvoorbeeld uitsluitend politiek, cultureel of human-interest nieuws. Wel zijn er zeven sites die vooral (meer dan de helft) politiek nieuws bevatten, en drie sites die vooral cultureel (uitgaan, evenement) of human-interest bevatten. Opmerkelijk is dat niet-lokaal nieuws relatief weinig aandacht krijgt. Velen sites maken gebruik van eigen producties, maar er wordt ook gebruik gemaakt van onder andere partners of licht bewerkte persberichten van politie of hulpverlening.

Social media
In het onderzoek is naar voren gekomen dat bij een kwart van de sites het mogelijk is om je als gebruiker te registreren om bijvoorbeeld comments te plaatsen of zelf berichten of foto’s toe te voegen. Ruim 80 procent van de sites (103) heeft een actief Twitteraccount. Twee derde (80) heeft een Facebookpagina in gebruik, maar lang niet al deze sites (55) geven de lezers de mogelijkheid om een bericht te liken en op hun eigen tijdlijn te plaatsen.

De ketens waar in het begin van het onderzoek over gesproken werd, zouden een voorsprong kunnen hebben op het gebied van personeel, technologische kennis en advertentieverkoop. Als we kijken naar de grotere ketens (vijf edities of meer) wordt ook duidelijk waarom Friesland zoveel lokale sites heeft, er zijn niet minder dan vier van deze grote ketens aanwezig in deze provincie. Ook Zeeland en Noord-Holland hebben ketens binnen hun provinciegrenzen. Opvallend is ook dat meer dan de helft van de provincies geen enkele keten hebben. Slechts twee ketens (Dichtbij en Nieuws.nl) opereren op nationaal niveau.

Conclusies
De belangrijkste conclusie uit het onderzoek is niet dat er zoveel lokale en hyperlokale sites zijn aangetroffen in Nederland. Het blijkt dat er nogal wat sites zijn verdwenen of van opzet zijn veranderd en dat de hyperlokale markt een permanent en snel veranderend landschap is. Daarnaast is men in Nederland op het gebied van online-nieuws geobsedeerd door het begrip ‘innovatie’. In de hyperlokale markt is er geen sprake van plotselinge groei maar ook geen sprake van een afname van groei, de ontwikkeling is nogal geleidelijk. Het blijkt dat het probleem niet zit in het op zetten van de sites maar het in de lucht houden ervan, het aan te passen en te laten groeien. Op basis van deze analyse zou beleid ten aanzien van lokale nieuwssites minder gericht moeten zijn op het bedenken, ontwikkelen en in de markt zetten van nieuwe initiatieven. Ze zouden meer moeten aanpassen, door het ontwikkelen en verbeteren van bestaande modellen vooral op bedrijfsmatig en technisch gebied. De sector zou daarbij zelf ook een belangrijke rol spelen. Veel sites doen het op onderdelen namelijk heel goed, en leren van inspirerende voorbeelden is misschien wel de beste leerschool.

Piet Bakker & Marco van Kerkhoven
J•lab – Lectoraat Crossmediale Kwaliteitsjournalistiek
Kenniscentrum voor Communicatie en Journalistiek, Hogeschool Utrecht