Jong Talent: Liza Janson

JONG TALENT: Iedere maandagavond een nieuw portret van een oud-student aan de School voor Journalistiek. Waar zijn deze journalisten beland? Waar valt nog een slag te slaan in hun vakgebied? En welke handvatten hebben zij meegekregen tijdens hun studie in Utrecht?

LIZA JANSON.

Ze begon aan het Hout- en Meubileringscollege in Amsterdam, maar zag in hoe leuk en afwisselend de journalistieke wereld voor haar was. Ze liep stage bij BNR Nieuwsradio en deed daar vervolgens diverse freelanceklussen. Nu is ze werkzaam bij Leidsch Dagblad en Omroep West waar ze het mysterie van de gaatjes in T-shirts oploste en als redacteur op pad gaat.

 

MEUBELS

Liza, freelance journalist, radiomaker, verhalenverteller die ook gestudeerd heeft aan de School voor Journalistiek. Je houdt van mooie meubels, waarom?

‘Dat klopt ja. Meubels zijn heel belangrijk denk ik. En ik houd van mooie meubels, omdat ik er van houd als ze mooi gemaakt zijn: hout dat leeft, dat heeft een verhaal. Ja.’

 

Ik houd ook van mooie meubels.

‘Ja, wie houdt er nou van lelijke meubels? Het slaat eigenlijk helemaal nergens op. Hahaha… Ja, ja. Ik houd gewoon van mooie meubels.’

 

Goed, je besloot om je op te leiden als meubelmaker. Waarom wilde je dat doen?

‘Omdat ik iets met mijn handen wilde doen. Ik was 16 a 17, ik had de HAVO gedaan en dacht wat moet ik in hemelsnaam doen?’

 

2003 was dat.

‘Ja, een vriendin van mij deed die opleiding. Ik ben mee gaan kijken en dacht ik dit vind ik heel erg leuk. Toen ik begon aan die opleiding, de eerste drie weken kreeg ik een plankje in de hand en moest ik dat plankje recht schaven. Toen dacht ik waar ben ik aan begonnen? Maar het was superleuk om met je handen te werken. Een beetje technisch inzicht heb ik gekregen en dat was een superleuke opleiding.’

‘Biertjes testen, pizza’s eten, over meubels schrijven. Alles deed ik voor de schoolkrant.’

 

Die opleiding heet Hout- en Meubileringscollege. In 2007 was je daar klaar. een totaal andere opleiding dan de journalistiek natuurlijk.

‘Ik begon tijdens die opleiding Meubelmaken met de schoolkrant omdat die er toen nog niet was. Dat was zo leuk, zoveel leuke dingen gedaan voor die schoolkrant. Over meubels, maar we gingen ook pizza’s testen, bier testen voor de schoolkrant. We gingen langs bij de ontwerpers en bij de houtbeurs. Dat was heel gevarieerd en mijn schoolgenoten gingen mee.’

LEIDEN

Het is een mooie dag, we zijn in Leiden in een cafeetje. Waarom hier in Leiden?

‘Leiden is een belangrijke plek in de journalistiek, want ik werk bij het Leidsch Dagblad en bij Omroep West, allebei regionale journalistieke werkgevers. En over Leiden schrijf ik heel veel over, dus eigenlijk is heel Leiden belangrijk voor mij.’

 

Wat is dat voor stad, Leiden? Ik kom zelf uit het midden van het land en ik zit op de School voor Journalistiek, dus ik vaak geneigd om de verhalen nog in Utrecht zelf te zoeken. Wat moeten we van Leiden weten?

‘Dat is een stad die een beetje tussen een stad en een dorp inzit. Klein verpakt, maar ook een echte studentenstad, waar steeds meer gebeurt op cultureel gebied. Het is wel een beetje een saaie stad, niet heel veel criminaliteit.’

 

Dat is saai… (haha)

‘Haha, ja, dat is jammer als journalist. Nu had ik toevallig deze maand drie doden gehad.’

 

Dat klinkt heel luguber, dat je drie doden hebt gehad.

‘Haha, voor verhalen, dat wel ja. Ik heb veel aan de politie overgelaten, aangezien het alle drie zelfdodingen waren, maar daar kun je voor de rest niks mee. Misschien moet ik nog uitzoeken wat het allemaal betekent. Of het nou toeval is of dat ik er diepgrondig onderzoek naar moet doen…’

 

BESCHEIDEN RADIOMAAKSTER

Je hebt radio maken als richting gekozen. Vier maanden liep je stage bij BNR Nieuwsradio, een commerciële nieuwszender. Waar merk je aan dat het commercieel is?

‘Meer reclames zitten er tussendoor, er waren programma’s die deels betaald werden door bedrijven en ik vond dat er snel keuzes werden gemaakt.

Waarom wilde je naar BNR?

‘Ehmm, omdat ik al heel lang iets met radio wilde en BNR is een innovatieve omroep. En ik dacht dat ik daar veel kon leren. Ik had wel het geluk dat ik daar naartoe mocht. De snelheid van radio is zo leuk: het kan zo de zender op. Af en toe kreeg je een kwartier van tevoren een anonderwerp te horen. Dan moest je snel gaan bellen, iets voorbereiden en moest het de radio op: radio is een heel snel medium. En wat ik ook heel leuk vind, maar dat was minder zo bij BNR, radioreportages en het geluid, een verhaal vertellen is heel leuk. Een soort hoorspel maak je dan.’

 

KLEINE REDACTIE: OMROEP WEST

Van 2012 tot 2014 deed je de onlineredactie bij Omroep West. Hoe zorg je voor een regionaal tintje in de journalistiek?

‘Je kan landelijke onderwerpen leuk regionaal maken of je kunt je verhalen uit de regio halen. Ik denk dat juist kleine verhalen het hele grote verhaal soms heel goed vertellen, door een persoonlijk verhaal kan je soms het grotere nieuws beter begrijpen. Zo kun je iets regionaal maken.’

 

Waarom wilde je een regionale stage doen?
‘Omdat ik dacht dat ik daar vast veel kon leren, bij een regionale stage mag je gewoon overal werken.’

 

Het Leidsch Dagblad heb je stage gelopen en bij Omroep West gas je gewoon in dienst als redacteur. Maar waarom dan toch die regionale krant? Er zijn veel mensen die het gelijk hoger op zoeken en landelijke ambities hebben, maar jij had zoiets van laat mij maar lekker de regio in.

‘Regionaal nieuws vind ik wel heel erg leuk en waarom, omdat ik er best wel veel kan leren. Je krijgt veel kansen om dingen te doen, de sfeer is heel gemoedelijk op regionale redacties.’

 

Is dat bij landelijke niet zo?

‘Ook wel, maar anders. Tenminste, bij BNR, bij ANP waar ik alle twee heb gewerkt, was de sfeer toch wel iets: mensen waar daar meer op zichzelf. Voor mij past het beter om in een kleinere redactie te werken. Daar voel ik me wat veiliger, wat meer thuis.’

‘Op een kleinere redactie voel ik me wat veiliger en meer op me gemak.’

 

Maar ik werk dus ook bij een lokale omroep, en dan wordt er wel eens gezegd festivalletje hier, evenementje daar. Is daar een verkeerd beeld over dat het alleen maar gaat over human interest?

‘Ja, er worden soms grote beslissingen gemaakt in de raad die van grote invloed zijn op jouw leven en jouw leefomgeving. Ik denk dat naarmate je ouder wordt, mensen de regionale journalistiek meer gaan waarderen, dat ze zich meer om de wereld om hun heen bekommeren. En dat merk ik ook bij mijzelf of bij mijn vrienden: dat je op een gegeven moment toch wel meer regionaal nieuws gaat bekijken.’

 

Omroep West werkt ook intensief samen met lokale omroepen, zoals Studio Alphen, UnityFM, Leiden FM, Den Haag FM. Wat is daar het voordeel van?

‘Dat je meer lokaal nieuws krijgt uit die bepaalde gebieden. Lokale omroepen zitten echt in de haarvaten van de samenleving, waar West soms niet zit. Lokale omroepen hebben veel nieuws waar wij uit kunnen putten en wat een toevoeging kan zijn voor de Omroep West-kijker.’

 

En als er nou iets gebeurt, zoals in Alphen aan den Rijn met dat kraanongeluk.

‘Toen hadden we nog niet dat samenwerkingsverband, maar waren wij er zelf ook bij. Er stonden dus al verslaggever van West en dat gaat razendsnel. Mooi om te zien hoe snel dat gaat. Als je al in die regio zit, kun je er snel bij zijn. Ik was er zelf niet bij, maar heb het via televisie kunnen zien.’

 

Maar heb je dan niet zo’n kick dat je denk ik wil er ook bij zijn?

Ja, ik dacht shit, en dan zit ik nu thuis. Ik wilde er ook bij zijn. Ik vind het heel leuk als er zoiets gebeurt. Dan kun je er meteen werk van maken. Omdat je met niet heel veel mensen bent, kun je gelijk iets doen.

 

Dus je schrijft harde en zachte stukken tegelijk eigenlijk?

‘Als er een schietpartij is, ga ik ernaartoe als ik op de nieuwsredactie zit. Naar een schietpartij ben ik nog nooit geweest. Ik schrijf er wel eens over, maar dan vooral vanaf de nieuwsredactie bij West. We hebben bij West speciale justitie-verslaggevers die hier naartoe gaan, misschien is zoiets beter? ‘Als er een schietpartij is als ik op de redactie zit, bel ik de politie en zorg ik dat het zo snel mogelijk online staat. Die snelheid van nieuws vind ik erg leuk. Maar aan de andere kant hou ik ook erg van kleine, menselijke verhalen. En dat is ook wel het leuke: dat je van alles wat meepikt.’

HOE GASTVRIJ IS..

We gaan even naar wat hoogtepuntjes. Als verslaggever ging je ook door het Westland: een week lang kijken hoe gastvrij het Westland is. Deed mij een beetje denken aan Nu we er toch zijn van Eddy Zoëy.

‘Daar was het ook eigenlijk op gebaseerd. Een week lang gingen we zonder geld door de regio. Op die manier liepen we tegen verhalen aan, waren we vrij en wisten we van tevoren niet waar we naartoe gingen. We gingen op safari door de regio in de zomer. Ik was met een collega, hij als cameraman, en ik deed verslag en was in beeld te zien. Zo kom je op allerlei plekken en leer je het Westland kennen. Overal kwam je verhalen tegen, overal is wel een verhaal te vinden.’

 

Maar dan ben je redelijk bescheiden, maar toch ben je ook nog in beeld…

‘Ja, maar dan ben je één op één en ben je met een kleine groep mensen. Dan durf ik wel op mensen af te stappen. Dat is ook gewoon heel erg leuk.’

 

En neem ons eens mee naar die kas.

‘Er was een grote tomatenkweker in het Westland. Die kassen zijn heel typerend voor het Westland en we wilden proberen om daar in een kas te slapen. Bij die tomatenkweker hebben we gevraagd of we in de kas mochten slapen. We mochten er blijven slapen en ’s avonds ging die man weg, want hij was klaar met zijn dienst. Ons liet hij achter in die donkere kas en toen ging ik mijn collega nog wat shots filmen buiten en ik liep achter hem aan. Maar die schuifdeur kon maar vanaf één kant open en dicht, dus toen waren we opgesloten. Dus daar stonden we dan buiten.’

 

Lang gewacht?

‘Nee, dat viel mee. Na een half uur of een uur kwam die eigenaar al en liet hij ons weer naar binnen. Dit was echt heel leuk om te doen.’

 

Jij bent altijd al veel met tekstschrijven en radiomaken bezig geweest. Hoe is het dan om dit met een camera te doen?

‘Dat was eigenlijk best wel leuk. Hier mocht ik mezelf zijn. Ik hoef niemand te spelen of geen presentatorrol aan te nemen, ik kon mezelf zijn en doen wat ik altijd doe, met een camera erbij.’

 

Jij slaapt altijd in een kas bij een tomatenkwekerij?

‘Haha, ja. Maar wat ik bedoel voor de journalistiek, maar dan was er een camera bij. Aan het begin was het wel even wennen en dat zeg ik ook op beeld dat ik het spannend vind.’

 

HET GAATJESMYSTERIE

 

En als redacteur ging je ook op zoek naar het mysterie achter de gaatjes in de T-shirts. Als je het dan over zachte journalistiek hebt, is dit wel het toppunt. Heb je nu gaatjes?

‘Nee, ik heb best wel vaak gaatjes. Heb jij nu gaatjes?’

‘Mijn hart ligt bij de regionale journalistiek.’

 

Ja, ik heb ook best wel vaak gaatjes. Maar mysterie opgelost?

‘Ja, ik heb heel veel gebeld. Eerst naar de HEMA en de Zeeman, maar allemaal hadden ze geen antwoord. En toen heb ik gebeld naar een textielmuseum in Tilburg en die zeiden dat het kwam door de manier van breien. Want er wordt tegenwoordig veel meer met één draad gebreid in plaats van met twee. Op het moment dat er iets tegenaan schuurt, komen er meer gaatjes in.’

Maar hoe ontstaat zo’n verhaal dan?

‘Mijn tante en mijn moeder vroegen zich dit heel lang af, want daar hadden ze het steeds over. Bij Omroep West was er extra dienst, waar ruimte was om  verhalen uit te zoeken. Dus ik stelde voor om dat uit te zoeken en daar kreeg ik de kans voor. Dat bleek heel erg te leven. Ik vroeg het eerst aan mensen en daar kreeg ik heel veel antwoorden op. En het is heel goed gelezen. Eén van de best gelezen stukken uit dat jaar. Het ging helemaal viral en het kwam steeds terug.’

 

BLIK IN DE TOEKOMST

Even een blik in de toekomst. Vaak begin je bij een lokale omroep, ga je door naar een regionale stage en eindig je bij een landelijk medium. Jij begon bij BNR en dan beland je bij Omroep West. Hoe zie jij de toekomst voor je?

‘Mijn hart ligt gewoon bij de regionale journalistiek, maar als Man Bijt Hond nog had bestaan, was dat een droombaan geweest, maar dat zijn ook regionale, kleine onderwerpen. Regionaal past het beste bij mij.’

‘Er wordt onterecht neergekeken op het werk bij regionale media.’

 

Hoe vind je dan hoe dat op de SvJ wordt aangepakt. Daar zeggen ze: je begint lokaal, dan regionaal en eindigt landelijk. Dat is een vast stramien waar je meezit. Hoe vind jij hoe ze dat doen?

‘Dat is soms wel jammer. Ik vraag me ook echt af of er landelijk gezien betere journalisten zijn dan regionaal. Want er zitten echt hele goede journalisten op de regionale redacties. Of die stempel nog wel terecht is, weet ik niet. Er wordt soms onterecht neergekeken op werken bij regionale media.’

 

De regionale omroepen. Houden die de kwaliteit vast ondanks alle bezuinigen en ontslagen, overal moeten er mensen weg?
‘Ook bij het Leidsch Dagblad moeten mensen weg, er wordt enorm bezuinigd. Het wordt wel lastiger om een even goede journalisten te krijgen, vooral voor onderzoeksjournalistiek.’

 

Hoe merk je op zo’n redactie tijdens je werk of vergaderingen dat er wordt bezuinigd?
‘Misschien meer onderwerpen die meer tijd vergen, dat daar minder aandacht aan wordt geschonken. Al valt dat nu nog wel echt mee. Als het echt belangrijk is, worden de onderwerpen wel bedacht en wordt het wel gemaakt, maar daar zie je het wel aan.’

 

En jij. Waar sta jij over een aantal jaar?

‘Ja, ik denk nog steeds in de regionale journalistiek. Maar ik zou ook graag een documentaire willen maken.’

 

Waarover?

‘Dat is een lastige… Ooit heb ik een oefenproject gehad. Toen het net uit was met mijn vorige vriend interviewde ik allemaal mensen om me heen over de liefde.’

‘Een documentaire zou kunnen gaan over de liefde. Toen het uit was met mijn vorige vriend snapte ik er helemaal niks van. Dat was het ergste wat ik ooit had meegemaakt.’

 

Ahh….

‘Ja, ik dacht hoe kan dat nou? Hoe kan dat zomaar over zijn? Ik snapte er nik van. Dat was het ergste wat ik ooit had meegemaakt.’

 

Echt waar?

‘Ja! Ik dacht dat moeten meer mensen last van hebben en toen heb ik mensen geïnterviewd over de liefde. Dat is zo’n vier jaar geleden. Ik zou ze eigenlijk weer eens moeten opzoeken om te kijken hoe ze er nu tegen aan kijken.’

 

Maar over de liefde komt een documentaire dus?

‘Ja, het kan van alles zijn. Het moet wel dichtbij mij liggen: human interest.’

 

Dus de tip die je de (aankomende) journalisten meegeeft, is: blijf bij je eigen interesse in een journalistiek onderwerp?

‘Ja! En probeer zelf dus met veel ideeën te komen. Als je stage loopt, laat zien dat je heel erg graag wil. Zet je goed in. Blijf veel langer bij de stage, pak veel onderwerpen aan (ook al is dat in de avond of in het weekend), maar laat zien dat je heel erg graag wilt.’