Jong Talent: Lindsey Groot


JONG TALENT: Iedere maandagavond een nieuw portret van een oud-student aan de School voor Journalistiek. Waar zijn deze journalisten beland? Waar valt nog een slag te slaan in hun vakgebied? En welke handvatten hebben zij meegekregen tijdens hun studie in Utrecht?

LINDSEY GROOT. 

Documentaires wist ze aan de man te brengen bij BBC Uzbek en The New York Times. Van Berlijn en Ghana tot Tadzjikistan en Qatar: ze is er allemaal geweest om onderzoek te doen en journalistieke producties te maken. Als undercoverjournalist vertrok ze naar Oezbekistan om verslag te doen van de handel in zwart geld en nu is ze eindredacteur bij De Telegraaf. Ik ben in de Jordaan en zoek journalist Lindsey Groot op.


JORDAAN

Lindsey Groot, eindredacteur van de Nieuwstafel van de Telegraaf. Dat zeg ik goed hè? Maar bovenal oud-student aan de School voor Journalistiek. Kun je vertellen waarom we hier in de Jordaan zijn?

‘Je vroeg mij om af te spreken op een plek die journalistiek gezien voor mij relevant is. De mooiste journalistieke verhalen hoor ik in de kroeg. Vaak is het ‘dronkenmanspraat’, maar er soms zit er wel degelijk een journalistiek verhaal in.’

DSC01532

Als je denkt aan de Jordaan denk ik aan gezelligheid en sfeer. Waar denk jij aan?

‘Aan een gezellige buurt. Ook wel toerisme, maar dat valt hier wel mee omdat het vlak buiten het échte toeristische centrum ligt. Ik heb, toen ik nog studeerde, in Utrecht gewoond en ben later verhuisd naar Amsterdam Slotervaart. Daar kwam ik in een slechte flat terecht. Toen hoorde ik van mijn oom, die overigens ook oud-journalist is, dat hij nog
een huisje had in de Jordaan. Sinds 2012 heb ik het geluk dat ik hier woon. Het is er heel gezellig en ik hoef er ook niet meer weg. Er gebeurt heel veel en dat is fijn.’

‘Hier in de Jordaan gebeurt altijd wel wat en dat is heel fijn!’

ALLES LEREN BIJ DEREGIONALE OMROEP

Je werkte vier maanden bij RTV Utrecht (2010-2011), waarom RTV Utrecht?

‘Dat was mijn eerste stage. Ik wilde een regionale stage en vond algemene reportages leuker dan nieuws. Ik was heel erg bezig met documentaires op dat moment, dus de algemene redactie van RTV Utrecht vond ik ideaal. Ik heb er veel geleerd: televisie produceren, voorgesprekken voeren die erg belangrijk zijn als je voor televisie werkt. En voor het eerst mee op draaidagen.’

Op stap en de straat op.

‘Ja, dat was heel gaaf om te doen. Ik werkte mee aan een programma met Henk Westbroek, wat ontzettend leuk was. Dat was voor mij toen helemaal nieuw. Dat waren de eerste stapjes op het gebied van maken van televisie. Dat duurde drie maanden en dat heb ik afgesloten. Daarna kreeg ik er een bijbaan als floormanager bij de nieuwsuitzendingen. Dat klinkt heel interessant, maar wat ik er deed is het scrollen van de autocue en kijken of er niemand binnenkwam.’

Wordt regionaal, regionale televisie en bladen, onderschat door mensen? Dat ze zeggen: festivalletje hier, evenementje daar?

‘Nou, ik denk dat regionale omroepen soms onterecht als een soort amateurs worden gezien. Als je kijkt naar RTV Utrecht, maar ook Omroep Brabant, zijn dat hele sterke zenders. Die hebben vaak het nieuws veel eerder en compleet met goede producties, goed gefilmd, super multimediaal: het is heel erg gaaf om voor een regionale omroep te werken. Je hebt een veel kleiner gebied om te dekken. Je kunt je er veel meer in verdiepen.’

‘Bij de regionale omroep heb je een veel kleiner gebied te dekken. Je kunt er veel meer uithalen.’

BLIJVEN HANGEN BIJ JE STAGE

Je werd ook redacteur bij de NOS. Zeven maanden lang, waarom zo lang? Een stage hoort toch gewoon drie maanden te duren?

‘Die stage was ook eigenlijk maar drie maanden. Het was de tofste stage die ik heb gelopen. En misschien was NOS op 3 ook wel de mooiste tijd in mijn studie. Ik weet nog wel dat ik een stage moest uitkiezen en ik had daar haast bij. Ik had net CampusDoc afgerond en moest snel een stage hebben, want ik wilde in september beginnen met mijn master omdat deze het jaar erop twee keer zo duur werd, dus er was nood aan de man. Ik heb heel veel gesolliciteerd: bij RTL Nieuws eerst, maar werd daar niet aangenomen en VPRO Metropolis, een antropologisch programma.’
DSC01528


Daar werd je ook niet aangenomen?

‘Nee, daar werd ik ook niet aangenomen. En toen ben ik uit pure wanhoop gaan solliciteren bij RTL Boulevard. Je moet je voorstellen: ik zou serieus Frans Bauer niet herkennen op straat. Dus ik ben daar op gesprek gegaan en dacht als ik die tijd uitzit, kan ik in ieder geval aan die master beginnen. En ik weet nog dat die vrouw tijdens mijn sollicitatiegesprek vroeg wat voor nieuws kijk jij zelf? Ik zei het NOS Journaal, BBC News, Al Jazeera, CNN en binnenland is dat de NOS en RTL Nieuws: de grote jongens dus.’

‘Door NOS op 3 heb ik mooie opdrachtgevers leren kennen.’

Toen zei ze zeker wat doe jij hier dan?
‘Nou, ze zei tegen mij Al Jazeera, dat is toch die nieuwszender van Bin Laden? Toen dacht ik oké, het is beter om dit hoofdstuk hier af te sluiten. Ik werd niet uitgekozen goddank. En eigenlijk kwam ik op de valreep op gesprek bij NOS op 3. Ik was aan het klussen in mijn nieuwe woning en ben halsoverkop naar de NOS gereden met het stof en de verf op mijn broek. Wonder boven wonder ben ik aangenomen. Ze zeiden me meteen dat ik onderdeel zou zijn van de redactie en dat ik er het meest uit kon halen door elke dag met verhaalideeën te komen.’

Bij NOS op 3 gelijk al?

‘Ja, ik was direct onderdeel van de redactie. Ik heb me er nooit stagiair gevoeld. Het is een leuk, jong team. Toen werd NOS op 3 nog op televisie uitgezonden. De eerste dag, ging een goede vriend van mij stagelopen bij AT5 en hij zei dat hij een reportage ging maken over vuilnis dat wordt gestolen op straat. Mensen plukken de waardevolle materialen zoals ijzer ertussenuit en brengen dat vervolgens naar afhaalpunten waar ze een vergoeding kunnen krijgen. Ik vroeg me af of probleem landelijk speelt en pitchte dat bij de NOS. Het had geen urgentie en hoefde niet dezelfde dag op televisie, maar toch zeiden ze: ga het maar maken. De volgende dag om 08.00 uur had ik mijn eigen cameraman tot mijn beschikking.’

Maar je bleef zeven maanden lang bij NOS op 3.

‘Na mijn stage ben ik gevraagd om daar te blijven als verslaggever. Dat was supertof om te doen, maar tegelijkertijd frustrerend. Ik deed dat als freelancer, maar was ook al aan die master begonnen. En dat ging niet samen. Eigenlijk wil je dat drie of vier keer bij de NOS doen, maar daar was gewoon geen ruimte voor, omdat ik naar school moest. En toen heb ik gekozen voor de master, maar altijd nog wel contact gehouden. Het is fijn om te merken dat het nog steeds warme contacten zijn. Vorig jaar ben ik door mijn oud-chef gevraagd of ik de filmpjes voor de nominaties wilde maken voor de Tegel. Het is leuk dat dat dan blijft.’

OPDRACHTGEVERS

Je bent allround journalist en heel veel opdrachtgevers heb je gehad. Hoe kom je aan zoveel klussen en zoveel opdrachtgevers?

‘Veel klussen heb ik gekregen door mijn stage bij de NOS, niet alleen bij de Tegel, maar ook anderhalf jaar geleden benaderd om bij Brandpunt te produceren. Zij vroeg wat doe jij de komende twee maanden? Ik heb daar de achtergronden bij het nieuws geproduceerd. Brandpunt was mijn journalistieke hemel, waar ik terechtkwam via mijn netwerk.’

‘Als je tijdens je studie al een netwerk opbouwt, dan pluk je er daarna de vruchten van.’

Ik stel jou die vraag omdat ik ook mensen ken die zijn afgestudeerd en denken wat moet ik nu? Ik heb mijn papiertje, maar heb geen klus niks. Overal waar ik aanbel zeggen ze, je bet te duur, je bent te oud. En jij hebt dan de luxepositie dat je kunt kiezen.

‘Ik heb ook klussen gedaan die journalistiek gezien echt niet spannend zijn en waar ik niet met veel weemoed aan terugdenk, maar die wel belangrijk zijn om jezelf financieel in leven te houden. Ik gebruikte mijn opleiding als excuus om ervaring op te doen bij opdrachtgevers. Dat heeft mij als freelancer enorm geholpen, want het netwerk had ik toen al. Als je tijdens je studie al een netwerk opbouwt, dan pluk je er daarna de vruchten van.’


Je hebt een verhaal, maar hoe weet je dat aan de man te brengen. Had deed jij dat?

‘Met mijn oud-klasgenoot Sjoerd Klumpenaar ben ik naar Ghana geweest en naar een vluchtelingenkamp bij de grens met Ivoorkust. Daar hebben we een portret gemaakt over de bewoners van het vluchtelingenkamp. Gbagbo, de dictator van Ivoorkust was weggestuurd, waardoor er onrust in het land ontstond en veel mensen op de vlucht sloegen. De kampbewoners verlangden massaal terug naar die dictator. Uiteindelijk werd dat best een aardig verhaal en we kregen die bevestiging ook van meerdere kranten, maar we hoorden ook: Ik kan het niet van je afnemen, want heb daar gewoon een correspondent zitten en kan niet het brood uit zijn mond nemen. Het gaat zo weinig om de inhoud en zoveel om de marketing. Ik begrijp het wel, maar ja.’

 

Je hebt nu een mooie baan waar je netjes je geld verdient. Maar weet je nu beter hoe je om moet gaan met zaken verkopen en marketing?

‘Ik denk niet dat ik een held ben in marketingzaken. Maar ik heb nooit stukken geschreven waarvan ik achteraf dacht oké, waar kan ik dat kwijt. Ik vind dat heel dapper als mensen dat wel doen, maar het is heel lastig. Een netwerk is heel erg belangrijk. Als je dat niet hebt, is het lastig om je producten te slijten. Zeker in de journalistiek, omdat ze werken met vaste krachten en vaste freelancers. Maar ik heb altijd freelanceklussen gedaan op aanvraag of in opdracht.’

‘Op een gegeven moment tikten we onze namen in in Google en kregen gelijk The New York Times in beeld. Heel gek was dat.’

THE NEW YORK TIMES

Toch nog even naar een aantal opdrachtgevers van jou. The New York Times, the Hyperlocal.

‘Ik heb daar samen met Robin Antonisse een korte reportage gemaakt over racisme in New York in het kader van CampusDoc, een documentaire-redactie waaraan een reis naar New York is verbonden. Op de City University New York kreeg ik les van een man die voor de Hyperlocal schreef, een project van the New York Times dat zich op lokaal nieuws richt. Hij kwam toen met het idee over racial profiling, een controversieel en belangrijk thema om mee aan de slag te gaan. Toen hebben we besloten dat te gaan maken, we zijn de wijk ingegaan en hebben mensen op straat gesproken over hun ervaringen. We schrokken daar best wel van, want elk Afro-Amerikaans persoon die we spraken, was wel eens op een vervelende manier staande gehouden. Ik was daar als blank meisje uit Amsterdam nog niet eerder mee in aanraking geweest.’

 

Maar schrok je daarvan? Je weet toch dat dat daar eenmaal is. racisme en discriminatie daar in Amerika is al wel bekend. Maar doordat je daar stond, dacht je daar moet ik wat mee?
‘In 2012 was dat nog niet een thema wat erg aan de oppervlakte lag: racial profiling van de Amerikaanse politie. Dat was voor mij een best onbekend thema. Maar we hebben daar uiteindelijk een verhaal over gemaakt: een lang nieuwsitem. We portretteerden vier slachtoffers. Daar hebben we een item van gemaakt dat de Hyperlocal – The New York Times online heeft gezet. Al snel kregen we door dat het thema leeft, het werd megagoed bekenen. Op een gegeven moment tikten we onze namen in in Google en kregen gelijk The New York Times in beeld. Heel gek was dat.’

BBC UZBEK


Je bent naar Oezbekistan gegaan om vast te leggen op welke manieren het Sovjetverleden nog is terug te vinden. Hoe was dat?

‘Samen met Sjoerd Klumpenaar en Gert-Jan Peddemors, die nog steeds les geeft op de School voor Journalistiek, zijn we op reis gegaan om verhalen te maken van de restanten van het Sovjetverleden. We vertrokken naar Oezbekistan, een dictatuur die behoorlijk gesloten is, islamitisch, vrij ontoegankelijk. Waar kom je dan in vredesnaam terecht? Ik had nog nooit van de hoofdstad gehoord. Dus Sjoerd en ik zijn research gaan doen en zijn contact gaan zoeken met een journalist die daar gestationeerd was en voor BBC Uzbek werkte. Nu niet meer, want hij werd het land uitgestuurd omdat de BBC kritisch berichtte over de president. De BBC had dus geen zicht op wat er in dat land gebeurde.’

‘Toen ik naar Oezbekistan ben gegaan, heb ik mijn LinkedIn-pagina aangepast. Journalisten zijn daar namelijk ongewenst.’


Dat zijn dus journalisten die op een soort zwarte lijst staan die negatief berichtten over de president die daar zat.

‘Überhaupt iedereen die gelieerd was aan de BBC kon rekenen op een nare aankomst daar. Hij vroeg aan ons, aangezien wij onbekende en onbelangrijke journalisten waren en zijn, of wij daar undercover beelden wilden maken. Toen keken Sjoerd en ik elkaar aan en binnen één seconde besloten we het te gaan doen. Vooraf troffen we wel enkele maatregelen. Zo stelden wij ons voor als de studenten van Gert-Jan en paste ik mijn Linkedin-profiel en Facebook aan.’

Dat was jullie dekmantel?

‘Ja, omdat journalisten daar dus ongewenst zijn en ze je zomaar zouden kunnen Googlen bij aankomst. Die jongen van de BBC zei ook dat hij pas contact met ons zou hebben na onze reis om moeilijkheden met de autoriteiten daar te voorkomen. Dat was wel erg spannend ofzo.’

Spannend ofzo? Je moet alles aanpassen: je LinkedIn, je Facebook misschien wel. Je hebt een dekmantel nodig om daar opnames te maken. Was dat voor het eerst dat je in een gevaarlijke situatie terechtkwam tijdens je journalistieke carrière?

‘Ik ben wel eens eerder in een gevaarlijke situatie beland, namelijk in dat vluchtelingenkamp bij Ivoorkust. Er werd mij verzocht geen beelden te maken. Na onze rondleiding wilde ik met mijn camera inzoomen om te zien wat er gebeurde – zonder op ‘klik’ te drukken. Tsja, dom, leg dat maar eens uit aan een woedende Ivoriaan met een mes in zijn hand. Ik wilde hem uitleggen dat ik niets had vastgelegd, maar alleen door mijn lens keek. De gids verzocht me vriendelijk mijn smoel te houden en door te lopen.’

Wat is het mooiste project dat je gedaan hebt?

‘Het bezoek aan de Sovjetstaten is het mooiste journalistieke project wat ik tot nu toe aan heb meegewerkt, mede vanwege de samenwerking met de BBC. Wat ons opviel in Oezbekistan was de hoge inflatie. Je loopt daar met zo’n groot pak geld rond en kan dan een paar kopjes koffie halen. Geld is daar moeilijk te halen, want er zijn weinig pinautomaten. De hotels en taxichauffeurs dienen daar ook als een soort bank. Jongens lopen daar met plastic tassen rond vol geld rond. Dat is allemaal zwarte markt. Dat verhaal hebben we toen gemaakt voor de BBC. We zijn toen geld gaan wisselen bij een kofferjongen in een hotel. Met een camera die ik om mijn nek had gehangen, ben ik geld gaan wisselen. Niemand mocht het zien zei hij, het is strafbaar en toen dacht ik oh god, dan sta ik het nog te filmen ook. Die jongen is straks zijn leven niet zeker als dit gepubliceerd wordt. Maar ik heb zijn hoofd niet gefilmd en het hotel was onherkenbaar.’

‘Hij was fouter bezig dan ik.’

Maar liep het zweet niet op je voorhoofd op dat moment?

‘Op dat moment was ik met het project bezig. Ik had een camera om mijn nek hangen en dacht als die jongen ziet dat ik aan het filmen ben, zeg ik heel naïef: oh sorry, niet in de gaten gehad. Zo’n jongen gaat ook niet tekeer daar. Hij was fouter bezig dan ik.’

BOEK OVER DE SOVJET-TIJD

Nog even terug naar Gert-Jan Peddemors. Een hele goede docent, aardige man. Hij maakte de foto’s voor het project en jullie leverden het verhaal aan.’

‘Ik heb het boek bij mij. Gert-Jan is alle staten van de oud-Sovjet-Unie langsgegaan, behalve Rusland. Hij bezocht twee of drie landen per keer en nam elke keer een andere schrijver mee. Het deel waar hij mij en Sjoerd voor vroeg, is een redelijk ontoegankelijk gebied en daarom wel goed om met zijn drieën heen te gaan. Wij zijn begonnen in Oezbekistan. Gert-Jan liep rond met z’n camera en legde alles vast. Sjoerd had wel wat
verhalen vooraf geproduceerd en ik wilde het daar zien. Beide manieren hebben tot mooie verhalen geleid. Ik ben trots op het eindresultat.’

‘Stalin liet het Aralmeer droog leggen. Er liggen zelfs nog scheepswrakken. Heel bizar om op zulke plekken als journalist te komen.’

Op welke plekken kwam je dan voor dit boek?

‘We kwamen op een oude kermis: de attracties stammen nog uit het Sovjettijdperk. Niet bij alle foto’s hoort een verhaal, het is eigenlijk een reisverslag in de vorm van foto’s. Maar we kwamen op prachtige plekken, zoals het Aralmeer. Stalin heeft dat later droog laten leggen voor de katoenplantages. Dat is nu een woestijn. Daar zie je nog letterlijk schelpen liggen van de zee van vroeger, maar je ziet ook kamelen lopen en de wadden van de kust zie je nog lopen. Daar wilden we naartoe omdat het zo uniek is. Er liggen zelfs nog scheepswrakken. Heel bizar om op zulke plekken als journalist te komen.’

 

ANTROPOLOGIE

Je hebt ook antropologisch onderzoek gedaan in Berlijn. Vergelijkbaar met journalistiek?

‘Ja, heel erg vergelijkbaar met journalistiek. Ik ben een master antropologie gaan doen, omdat ik aan het eind van journalistiek wist hoe ik een video moest maken en een stukje moest schrijven, maar waarover nou eigenlijk? Ik had het gevoel inhoudelijke kennis te missen. En ik was net 21 toen ik klaar was, dus vond het niet erg om nog twee jaar te studeren. Antropologie ben ik gaan studeren: in heel veel gevallen is antropologie te vergelijken met journalistiek. Je verbaast je ergens over, iets valt je op en daar doe je
onderzoek naar. Bij journalistiek is dat het doel om iets te publiceren en bij antropologie ga je het onderzoeken en wil je het begrijpen.’

Maar bij het journalistieke vak wil je het toch ook onderzoeken en begrijpen?

‘Uiteraard. Maar het eerste doel bij journalistiek is je publiceert een verhaal van twee kanten en dat presenteer je aan een lezer of kijker. Bij antropologie is het analytischer. Ik ging naar Berlijn omdat ik vaak in mijn Facebooktijdlijn foto’s voorbij zag komen van mensen die bij het Holocaustmonument van de vermoorde joden in Berlijn staan en daar lachend of spelend tussen de blokken staan. Ik verbaasde me dat er mensen daar lachend op de foto konden staan. Die grote blokken in Berlijn: ik vond dat zo ongepast.’

Dat zijn dan selfies die worden gemaakt: lachend en grappend.

‘Ja, dat vond ik heel fascinerend. Hoe kun je dat nou doen? Wat sta je nou voor foto’s te maken? Waar ligt dat dan aan? Ligt dat aan het monument, dekt dat de lading? Mensen krijgen er niet een erg unheimisch gevoel bij, dus ik wilde onderzoek doen naar dit soort monument. De Berlijnse Muur is ook een erg toeristische attractie geworden, terwijl dat ook een duisters verhaal met zich meedraagt. Hoe kan het dat toeristen deze muur als iets authentieks ervaren, terwijl het zo’n geschiedenis heeft?’

‘Terwijl vrienden om me heen aandachtig luisteren en denken ‘wat interessant’ ben ik al bezig met het verhaal noteren en bedenken wie ik daarvoor moet spreken.’

Weet je het antwoord?

‘Ik heb wel een conclusie getrokken en in mijn masterscriptie verwerkt. Authenticiteit is niet iets wat een bouwwerk aan zichzelf toekent, maar wat wij eraan toekennen. Vaak is het een beeld wat jij al van tevoren in je hoofd had zitten. Er zijn echte stukken muur, maar op vrij onbekende plekken. Wat is authentiek?’


EEN PERFECT NEUSJE

Waarom trekken verhalen in het buitenland jou zo? Je hebt een neusje voor enerzijds, zware onderwerpen, en anderzijds, in het buitenland. Waarom trekt het buitenland jou zo?

‘Ik houd van reizen. Dat is het.’

Maar toch de zwaardere onderwerpen: of Ghana, of Ivoorkust of je zoekt de grens op. Wat is dat toch?

‘Ik vind dat soort verhalen belangrijk om te vertellen. Hoe ga je daarmee om? Voor mij als journalist is het belangrijk om dingen aan de kaak te stellen en dingen te vertellen die anders achter gesloten deuren blijven. Ik maak liever een verhaal wat iets teweeg brengt over bijvoorbeeld racial profiling in Amerika, dan een heel licht onderwerp.’

Hoe creëer je een neus voor mooie verhalen? Voor het nieuws.

‘Dat moet in je zitten. Terwijl vrienden om me heen aandachtig luisteren en denken ‘wat interessant’ ben ik al bezig met het verhaal noteren en bedenken wie ik daarvoor moet spreken. Dat moet ook de aard van het beestje zijn.’

Is dat niet aan te leren?

‘Nieuwsgierigheid moet in je zitten. Je moet publicatiedrang hebben van jezelf om dat te kunnen doen.’


DE TELEGRAAF

Je bent freelancer bij de binnenlandredactie geweest. En nu ben je eindredacteur van de Nieuwstafel. Wat houdt dat in?

‘Als eindredacteur van de Nieuwstafel werk je platformonafhakelijk. Er zijn redacteuren die voor online schrijven, maar die stukken zouden ook voor de krant geschreven kunnen worden. het is het streven naar platformonafhankelijk werken. Dat komt erop neer dat ik soms de voorpagina moet vullen en de andere dag online moet werken en de andere dag middenin de krant een pagina moet maken. Dat maakt mij werk zo afwisselend en dus zo leuk.’

‘Ik had de mazzel dat ik als freelancer beide dingen mocht doen. Toen er een grote reorganisatie is geweest, kon ik solliciteren.’

Waarom De Telegraaf?

‘Toen ik was afgestudeerd hoorde ik mooie verhalen over. De Telegraaf. De sfeer was er goed, de Telegraaf was in ontwikkeling met een nieuwe website en filmpjes. Daarom stuurde ik De Telegraaf een mailtje. Ik mocht tot mijn grote verbazing langskomen.’


Tot jouw grote verbazing?

‘Zij krijgen twintig mails per dag van mensen die daar willen werken. Maar ik kon er snel beginnen bij de internetredactie. Ik kreeg steeds meer verantwoordelijkheid, kreeg meer diensten en mocht dus meer doen. Op een gegeven moment vroegen ze of ik veel wilde lezen, wilde redigeren, koppen maken en dat deed ik dan voor de zondagkrant, die digitaal werd uitgebracht. Daar heb ik veel ervaring opgedaan. Ik had de mazzel dat ik als freelancer beide dingen mocht doen. Toen er een grote reorganisatie is geweest, kon ik solliciteren.’

Daarnaast ben ik ook opgegroeid met De Telegraaf. Af en toe bel ik met mijn ouders en dan vertelt mijn vader over dat hij een artikel in de krant las over bijvoorbeeld PPG dat AkzoNobel wil overnemen en of ik dat dan al gelezen heb. Dan is het wel grappig om hem te vertellen dat dat het stuk is wat ik de avond ervoor heb zitten bewerken en in de krant heb gezet.

Je hebt het veel over online, maar je hebt hier nog een papieren krant liggen van De Telegraaf.

‘Maar het is heel fijn om een papieren krant te hebben. Het is heel nostalgisch. Ik lees wel dagelijks de krant, maar het nieuws wordt bepaald door het internet.’

 

Mensen lezen steeds meer op internet.

‘Dat heeft een erg luie reden: online lezen is veel makkelijker. Ik woon twee hoog en heb ’s ochtends gewoon geen zin om te lopen naar de krant.’


Jij zult nooit op de redactie Sport zitten.

‘Nee, niks voor mij. Online is natuurlijk veel actueler. De krant is per definitie al achterhaald als het gaat om hard nieuws, maar er staan wel mooie verhalen met veel diepgang en achtergronden. Online maak je kortere verhalen en in de kranten is dat anders. Krant en online zijn geen concurrenten, maar het moet elkaar aanvullen en versterken.’

BLIK IN DE TOEKOMST

De kranten, niet zozeer De Telegraaf, hoe gaat dat er in de toekomst uitzien? Lastig te voorspellen, maar jij hebt er meer zicht op dan ik.

‘De verhalen in de kranten stroken veel minder dan de verhalen online. Het zijn twee verschillende producten. Je kunt het niet 1-op-1 overnemen en ik merk dat het amper voorkomt het verhaal komt nu online, want we willen het voor online houden. Het wordt onafhankelijk van elkaar gezien. De krant is niet van hard nieuws, dat gaat niet meer, maar wel voor de achtergrond. Er is zoveel informatie waarmee je wordt overspoeld, waardoor achtergrond erg belangrijk is.’

‘Jeetje man. Ik ben echt een gelukkig mens.’


Je hebt veel gedaan: je wilde televisie doen, maar bent bij de krant beland. Je hebt gewerkt voor een boek, je schrijft voor de krant, je hebt documentaires gemaakt. Wat is nu nog jouw droom?

‘Ik zou ooit wel een documentaire willen maken, omdat ik dat heel tof vond om te doen. Ik vond het heel leuk en leerzaam om te doen en dat lijkt me leuk om op eigen initiatief over ene onderwerp wat we aanspreekt een documentaire te maken. En verder heb ik het heel erg naar mijn zin naar de Telegraaf. Ik hoop dat ik het zo leuk blijf vinden zoals ik dat nu vind. Jeetje man. Ik ben echt een gelukkig mens.’

Heel erg bedankt voor je tijd hier in de Jordaan.

‘Jij bedankt.’

2 comments