spraakbesturing, smart speaker, interactieve audio, journalismlab

Interactieve audio is de toekomst?

Je persoonlijke assistent in huis? Dit najaar heb jij die misschien ook! Google kondigde afgelopen woensdag aan dat Google Home vanaf dit najaar beschikbaar is in Nederland – met Nederlandse spraakbesturing. Misschien denk je nu ‘lekker belangrijk, dit heeft niets te maken met journalistiek’. Misschien dacht je dit ook wel toen Apple in 2007 de eerste iPhone op de markt bracht, of toen de eerste computers op redacties verschenen in de jaren ‘80.

Technologie wordt onzichtbaar

De grote der aarde geloven erin. Google heeft Google Home, Amazon Echo en Alexa, Microsoft Cortana, en Apple werkt aan HomePod maar die is nog niet op de markt. Deze smart speakers werken allemaal met een vorm van AI-spraakbesturing – je praat tegen een machine en de machine praat niet alleen terug maar leert ook jouw voorkeuren kennen. Deze speakers zijn klein en mooi ontworpen, en het idee is dat ze naadloos opgaan in je huiskamer. Dit wordt ook wel The Internet of Things genoemd. Terwijl de fysieke technologie steeds verder naar de achtergrond van ons bewustzijn verdwijnt, worden we steeds afhankelijker van de ondersteuning van AI’s in ons dagelijks leven. Tenminste, als de huidige trend zich voortzet.

De VS – waar altijd alles eerst gebeurt

Volgens de laatste cijfers heeft inmiddels 1 op 6 Amerikanen een smart speaker en wordt in de VS 20% van de zoekopdrachten via Google uitgevoerd met spraakbesturing. Het wordt dus steeds normaler om tegen een apparaat te kletsen, en die kletsen terug. Muziek is een belangrijke motivatie om een smart speaker te kopen. Uit onderzoek van NPR-Edison, de Amerikaanse publieke radio-omroep, blijkt dat 65% een dergelijk speaker gebruikt om naar muziek te luisteren, maar interessanter is dat 28% zegt te luisteren naar nieuws en praatprogramma’s en 20% naar podcasts. The Washington Post, The Telegraph en de BBC vragen zich al af welke rol zij daarin kunnen vervullen. Jij nu ook?

Audio is het nieuwe video

Met de opkomst van de PC en breedband internet, leefde ook het idee op dat video de sleutel was tot online succes. Ondertussen is alles mobiel, en video vreet te veel data. Audio lijkt hierdoor belangrijker te worden. Dit zien we ook terug in de populariteit van podcasts – we hebben onderweg geen tijd/zin om een lange video te bekijken of een lang stuk te lezen, maar 40 minuten in de trein luisteren naar de laatste podcast van Onder Mediadoctoren, is geen probleem.

De renaissance van audio maakt de weg vrij voor experimenten met nieuwe vertelvormen die audio als uitgangspunt nemen. De podcast is natuurlijk de bekendste, maar lijkt nog steeds heel veel op traditionele radio – maar dan on-demand en informeler. Met de podcast, soms in combinatie met visualisaties, als uitgangspunt, lanceerde de VPRO vorige maand Trees – een app waar op basis van onderzoeksjournalistiek items worden gemaakt, en waarbij luisteraars actief worden betrokken bij het onderzoek. De audio is nog niet helemaal interactief, maar de intentie is er.

In de toekomst is het misschien wel mogelijk om in gesprek te gaan met een podcast, of om de ‘uitzending’ te onderbreken en aan te vullen met nieuwe informatie – zonder dat je hoeft te typen, want je beluistert alles via je persoonlijke assistent. Op welke andere manieren zouden we interactieve audio kunnen inzetten? Welke plaats heeft de journalistiek op The Internet of Things? En hoe beïnvloedt de groeiende rol van algoritmen (want dat is AI is essentie) de onafhankelijkheid en transparantie van de journalistiek?