Kan je mediawijsheid meten?

Eerste artikel in een reeksje over mediawijsheid

Ja en nee.

Ja:

in ieder geval is het zo dat sinds 2009, 2010 zowel op Europees als op nationaal, Nederlands en Belgisch niveau heel wat acties ondernomen en instrumenten ontwikkeld zijn om mediawijsheid te meten. De in Nederland meest vermelde daarvan is die van het op dit moment (10) jarige mediawijzer.net, en wel het in 2011 gepubliceerde startdocument Meten van mediawijsheid. Op basis hiervan werd een zogenoemd competentiemodel mediawijsheid ontwikkeld. Hierin wordt mediawijsheid opgedeeld in 10 competenties:

• Inzicht hebben in medialisering van de samenleving
• Begrijpen hoe media worden gemaakt
• Zien hoe media de werkelijkheid kleuren
• Apparaten, software en toepassingen gebruiken
• Oriënteren binnen mediaomgevingen
• Informatie vinden en verwerken
• Content creëren
• Participeren in sociale netwerken
• Reflecteren op het eigen mediagebruik
• Doelen realiseren met media

Op Europees niveau werden vergelijkbare ‘instrumenten’ of eigenlijk doeleinden ontwikkeld. Maar zoals iedereen begrijpt is hiermee nog niets gezegd over de eventuele mediawijsheid van het publiek. Vandaar dat het antwoord op bovengenoemde vraag tegelijkertijd tegenovergesteld is:

Nee:

’Meer les maakt je niet “mediawijzer”’ kopte het NRC Handelsblad in november 2017 dan ook. Dit naar aanleiding van de kort daarvoor gepubliceerde Monitor Jeugd en Media van Kennisnet. Want wat bleek?

NRC-Handelsblad:

Voor het eerst kent het onderzoek een deel waarin de ‘digitale geletterdheid’ van scholieren werd getoetst, in het bijzonder hun digitale informatievaardigheden en media- en nieuwswijsheid. In tijden van toenemende zorg over nepnieuws, Russische beïnvloeding van de publieke opinie, en een snel digitaliserende samenleving zijn dat belangrijke thema’s, aldus Remco Pijpers. Hij is een van de auteurs van het rapport. “Ik ben al twintig jaar bezig met deze leeftijdsgroep. Ik wist dat de digitale geletterdheid van scholieren beter kon, maar ik schrik toch als ik zie hoeveel moeite een online zoekopdracht kost.” En dat terwijl er de afgelopen jaren meer aandacht voor is gekomen, met een wildgroei aan mediawijsheidprogramma’s tot gevolg. “Scholen proberen al heel lang kinderen digitaal geletterd te krijgen, maar uit het onderzoek blijkt dat die lessen weinig effect hebben.

Monitor Jeugd en Media:

Wat de jongeren gemeen hebben, is het vertrouwen in hun eigen digitale kunnen. Ze geven zichzelf een hoog cijfer voor digitale kennis en vaardigheden. Uit de praktische toets die we afnamen, komt echter een ander beeld naar voren. Met de toets is getracht verschillende deelvaardigheden van digitale geletterdheid in beeld te brengen.

De resultaten suggereren dat leerlingen van verschillende niveaus niet kritisch zijn tegenover de informatie die zij vinden op internet en niet goed weten hoe ze de gevonden informatie op betrouwbaarheid moeten beoordelen. Minder dan de helft van de leerlingen laat zien dat zij informatie die zij via internet verzamelen, kunnen verwerken voor een specifiek doel. Ook informatie uit verschillende bronnen samenvoegen om een bestaande tekst aan te passen, lukt minder dan de helft van de leerlingen. Daarbij scoren de leerlingen van het vmbo het laagst. Ook andere studies laten een dergelijk beeld zien. Alleen het zoeken naar feitelijke informatie lijkt voor vmbo-leerlingen een bekende vaardigheid te zijn. De competenties in de andere deelcategorieën van het gebruikte raamwerk (beoordelen, verwerken en presenteren) beheersen vmbo-leerlingen in veel mindere mate.

In komende jaren zal het vak mediawijsheid een integraal onderdeel gaan uitmaken van het Nederlands schoolcurriculum. Reden om daarover op deze plek een serie artikelen te beginnen. Dit is nummer 1. Het volgend artikel zal een korte geschiedenis zijn van het ontstaan van de term ‘mediawijsheid’.