Journalist Ad van Liempt: ‘De oude schoolmeester in mij is nu wakker geworden’

Ondanks dat hij in een eenvoudig gezin in Utrecht opgroeide, ontdekte hij al snel zijn interesse in politieke en maatschappelijke onderwerpen. Hij werd vervolgens chef binnenland bij het NOS Journaal en klom omhoog als hoofdredacteur van NOVA, de voorloper van Nieuwsuur. ‘Televisie en geschiedenis gaan heel goed samen’, met dat motto in zijn achterhoofd startte hij de televisieseries Andere Tijden en Andere Tijden Sport. En ondanks het feit dat hij met pensioen is, werkt hij als docent op de School voor Journalistiek en toert door het hele land om lezingen te geven. Journalist en programmamaker Ad van Liempt is een veelzijdige man met een hart voor ‘zijn’ vak. Tijd voor een goed gesprek in hèt journalistencafé van Utrecht, Le Journal.

 

Ad van Liempt gefotografeerd door Mike van Breemen

Ad van Liempt komt het café op Neude binnen met zijn hoed op. Met een brede glimlach op zijn gezicht begroet hij de cafémedewerkers, als trouwe klant kent hij het café namelijk op zijn duim. Hij gaat voor me zitten, trekt zijn lange jas uit en we bestellen een drankje. Ik studeer aan de School voor Journalistiek en dus kom ik Van Liempt geregeld tegen op de Uithof in Utrecht. Hij geeft daar immers gastlessen en colleges over de geschiedenis van de journalistiek en kent de kneepjes van het televisievak. We hebben afgesproken te tutoyeren.

 

LEZINGEN

Je bent geboren in Utrecht, maar je woont nu in Nieuwegein. Al meer dan 40 jaar. Waarom?

‘Toen ik met mijn vrouw ging trouwen en kinderen kreeg, was er in Utrecht nauwelijks woonruimte. We konden een flat krijgen in Nieuwegein, waar ik heel blij mee was. Toen de kinderen groter werden, wilden we een normale gezinswoning hebben. Voor jonge opgroeiende gezinnen was het erg voordelig en bovendien als je even doortrapt, ben je binnen twintig minuten op de fiets in het centrum van Utrecht. Ik maak heel veel kilometers en ik woon heel erg centraal. Centraler kan je bijna niet wonen.’

 

‘Ik ben gepensioneerd, maar geef nog elke week een lezing’

Waar maak je al die kilometers voor?

‘Ik geef veel lezingen, denk zeker één per week. Als je boeken schrijft, kom je in een soort leescircuit. Elke week lezingen geven, is niet standaard, maar wel een beetje mijn leven geworden. Ik ben gepensioneerd, ik heb hier en daar wel wat werkjes, maar heb veel vrije tijd. Ik vind lezingen geven ontzettend leuk. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat ik op mijn oude dag schoolmeester ben geworden. De oude schoolmeester in mij is nu wakker geworden.’

‘Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat ik op mijn oude dag schoolmeester ben geworden’

 

Wat voor publiek heb je dan?

‘Heel veel zestigplussers, omdat het over geschiedenis gaat. Veel over de Tweede Wereldoorlog, maar de populairste lezingen zijn vaak degene over de periode na de Tweede Wereldoorlog (1945-1950). Ik heb een boek geschreven Na de Bevrijding, dat ging gelijk met de televisieserie van de NTR wat een jaar of drie geleden werd uitgezonden. En toen is ook dat boek uitgekomen. Dat is een heel leuk boek vind ik zelf, omdat ik meer dan honderd lezingen over dat onderwerp heb gegeven in het land.’

 

Dat schijnt dus populair te zijn.

‘Ja, een ontzettend interessant onderwerp. Veel mensen hebben dat meegemaakt of bijna bijgemaakt als kind. Maar wat er precies gebeurde in die tijd, een sombere en spannende tijd, is bij niet iedereen bekend. Dat weet men nu pas doordat de archieven opengaan en er dagboeken zijn gepubliceerd: langzamerhand wordt duidelijk wat er achter de schermen van de zeer gesloten politiek gebeurde.’

‘Hoe meer je ervan weet, hoe minder je ervan snapt’

Dus veel mensen krijgen van jou een lezing over details die ze nog helemaal niet wisten.

‘Ja, waarom zijn wij oorlog gaan voeren in 1947? Daar geef ik een lezing over. Van het woord oorlog schrikken ze al, want we hebben geleerd dat het acties waren en zo hebben we het ook beschouwd. En langzamerhand dringt het tot de samenleving door dat er toch echt oorlog was, twee jaar na onze eigen bevrijding. En waarom we dat gedaan hebben? Een groot raadsel waar ik mijn hele journalistieke carrière zowat aan heb besteed. En de conclusie was: hoe meer je ervan weet, hoe minder je ervan snapt.’

 

Hoe meer je ervan weet, hoe minder je het snapt?

‘Ja, dat je snapt hoe het gebeurd is. Het is fascinerend. Ik ken langzamerhand de sleutelmomenten: de wezenlijke beslissing, waardoor je de tijd beter gaat begrijpen. En dat ga ik aan mensen vertellen. Het publiek is mij daar vaak erg dankbaar voor. Het zijn ook leuke avonden. Dit is een betekenisvolle tijd. Mensen gaan de deur weer uit. Vroeger zaten ze nog achter de televisie, maar mensen komen nu meer naar zalen.’

 

OORLOG

Waar komt die interesse in de oorlog eigenlijk vandaan?

‘Ja, dat is een raadsel. Dat wordt me vaak gevraagd.’

 

‘We waren een doorsnee gezin, waar we het eigenlijk niet over de oorlog hadden’

Een vrij logische vraag denk ik, omdat uw boekenlijst vol staat met verhalen en boeken over de Tweede Wereldoorlog.

‘Het is moeilijk uit te leggen. Ik heb niets van huis uit meegekregen, in die zin dat we een doorsnee gezin waren, waar we het niet veel over de oorlog hadden. Ik heb zelf op mijn zestiende een boek uit de bibliotheek gelezen over de oorlog, dat een goed overzicht geeft van de nazimisdaden. Dat raakte mij zo diep, dat ik daar alles over wilde weten. Sindsdien ben ik niet meer opgehouden met lezen. In 1988 ging ik voor de NOS een project doen, de remake van de televisieserie de Bezetting. Een fameuze serie uit de jaren 60 van Louis de Jong, directeur van de oorlogsdocumentatie: 21 delen in de jaren 60, wat de aandacht van de oorlog in Nederland tot ongekende hoogten heeft gebracht.’

‘In 1988 had de NOS het plan er een nieuwe serie van te maken: de serie nog één keer te maken met nieuwe beelden. De Jong heeft het opnieuw geschreven en ik werd aangewezen de eindredactie en de filmresearch te doen. Toen heb ik twee jaar samengewerkt met Louis de Jong, achteraf een enorm voorrecht. De Jong was dè hoogleraar van Nederland over de oorlog. Hij heeft heel veel kennis, een enorm inzicht en daar had ik een soort privéles van, twee jaar lang. Ik deed de filmresearch. Tussen 1965 en 1988 was er enorm veel nieuw filmmateriaal opgedoken en dat heb ik allemaal verzameld en aan hem voorgelegd. En dan koos hij daaruit wat hij mee zou nemen in zijn manuscript.’

 

Hoe is er gereageerd op de serie?
‘Er gebeurde van alles. Kort voor de opnames kreeg De Jong een beroerte, heeft hij heel hard gewerkt om de spraak weer op te pakken en met visioenen en therapieën en logopedie zich zodanig te herstellen dat hij het zou halen. Maar hij haalde het niet. Een enorme tragedie want hij had zich er erg op verheugd om de film nog een keer te laten zien, maar dat ging niet meer. Dat was heel triest.’

(stilte).

‘De serie is niet onverdeeld ontvangen, omdat het een verouderde vorm van televisie was. Dat realiseerde ik mij ook wel, maar er was besloten een remake te maken, geen nieuwe serie, maar een remake van de oude serie: dus dezelfde stijl waar De Jong voor was gecontracteerd. Hij ging het opnieuw schrijven en nieuwe inzichten opdoen, maar maakte geen nieuwe serie, maar een remake. Het was toen al een verouderde serie, maar wel buitengewoon waardevol en interessant. Het is niet heel goed bekeken, maar het idee om zelf ooit een serie over de oorlog te maken, is nooit uit mijn hoofd gegaan. En dus kwam er in 2009 een serie met Rob Trip die ik zelf heb geschreven. Een erg lang project, toen hadden we al een soort ‘geschiedenisvertelschool’ op televisie opgericht. Uit die school is de serie verder helemaal voortgekomen.’

‘Andere Tijden wilde ik vanaf het begin al voor de eeuwigheid gaan maken’

 

ANDERE TIJDEN (SPORT)

Waarom was dat nodig volgens u: via televisie een verhaal over de oorlog vertellen?
‘Televisie was hèt massamedium geweest de afgelopen 50 jaar en mij is gaandeweg duidelijk geworden, dat werd het al in de jaren 80 en 90 toen ik bij NOVA werkte, dat de combinatie tussen televisie en geschiedenis ideaal is. Televisie en geschiedenis zijn voor elkaar gemaakt: verhalen vertellen op televisie kan indringender dan via welk ander medium bijna, mits goed gedaan. En mij viel bij NOVA op dat als er een historisch onderwerp werd behandeld, dat bijna altijd een hogere kwaliteit kreeg, omdat het goed werkt. Ooggetuigen werken goed plus feitelijke, goeduitgezochte informatie, een werkelijkheid dicht mogelijk benaderen, kan heel goed werken. Als er meerdere bronnen beschikbaar zijn om dat te vertellen, is dat een geweldige formule! Dat leerde ik tijdens mijn NOVA-tijd.’

‘Maar het stond nog niet structureel op het programma. Ik heb in 1999 samen met een collega een plan gemaakt voor een televisiegeschiedenisprogramma, waarmee ik naar de directie ben geweest. Structureel geschiedenis doen was het plan voor Andere Tijden, waarmee ik naar de hoofdredactie ben gegaan en die zeiden gelijk ga het maar doen. Ik wilde ophouden met NOVA. Dat plan wilde ik iedere week doen. Toen zeiden ze we gaan het een jaartje uitzenden, maar ik wilde het niet voor een jaar doen. We gaan het voor de eeuwigheid doen, was mijn reactie toen. Tenslotte komt er elke dag geschiedenis bij.’

‘Televisie en geschiedenis zijn voor elkaar gemaakt’

 

Je ging niet akkoord met één jaartje geschiedenis op tv?

‘Nee, daar had ik geen zin in. Die formule geloofde ik wel in, maar ik heb er de nadrukkelijke voorwaarde aan gesteld dat ik het langer wilde maken dan voor één jaar. Het probleem was dat er wel geschiedenisprogramma’s waren daarvoor, maar die werden gestopt of gestaakt na een jaar of korter. En daarna ging iedereen weer weg van de redactie, waardoor je geen expertise behield. Mijn idee was, we moeten Andere Tijden maken, waarin veel ervaring en expertise zit en waarbij je elkaar steeds weer een stapje verder helpt. Dat was de voorwaarde voor Andere Tijden. Het bestaat nu zeventien jaar, onafgebroken. Het programma is niet in gevaar, maar wordt juist steeds beter. Er blijft een stijging inzitten, omdat er steeds nieuwe mensen bijkomen die nieuwe expertise meebrengen.’

‘Andere Tijden is dè parel van de Nederlandse televisie’

Kijkt u nog steeds naar Andere Tijden, ondanks dat je er niet meer bij bent.

‘Ja, ik vind het de parel van de televisie. Ik sla er wel eens één over, maar als het kan, kijken we live. En dat geldt ook voor Andere Tijden Sport, een paar jaar later uit dezelfde gedachte ontstaan. Maar daarbij heb ik als nadrukkelijke voorwaarde gesteld dat je daar een cross-over van moest maken van de combinatie van de research en capaciteiten van Andere Tijden en de sportkennis en het sportarchief van Studio Sport. Dus dat kun je alleen maar met Studio Sport maken, dat was mijn voorwaarde. Die combinatie van de researchpower van Andere Tijden, beste research en onderzoeksredactie van de televisie in Nederland en de grote sportkennis van Studio Sport is fantastisch. Als je dat bij elkaar brengt, kun je zoiets bijzonders maken.

 

Wanneer is iemand geschikt voor een portret in Andere Tijden Sport? Als die een beetje vergeten is door het publiek?
‘Nee, zo kun je dat niet zeggen. Daar is niet een profiel van te maken, dat is het voordeel van de sportkennis van Studio Sport. Die leidt ertoe dat ze zeggen hè zullen we eens Hennie Kuiper vragen, die een lekke band had in de volle finale van Parijs Roubaix in 1983. Of zullen we Joop Zoetemelk vragen over de Alpe d’Huez. Er moet altijd iets van drama inzitten. Iets van spanning of drama. En dat moet uit de research komen of van tevoren in het onderwerp zitten. Er wordt research gedaan en dan vallen onderwerpen omdat ze tekort schieten. Maar er is geen duidelijk profiel te maken van een sporter. We hebben geen standaard eisen waar een sporter aan moet voldoen. Je kunt wel bij ieder onderwerp zeggen of het scoort of niet.’

‘Een favoriete aflevering was een onderwerp wat Kees Jongkind heeft gemaakt over twee Nederlandse, jonge motorcrossers. Ze waren allebei even sterk en er was een soort tweestrijd om de Nederlandse titel en de wereldtitel tussen Dave Strijbos en John van den Berk. In één van die wedstrijden komen ze met elkaar in botsing op een circuit. Ze probeerden na het vallen weer op te staan. Toen gingen ze verder en één van de twee kon niet meer verder. Bij onderzoek bleek dat zijn benzinekraantje dichtstond (lachend). Dat onderwerp ging over de vraag wat is daar gebeurd met dat kraantje? Een soort detective, heel knap gemaakt. Het is niet eens opgehelderd, maar los daarvan, die focus op iets curieus, een benzinekraantje, is briljant. Die beelden zijn bekeken, nog closer, nog closer en in die serie wordt wel een verdenking opgebouwd. Een supporter hebben ze opgespoord en geïnterviewd, maar die ontkent. Hier kun je niet van tevoren zeggen: we moeten een onderwerp over een benzinekraantje doen. Maar je kunt wel een inschatting maken wat er gaat gebeuren: is er een gebeurtenis, is er een verhaal over te vertellen en kunnen we dit filmen.’

 

Was dat één van de eisen toen u dit wilde maken: het moet niet een sporter zijn die altijd maar alles wint.

‘Ja, er is een drama-opbouw. Het heeft ook iets theatraals. Het verhaal zelf moet iets van spanning hebben. Een klassieke, Griekse drama is altijd prettig. Er moet iet vreselijks gebeuren of hoe iemand zich daarvan herstelt. Alleen maar een rechte lijn omhoog is behoorlijk saai, maar de opkomst en de ondergang van iemand wordt veel interessanter.’

 

CHEF NOS

Je bent chef Binnenland geweest bij de NOS. Wat waren jouw taken daar?

‘Ik verdeelde het werk en had een belangrijke rol in de redactievergaderingen. Je hebt zo’n vijfhonderd onderwerpen per dag en daar kies je er zes van. In die selectie speel je als chef Binnenland een fatale rol. Je legt het uiteindelijk aan de hele staf voor. Je hebt twee grote vergaderingen per dag: een ‘ s ochtends over het Journaal die dag en éen s’ middags over de Journaals voor de komende dagen. Tijdens die productievergaderingen legde je je voorlopige selectie voor. Je gaf dan je voorkeur aan als chef en dan kon het goed zijn dat iedereen zei ja, goed idee of nee, dat gaan we niet doen, we hebben andere belangrijkere zaken.’

‘Bij de NOS heb ik geleerd razendsnel keuzes te maken. Daar deed ik de hele dag niets anders dan knopen doorhakken’

Je maakt dus constant keuzes als chef. Vond je dat lastig?

‘Nee, als je één ding wordt geleerd binnen de journalistiek is het keuzes maken en knopen doorhakken. Je doet de hele dag niet anders. Ik heb er nu nog steeds veel plezier van, want ik heb geleerd snel te kiezen. Dat wil niet zeggen dat ik per definitie goed kies, maar ik heb wel veel ervaring met kiezen. En dat betekent dat dat een enorm voordeel is bij mijn branche, zoals boeken schrijven. Daar maak je ook voortdurend keuzes. Wat haal ik weg? Waar leg ik de accenten? Het is alleen maar kiezen. Ik heb zo’n ongelofelijk intensieve periode meegemaakt van kiezen bij het Journaal en bij NOVA als bij Andere Tijden: ik ben altijd aan het kiezen. Ook kiezen tussen mensen: wie laten we dit doen? Wie kan ik erbij hebben en wie niet?’

‘Een foute, snelle keuze is beter dan geen keuze’

Dat betekent dat je soms steken laat vallen omdat je zo snel moet kiezen.

‘Het is beter om een snelle, foute keuze te maken dan geen keuze. Bij het Journaal en een ingewikkelde nieuwsmachine wacht vaak alles op een keuze. Gaan we dit nou doen of niet? Sturen we er een technische ploeg naartoe? Alles moet voorbereid worden. We moeten het nu weten, anders halen we het niet meer. Alles wacht op een keuze. Als je dan kiest voor het uitstellen van je beslissing, dan ga je sowieso fout op praktische, productionele keuzes. Ik heb soms ook een keuze gemaakt met het risico dat het een foute was. Die druk van de productionele omstandigheden is dan zo groot, dat je snel een keuze moet kunnen maken. En dat is een rare stelling.’

 

De NOS is groot, iedereen kijkt ernaar. Dan moet je goede keuzes maken.

‘Maar als je nu nog naar Heereveen moet voor een interview, dan moet je een paar uur van tevoren een beslissing hebben genomen. Je kunt dat niet om half acht pas doen voor het achtuurjournaal. Die productionele beperkingen leren je snel keuzes te maken. Het misvormt je wel, maar je gaat leren snel een beslissing te maken.

 

SCHOOL VOOR JOURNALISTIEK

‘Ik kom veel studenten tegen die zich niet voor politiek interesseren’

Maar je geeft dus ook gastcolleges op de School voor Journalistiek. Maar van de School voor Journalistiek wordt nog geregeld gezegd dat het een school is voor de linkse elite. Ben jij het daarmee eens?
‘Ik merk er helemaal niks van, in tegendeel: ik merk veel apolitiek, veel studenten die zich niet voor politiek interesseren. In de jaren 70 en 80 waren veel studenten nog erg bevlogen met politiek, mensen zaten op onze school om de wereld te verbeteren. Nu merk ik daar niks van.’

 

Wat voor studenten kom je nu tegen dan?

‘Ik kom van de televisie-afdeling en het grote verschil tussen de studenten zijn de ambities van de studenten om het vak te leren: ze zijn heel erg leergierig, hangen bij wijze van spreken aan je lippen en zijn gevoelig voor praktijkervaring. Die ervaring zorgt voor heel veel drive bij studenten.’

 

NOVA

Bij NOVA was je hoofdredacteur. Was je dan nog wel journalist of meer manager van het geheel?

‘Ja, dat vind ik een rotwoord: manager. Ik heb mezelf nooit manager gevoeld. Je bent dan meer iemand die alles faciliteert. Bij NOVA ging ik naar de hoofdofficier van Justitie in Rotterdam om er daar door te krijgen dat wij met een verslaggever met een ploeg mee mochten naar een inval in een crimineel pand. De politie zou daar een geheime inval doen. Daar willen ze geen pottenkijkers bij hebben, maar een uitzending in NOVA waarin politie kan laten zien wat zij doen en waarom zij dat doen, was positief voor hun. Dat wilden ze wel, maar de politie wilde eerst zien wat er dan uitgezonden zou worden. Toen zei ik ja, dat gaat niet door. Toevallig is het in Nederland zo geregeld dat de journalist bepaalt. Wel kun je zeggen in verband met het onderzoeksbelang mogen een aantal zaken niet op camera opgenomen worden. De journalist bepaalt, ik ga niet mijn bandje inleveren bij de politie zodat de politie bepaalt. De politie vond dat vervelend want ze deden dat altijd bij iedereen. Maar bij mij zijn het de journalisten die de eindredactie doen, niet de politie. Ik weet niet wat u op school geleerd heeft, maar wij hebben hier vrijheid van pers. Wij hebben geen toestemming nodig om beelden uit te zenden.’

‘We mochten uiteindelijk filmen en moesten in verband met het onderzoek bepaalde zaken uit beeld laten. De privacy van de rechercheurs moest niet in het geding komen. Beslissingen moet je van tevoren maken, zodat er niet onenigheid over is. Dan faciliteer je dus een project, waardoor je iets kan maken wat niemand heeft: exclusiviteits- en nieuwswaarde is erg belangrijk.’

‘Bij NOVA maakten we topjournalistiek mogelijk’

Is dit meer onderhandelen of journalistiek?
‘Dit is het mogelijk maken van topjournalistiek. Als je in een magazijn werkt, weet je precies waar alle schroeven en moeren liggen en je blinkt uit in opslag en materiaal. Dat is hetzelfde als in de journalistiek werken: weten wat je nodig hebt om ergens aan te beginnen. Maar als je goed stukjes kunt schrijven en je daardoor wordt gevraagd als chef, kun je vaak geen stukjes meer schrijven. Een voorbeeld van Peter’s principle, waarbij je niet meer mag doen waar je goed in was. Dan kom je op een plek te zitten die misschien eervol en beter betaald is en zorgt voor een soort opwaartse, sociale mobiliteit, alleen je wordt er doodongelukkig van.’

‘Bij NOVA werd ik erg ongelukkig van het hoofdredacteurschap. Ik wilde van die ellende af!’

Heb jij je ooit ongelukkig gevoeld op de plek van chef?

‘Ja, dat is bij mij dan ook een belangrijk punt geweest om te stoppen als hoofdredacteur bij NOVA. Ik kon dat behoorlijk goed, onderhandelen en faciliteren. Ik ben hoofdredacteur van NOVA geweest, twee jaar lang: dat was een zware en verantwoordelijke taak, waar ik heel erg ongelukkig van werd. Ik had het idee dat ik niet meer normaal kon functioneren zoals ik altijd deed. Het ging niet slecht gedurende die twee jaar, maar ik vond mezelf niet meer de oude. Toen werd ik op een ochtend wakker, er was een vacature vlak onder de hoofdredacteur, met het idee daarvoor te solliciteren: ik word redactiechef en we gaan een nieuwe hoofdredacteur zoeken. Dan ben ik van die ellende af. Dat heb ik verteld tegen de mensen op de redactie. Die zeiden: houd op, je bent gek! Waarom doe je dat? Maar ik werd er gewoon niet gelukkig van en uiteindelijk accepteerden ze dat. Iedereen was vol bewondering dat ik terug ben gegaan. Maar ik deed het meer voor mezelf, omdat ik er niet gelukkig van werd.’

 

Geluk en geduld hebben en voortdurend keuzes maken. Het typeert jouw leven wel een beetje.

‘Ja, maar gelukkig zijn, is het allerbelangrijkste. En ik ben blij dat ik dat nu ben.’

Een reactie

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *