De krokodillentranen (huilie huilie) van GeenStijl

Aan grote woorden en grote namen geen gebrek bij de discussies over de oproep aan adverteerders om te stoppen met het sponsoren van GeenStijl: “vrijheid van meningsuiting!”, “censuur!”, “NSB-praktijken!”. Communicatie-goeroe Jan Driessen noemde de oproep in Adformatie “belachelijk en gevaarlijk”. Volkskrant-columnist Bert Wagendorp was “het niet eens met de oproep aan adverteerders”. AD-verslaggever Wierd Duk nam het ook op voor nodeloos kwetsend, want zonder GeenStijl was “NL-opinieland een soort van USSR geweest”.

Een oproep aan adverteerders lijkt een stevige stap, en een betrekkelijke noviteit in de Nederlandse journalistiek. Het tast in principe de scheiding tussen commercie en redactie aan: waar blijven we als adverteerders de media-agenda, of erger nog, het media-aanbod, kunnen dicteren?

Dat lijkt een noviteit maar het is het niet. Adverteerders bepalen al decennia de inhoud en het aanbod van de media. Adverteerders boycotten, steunen, bewerken en bedreigen media al jaren. Media plaatsen berichten niet omdat ze bang zijn dat adverteerders afhaken (en ze plaatsen weer andere berichten om adverteerders te paaien). Gedrukte media – in de tijd dat die media voor het grootste deel afhankelijk waren van adverteerders – waren gevoelig voor die druk. De Chinese muur tussen redactie en commercie heeft bij veel media nooit bestaan.

Nieuw is dat niet de adverteerders in het geniep de media proberen te bewerken maar dat de lezers – de slachtoffers – dat in het openbaar doen. Eerder een vorm van emancipatie dan een bedreiging van de persvrijheid.

En het gaat nogal ergens over: de publieke oproep om verkrachingsfantasieën te delen om iemand die kritiek levert bewust te beschadigen. Geen klein bier. En geen zaak voor Freedom House maar voor de strafrechter.

Een reactie

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *