Nieuwsnieuwtjes. Verwarring over wat nieuws is – en wat niet

Voor nieuwsjournalistiek zijn dit lastige tijden. Het laatste pijnlijke nieuwsnieuwtje is dat de regering Trudeau aan het Canadese ministerie van Cultuur en Sport (Departement of Canadian Heritage) de opdracht gegeven heeft een onderzoek te verrichten naar een medialandschap waaruit de twee grootste spelers van dit moment verdwenen zijn, ja echt verdwenen. Het schijnt zo slecht te gaan met de twee grootste mediabedrijven van het land (Postmedia en Torstar) dat sommigen er serieus rekening mee houden dat de hele zaak in elkaar zakt. NiemanLab formuleerde het zo: hoe ziet een toekomst zonder nieuws eruit?

De vraag is vanzelfsprekend absurd. Er is nog nooit een moment zonder nieuws geweest en er zal dus ook nooit een toekomst zonder nieuws zijn. Feitelijk is dat dan ook niet het punt. Dat is of het nieuws van vandaag & morgen die naam nog wel verdient.
Wat dat betreft waren er in afgelopen weken ook wat andere pijnlijke nieuwtjes. Een daarvan betrof de fabricage van nepnieuws. Daarover publiceerde ik vandaag een uitvoerig artikel in De Groene Amsterdammer. Daaruit twee passages:

• Het probleem van de intellectuele bovenlaag is altijd geweest dat zij getalsmatig in de minderheid is. Deze handicap heeft de kleine groep van, zeg, dominee, dokter en notaris, ‘drievuldig beeld van al wat wijs en waar is’, tot voor kort weten te compenseren met haar intellectueel gezag en de hieraan gekoppelde beheersing van de communicatiemiddelen. Maar precies dat is door het internet veranderd. Vanuit een dergelijk perspectief zou je de klachten over dat internet en het daarop verkondigde (nep)nieuws dus ook kunnen bezien: als de onvrede van een maatschappelijke groepering die zijn macht kwijt raakt, als een klassiek politiek probleem dus.

• Toch is dit hoogstens de helft van het verhaal. Uiteindelijk doet het er bij nepnieuws immers niet toe wie het zegt maar wat er gezegd wordt. Nepnieuws betreft de inhoud, niet de bron of de vorm. Althans, zo zou het moeten zijn. Helaas is diezelfde bovenlaag juist aangaande de verschillen tussen een en ander in afgelopen jaren behoorlijk de weg kwijt geraakt… Zo bezien is het geen wonder dat het begrip post-truth door de Oxford Dictionary nu al uitgeroepen is tot het woord van het jaar 2016 en dat alom gesproken wordt van een post-truth society, post-truth politics en een post-truth era. Google trends laat zien dat dergelijke uitdrukkingen al een jaar of tien door de Engelse taal sluimeren maar op dit moment, met zo’n 15 miljoen hits, als bij toverslag de wereld veroveren. We lijken de waarheid voorbij. Maar wat bevindt zich aan de overkant van de waarheid? Kan het iets anders zijn dan de leugen?

Wat ik in dit artikel niet deed is proberen Europese en Aziatische netwerken van nieuwsfantasten in kaart brengen. Daar is ondertussen wel ’t een en ander over bekend. Zie hier bijvoorbeeld – en hier of hier. In één zin gezegd: zorg gewoon dat je iets bedenkt dat op sociale media uitvoerig wordt gedeeld en je kan behoorlijk wat geld verdienen. Nieuws is dus niet wat nieuw of wetenswaardig is, nieuws is wat verkoopt. Overigens is dit laatste vanzelfsprekend weer niets nieuws zoals ook het bestaan van nepnieuws oud nieuws. Nieuw is hoogstens de mate waarin en de schaamteloosheid waarmee een en ander gebracht wordt – plus het kennelijke gemak waarmee het geloofd wordt.

aer2hpyDit laatste wordt geïllustreerd door een derde pijnlijk nieuwsnieuwtje van afgelopen dagen en is afkomstig uit een onderzoek van de Stanford University. Uit dat onderzoek blijkt meer dan tachtig procent van de teenagers niet in staat is echt en verzonnen of commercieel nieuws van elkaar te onderscheiden. Een aardig voorbeeld hiervan is de inschatting van de foto van bloemen bij de kerncentrale van Fukushima. Deze foto heeft als bijschrift dat het plaatje alleen al genoeg zegt. Hoezo denk je dan? Maar wat blijkt: bijna 40% van de jongeren blijkt het eens te zijn met de bewering terwijl slechts 20% vraagtekens bij de foto zet. De conclusie van het rapport laat aan duidelijkheid dan ook niets te wensen over: ‘overall, young people’s ability to reason about the information on the Internet can be summed up in one word: bleak.’

Wat moeten we hier nu mee. Google, Facebook en andere bedrijven hebben al allerlei maatregelen aangekondigd, waaronder robots. Maar ik betwijfel zeer of dat zal helpen, onder meer omdat blijkt dat velen in zoiets als een echokamer verblijven: ze horen of zien slechts wat ze willen horen of zien en zijn ziende blind en horende doof voor al het andere. En sociale media, zo weten we, zijn prachtige echokamers.. Er is maar één ding dat wellicht helpt: mensen vanaf jonge leeftijd mediawijsheid bijbrengen. Dat is iets anders en veel meer dan ICT-lessen. Zo is plaatjeslezen een onderdeel van die mediawijsheid. Alleen leren letterlezen past in onze beeldcultuur niet meer.

Een reactie

  • John Driedonks

    Interessant verhaal, dat bij mij “de voormalige nieuwstijger” weer eens leidt tot een woede-aanval. Bijna niemand van mijn oudere jaars studenten journalistiek interesseert zich voor “het nieuws”. Dat heeft vooral te maken hoe collega’s “nieuws” definiëren vanuit containerconcepten zoals politiek-economie-cultuur. Studenten interesseren zich wel degelijk voor “nieuws”, maar het is hún nieuws. Aan ons docenten is het de koppeling te leggen met het construeren van originele verhalen, gebaseerd op feiten en cijfers en geautoriseerde bronnen. Instrumentele zaken zoals publicatieplatforms, van lineriare televisie tot en met mobiele toepassingen vormen het sluitstuk.