snow fall, nyt, storytelling

Ik snowfall, wij snowfallen, wij hebben gesnowfalld?

“Kun je dit even snowfallen?” Het is best wel bijzonder dat de titel van een journalistiek verhaal, een werkwoord is geworden. Je ziet het regelmatig voorbijkomen in de vakliteratuur. Wanneer journalisten het over snowfallen hebben, betekent dit zoveel als: “wil je van dit verhaal een spectaculaire multimediale productie maken die het publiek een unieke ervaring biedt?” Snowfallen behelst veel: het gaat om een productie die de aandacht trekt, het publiek betrekt bij het verhaal, en bestaat uit verschillende onderdelen die zijn gemaakt met behulp van verschillende media-technologieën. Dit past in een bredere trend in de journalistiek. Eentje waarbij journalisten uitgebreid experimenteren met nieuwe vertelvormen. Hier gaat mijn promotieonderzoek over. De komende vier jaar ga ik op zoek naar de kenmerken, principes, conventies en praktijken die dit soort multimediale of crossmediale verhalen verenigen.

 

Een decennium aan experimenten

Het lijkt misschien zo dat nieuwsredacties hier al lang mee bezig zijn, en dat is ook wel zo. Snow Fall stamt immers uit 2012, dat bijna de digitale prehistorie! Daarentegen maken we al ruim honderd jaar film, video en audio, en schrijven doen we al millennia. Multimediaal verhalenvertellen is relatief dus vrij nieuw, maar toch ook weer niet heel nieuw. Sinds 2012 zien we dat steeds meer redacties het voorbeeld van de New Yorks Times volgen. Nieuwsredacties experimenteren dus al bijna tien jaar met dit type verhaal. Daarom is het tijd is dat we gaan onderzoeken in hoeverre we al kunnen spreken van conventies en vertelprincipes voor multimediale journalistieke producties.

 

Wat zijn de kenmerken?

Op het eerste oog kunnen we al een aantal kenmerken noemen. Bijvoorbeeld dat dit soort spectaculaire multimedia-producties doorgaans het resultaat zijn van onderzoeksjournalistiek. Het gaat vaak om langere verhalen, waarbij de gebruiker verdieping wordt geboden door verschillende media in te zetten (een datavisualisatie of video bij een achtergrondartikel). De inzet van verschillende media gaat voorbij het ‘plaatje-bij-een-praatje’ principe. Het verhaal is opgedeeld in verschillende onderdelen, die met behulp van verschillende media aan de gebruiker worden gepresenteerd. Elk onderdeel van het verhaal is essentieel. Je ziet dat ik hier een beetje in de problemen kom. Doordat er nog zo weinig conventies zijn, is het moeilijk om dit type journalistieke productie goed te beschrijven. Dat is daarom ook onderdeel van mijn onderzoek – overigens niet om weer een nieuwe hippe term te introduceren op redacties, maar wel om een gemeenschappelijk taal te vinden die we kunnen gebruiken om over dit soort producties te praten (voorlopig kies ik hypertext).

 

Eerste stap van het onderzoek

Deze zomer maak ik een inventarisatie van multimediale en crossmediale journalistieke verhalen die de afgelopen drie jaar zijn ingezonden voor De Loep, de VOJN Awards en de NL Awards. Denk hierbij aan verhalen als #inMolenbeek van NOS op 3 of Refugee Republic van de Volkskrant (in samenwerking met Submarine). De resultaten worden in september gepresenteerd in Cardiff tijdens The Future of Journalism Conference 2017.