Jong Talent: Joe van Burik

JONG TALENT: Iedere maandag een nieuw portret van een oud-student aan de School voor Journalistiek. Waar zijn deze journalisten beland? Waar valt nog een slag te slaan in hun vakgebied? En welke handvatten hebben zij meegekregen tijdens hun studie in Utrecht.

JOE VAN BURIK.

Wat betekent Max Verstappen voor de autosport? Hoe komt het dat door zo’n jonge coureur de Formule 1-sport weer volop in de schijnwerpers staat? En waarom verdiept journalist Joe van Burik zich hier zo in? Ik sprak hem in een Utrechts café waar hij in zijn studietijd graag kwam, Le Journal op Neude.

Joe van Burik door fotograaf Coen van den Braber

Wat minstens zo belangrijk is, is de manier waarop je omgaat met medestudenten en hoe je informeel met elkaar kunt spreken over het vak

Waarom kwam je in dit café?
‘Toen ik studeerde, werd mij al direct verteld dat je hier moest zijn voor de biertjes en een goed inhoudelijk gesprek. De naam van dit café klopt al en ik heb hier toffe momenten meegemaakt. In het eerste jaar gingen we hier vaak lekker drinken. De opleiding en de docenten zijn maar de helft van het journalistieke vak. Wat minstens zo belangrijk is, is de manier waarop je omgaat met medestudenten en hoe je informeel met elkaar kunt spreken over het vak. Die korte gesprekken horen er wel bij en kunnen ervoor zorgen dat je klussen binnensleept. Dat wordt nog weleens door studenten Journalistiek onderschat.’

 

Wat wordt onderschat?

‘Het belang van de informele gesprekken. Als je alleen maar dingen tot je neemt, zaken leert en keurig je opdrachten maakt, dan heb je uiteindelijk wel een diploma, maar juist in de journalistiek zijn de informele momenten erg belangrijk: op een redactie, bij een evenement, als je gaat eten of tijdens een borrel. Het is erg van belang om te netwerken. In dit café staat een grote tafel met tijdschriften en kranten, dat is al belangrijk natuurlijk.’

 

SVJ

In 2011 haalde je je bachelor op de School voor Journalistiek. In 2007 besloot je de studie te doen, waarom journalistiek?

‘Ik dacht eerst heel lang dat ik manager wilde worden, maar toen ik zestien werd, wist ik na een reeks van situaties dat ik journalist wilde worden. Ik wilde gamejournalist worden of iets met auto’s doen. Toen heb ik op mijn middelbare school een snuffelstage bij de Gelderlander in Nijmegen gelopen. Ik mocht gelijk voor de krant schrijven en kreeg het gevoel dat ik er al maanden liep. Daar hebben ze mij gelijk gestimuleerd om journalistiek te studeren. Vooral het bezig zijn met nieuws, mensen spreken en op plekken komen waar anderen niet komen, resulteerde in een studie Journalistiek.’

Ik was vaak met mezelf bezig en luisterde minder naar anderen. Ik was misschien wat arrogant en wil ook altijd beter zijn dan anderen.

Je komt redelijk rustig over op mij. Was je dat altijd al op school?

‘Mensen noemen mij altijd spontaan, maar dat vertaalt zich voor mij ook wel in een beetje afstandelijkheid. Nota bene niet geïnteresseerd in anderen, altijd met mijn eigen verhaal bezig zijn: dat kreeg ik vaak van anderen te horen. Ik ben op mijn studie bezig geweest om een juiste houding te creëren. Ik heb de studie Journalistiek misschien ook wel onbewust gekozen, omdat je jezelf beroepsmatig dwingt om naar anderen te luisteren. Achteraf gezien is de keuze voor de studie Journalistiek misschien een rare combinatie geweest, omdat ik vaak met mezelf bezig was en minder naar anderen luisterde.’

 

Wat voor journalistieke bijbaantjes had je?

‘Voordat ik aan de studie begon, had ik al mijn eerste betaalde klus. Ik schreef voor een gamemagazine en in de zomer deed ik wat in de autojournalistiek. Bij sommige mensen wekte dat soms weerstand op: ik was misschien wat arrogant en wil ook altijd beter zijn dan anderen. Dat heeft ook met trots te maken. Ik kreeg een betaalde klus en anderen hadden dat nog niet, maar dat betekende niet dat je dan per se beter dan hen bent. Terwijl ik dat zo wel soms voelde. Je moet je daarom bewust zijn van je plek en niet naast je schoenen lopen.’

Joe van Burik door fotograaf Coen van den Braber

Je ging je vrij snel specialiseren op de School voor Journalistiek. Je volgde een minor Fotografie en Beeldfotografie, waarom?

‘Ik wilde feeling creëren met het fotograferen, omdat ik daar weinig ervaring mee had. Als je een reportage maakt, is het ideaal als je je eigen foto’s maakt. Ook het vormgeven is erg belangrijk. Je tekst komt op de redactie wel, maar de foto’s moeten in één keer goed zijn. Dat heb ik van fotografen geleerd: waar je op moet focussen bij reportages. Je moet een tekst aantrekkelijk maken en dat doe je door veel beelden te gebruiken. Beeld wordt steeds belangrijker. Toch blijft er gelukkig wel belangstelling voor geschreven verhalen en ook jongeren willen nieuws in tekst hebben.’

Ik permitteerde mezelf vrijheden waarvan ze niet vonden dat dat bij een stagiair paste

GEWOON RAAR

Je liep stage bij Sp!its op de redactie entertainment en games.

‘Dat was een gratis krant waar je veel kon leren. Ik heb er goede verhalen mogen maken en ken journalisten die nu overgestapt zijn naar de Telegraaf. Bij Sp!ts kon ik veel focussen op de autosport en games, tech en muziek vanuit mijn persoonlijke interesse. Ik heb daar veel vlieguren gemaakt en harde lessen geleerd. Voordat ik op deze redactie terechtkwam, deed ik al betaalde klussen. Ik wist dat ik dus wel wat kon. Ik permitteerde mezelf daarom ook vrijheden waarvan ze niet vonden dat dat bij een stagiair paste. Iedereen kwam dan om 10:00 uur binnen en de stagiair moest eigenlijk al om 9:30 uur op de redactie zijn. Meestal kwam ik ook gewoon om 10:00 uur of zelfs later binnen en dat vonden ze niet altijd even prettig. Ik gedroeg me niet als een stagiair en bemoeide me vaak met de andere journalisten. Dan word je dus afgerekend op je nieuwsgierigheid, omdat je op zaken inhaakt waar je je niet mee dient te bemoeien.’

Mijn enthousiasme kan soms irritant overkomen

Maar een stageplek is ook de perfecte manier om, even plat gezegd, op je bek te gaan.

‘Jazeker, mijn enthousiasme kan soms irritant overkomen. Ik weet heel goed dat dat op mensen hun zenuwen kan werken. Ik werd op een gegeven moment ook door een redacteur apart genomen en hij zei je bent goed, maar we vinden je wel heel raar. Gewoon doorgaan, maar je bent wel raar. Dat is dan wel even een reality check.’

Joe van Burik door fotograaf Coen van den Braber

AUTOWEEK EN FORMULE 1

Je tweede stage was in 2011 bij Autoweek. Hoe kam je daar binnen?

‘Ik had de redactie Tijdschrift gevolgd en had me al georiënteerd om een tijdschrift te maken. Autoweek deed veel aan het laten zien van mooie auto’s, terwijl het bij mij vooral gaat om de autosport en de verhalen achter de sporters. Misschien zaten er wel andere autotijdschriften bij die iets meer over de charmes schreven, maar Autoweek leek me toch vetter. Ik stuurde een aantal verhalen op die de aandacht van de chef, die oud-coureur is, trokken. Ik heb daar veel over de autojournalistiek geleerd, een heel aparte wereld waar het veel meer een spel is met PR.’

 

Wat voor spel?

‘Je hebt te maken met beursgenoteerde bedrijven, uitgeverijen, fabrikanten van auto’s en netwerken en veel meer gesloten deuren waar een PR-manager voor staat die jouw vragen wel even beantwoordt. Dat is niet altijd wat je wil.. Er worden ook reizen georganiseerd, je wordt uitgenodigd voor evenementen van producenten en je gaat mee met een PR-manager naar een mooie plek waar je je werk kunt doen. Daardoor kan het voor sommigen lastig zijn om honderd procent onafhankelijk te opereren, omdat de reizen vaak door de grote bedrijven worden betaald. Dingen worden voor je als journalist gefaciliteerd door bedrijven, dat is vaak de enige manier om bepaalde verhalen te maken. Maar juist als je dan een goed verhaal kunt maken met kritische vragen, want het is niet censuur dat gepleegd wordt, heb je een mooi artikel voor je blad.’

 

Ligt beïnvloeding bij journalisten in de entertainmentjournalistiek sneller op de loer dan bij het harde nieuws?

‘Belangenverstrengeling moet je altijd voorkomen. Maar bij zaken als reizen, muziek,  cultuur en de autowereld ligt afhankelijkheid sneller op de loer. Beïnvloeding is al een stap verder, maar je bent afhankelijker van grotere bedrijven. Daarom pleit ik er ook voor om bovenaan een artikel gewoon te vermelden welk bedrijf de reis of reportage heeft geregeld. Dan weet je lezer wat eraan vooraf is gegaan en is het artikel een stuk transparanter.’

Met Jos Verstappen, jij wilt mijn zoon interviewen. Kom maar langs. God, de Jos Verstappen?

Je kreeg een eigen interviewreeks met jonge Nederlandse coureurs, waaronder het verhaal met Max Verstappen. Blijven alle details van die ontmoeting je nog bij?

‘Max Verstappen was vijftien jaar toen ik hem interviewde. Ik sprak hem bij zijn kartteam in Limburg. Een bekende van mij kent de familie Verstappen goed. Jos hield de deur altijd heel hard dicht voor mensen die zij niet goed kenden, mij dus ook niet. Toen werd ik bij Jos geïntroduceerd, omdat ik graag een portret van Max voor Autoweek wilde maken. Op een dag werd ik gebeld door een onbekend nummer: Met Jos Verstappen, jij wilt mijn zoon interviewen. Kom maar langs. God, de Jos Verstappen? Wauw, wat tof dat dit gaat gebeuren! Ik bereidde het interview voor en heb een uur lang met Max Verstappen zitten kletsen. Een uur is nu als journalist echt onmogelijk bij Max Verstappen. Max praatte toen al zoals je hem nu ook hoort.’

 

Ben je wel kritisch als Max fouten maakt, aangezien je een groot fan van hem bent.

‘Ja, maar ook om wie hij is. Max is heel gefocust op het racen en maakt ook weleens fouten, ook dat schrijf je op. In het geval van Max Verstappen is er heel veel positivisme en terecht want hij is een fenomeen. Maar als het een keer wat minder gaat, moet je dat ook benoemen. Ik ben ook fan van Max, maar bij een fout moet ik een de eerste zijn die er wat van zegt. Je kunt niet altijd meegaan in het enthousiasme van het publiek, want je bent wel journalistiek aan het bedrijven. Ik vind het niet boeiend om te weten met wie Max op vakantie is, maar als hij een slecht weekend heeft als hij moet racen, wil ik dat wel lezen, en dus maken. Maar Max blijft een bijzondere jongen. En daardoor ook leuk om over te schrijven.’

 

Heeft Max de Formule 1 in Nederland geherintroduceerd?
‘Zeker. Formule 1 is in Nederland nog nooit zo populair geweest als nu. Je ziet dat een bredere doelgroep nu geïnteresseerd in Verstappen is. Voor mij betekent dit ook meer werk. Het is sowieso leuk dat je nu in een kroeg kunt komen waar wordt gepraat over wat Verstappen moet doen, of hij naar Mercedes gaat en hoe de banden verwisseld moeten worden. Kroegpraat gaat niet alleen meer over voetbal. Maar het is leuk om te zien als Formule 1-kenner dat de sport leeft en dat het steeds meer gewaardeerd wordt.’

 

SPECIALISEREN

Voor Sp!ts heb je een interview gedaan met Sebastian Vettel, in 2010, het jaar dat hij met Red Bull Racing kampioen werd. Nu zit hij bij Ferrari.

‘Dat was halverwege het seizoen, nadat hij een crash met een teamgenoot had gemaakt. Ik sprak hem een kwartiertje bij het circuit van Zandvoort. Ik kreeg het interview van de chef van de sportredactie. Kort na mijn stage werd ik door hem gevraagd of ik het interview wilde doen. Dat was een heel vet moment. Rond lunchtijd stond ik bij de trailer van Vettel te wachten en toen kwam er net een mand met broodjes kroket binnen. Vettel had nog nooit een kroket gehad en dus pakten we allebei een broodje uit de mand. De kop van het artikel werd dan ook Krokketen met Vettel. Het was een jonge ster in de Formule 1, nog nooit een kroket gezien en ik vroeg hem hoe hij omging met de druk van buitenaf.’

 

Jouw chef zou het doen, maar de druk om het goed te doen kwam bij jou te liggen. Hoe ging je om met die druk?
‘Het feit dat ik hier nu over kan vertellen, zegt al iets: het is een leuke anekdote geworden en toen besefte ik me al wel dat ik hier een leuk verhaal van zou kunnen maken. Ik had me goed voorbereid. In de praktijk leer je daar eenmaal een eigen verhaal van te maken. Interviewen is met afstand het leukste vak in de journalistiek. Of het nu 2 of 20 minuten of 2 uur is, het is leuk om een connectie te maken met de geïnterviewde.’

Ik heb ook het geluk dat er weinig periodes zijn geweest waarin ik geen werk als freelancer had

Je begon de studie Journalistiek al met een specialisatie in de autosport en de gamewereld. Waarom is die specialisatie zo belangrijk geweest voor jou?

‘Een brede interesse is ook belangrijk: ik kan ook wel een verslaggever of redacteur zijn die algemeen nieuws behandelt, maar ik heb twee passies: games en auto’s. Met je specialisatie kun je je onderscheiden. Ik heb twee specialisaties en dat schept wel kansen in de markt. Ik weet inmiddels aardig wat ik kan, dat heb ik ook kunnen bewijzen. Daarnaast heb ik ook het geluk dat er weinig periodes zijn geweest waarin ik geen werk als freelancer had, mede doordat ik me heb gespecialiseerd. Al moet je je niet blind staren op één specialisatie, want dan kom je nooit in een andere wereld terecht. Volg dus ook andere dingen die langskomen.’

Joe van Burik door fotograaf Coen van den Braber

BLIK IN DE TOEKOMST

Op de School voor Journalistiek leer je interviewen, presenteren, stukjes schrijven, maar het marketinggedeelte wordt minder behandeld. Hoe heb jij dat ervaren?

‘Toen ik er zat, werd dat weinig aangeleerd. Bij het vak Freelance ging het vooral om de formaliteiten van het opzetten van je eigen zaak en je ZZP-inschrijving. Maar vooral het verkopen van jezelf wordt niet goed behandeld. Ik ben vanuit mijn spontaniteit denk ik redelijk goed in praten en presenteren en dan kom je een aardig eind. Het begint met de stoute schoenen aantrekken en een redactie opbellen met de vraag of je voor een titel kunt schrijven. Het begint dus bij het gewoon te doen.’

 

Dat betekent dat je als (freelance) journalist soms ook een merk moet zijn.

‘Ja, soms nog meer dan een titel zelf. De redacteuren van Autoweek zijn bijvoorbeeld ook persoonlijkheden, dat ben ik zelf via allerlei wegen ook geworden. Dat hoeft niet too much, maar draag bijvoorbeeld wel uit wat je doet op social media.’

Over tien jaar is het niet zeker dat ik nog journalist ben. Ik heb weleens gezegd dat ik ooit PR-medewerker word om fatsoenlijk geld te verdienen en in een mooi huis te wonen

Hoe worden studenten Journalistiek autosportjournalist?

‘Wees actief in de wereld waarin je je wilt specialiseren. En val positief op en maak mooie producties die gezien worden. Leer mensen kennen uit de wereld waar je gepassioneerd over bent. Mensen zijn sneller geneigd je iets te gunnen als ze zien dat je het goed doet en je enthousiast bent.’

 

Waar sta jij over 10 jaar?

‘Ik weet niet of ik dan nog journalist ben. Ik heb weleens gezegd dat ik ooit PR-medewerker word om fatsoenlijk geld te verdienen en in een mooi huis te wonen. Ik hoop nog steeds journalist te blijven, maar het is soms lastig om daarmee altijd genoeg geld te verdienen. Het journalistieke vak is erg onzeker, maar ik hoop over tien jaar nog steeds journalist te zijn die verslag van de Formule 1 doet.’

 

En Max Verstappen, waar eindigt hij?

‘Hij heeft alles in zich om wereldkampioen te worden. En ik hoop daar als journalist bij te zijn. Als dat lukt, heb ik een heel belangrijke rol in mijn carrière vervuld.’