‘Filter bubbles’ of ‘framing’? Onnodige polarisatie in het publieke debat voor zijn

Onderzoek van JLab in samenwerking met de Utrecht Data School (Universiteit Utrecht) bevestigt de these van voorgaande onderzoeken dat de grootste uitdaging in onze alledaagse informatievoorziening op onder andere sociale mediaplatformen niet ‘filter bubbels’ zijn. Een veel grotere uitdaging is de rol van de gewone burger als ‘curator’ van informatie op deze platformen, die actief content selecteert, ‘framt’ en verder verspreidt in zijn/haar sociale netwerk. Om polarisatie van het publieke debat voor te zijn is ook voor journalisten en mediaprofessionals een bijzondere verantwoordelijkheid weggelegd.

In de laatste twee jaar hebben er in Amerika en Europa een groot aantal verkiezingen plaatsgevonden. In de berichtgeving rondom deze verkiezingen werden sociale media verweten van eenzijdige informatievoorziening van burgers: ze zouden zorgen voor ‘filter bubbles’, door algoritmes gestuurde personalisatie van content, waarvan zich de gebruiker niet bewust is. Recente onderzoeken, onder andere uitgevoerd door onderzoekers verbonden aan Reuters Institute, naar de mediapraktijken van burgers in diverse westerse landen spreekt het alomtegenwoordige voorkomen van ‘filter bubbles’ echter tegen (zie ook Dutton et al., 2017 en Dubois & Blank, 2018). Hier wordt aangetoond dat de meeste gebruikers van online en sociale media, en in het bijzonder politiek geïnteresseerde burgers, weinig gevaar lopen om zichzelf een eenzijdig ‘mediadieet’ toe te dienen, of toegediend te krijgen. Naast informatie van verschillende online platformen, zoeken ze actief naar alternatieve informatiebronnen, die hun standpunten niet alleen maar bevestigen, maar ook tegenspreken.

Personalisatie van content

In de Nederlandse context wordt vaker de geschiedenis van de ‘verzuiling’ aangehaald als typisch en eeuwenoud voorbeeld van een proces waarin de dagelijkse informatieselectie en nieuwsvoorziening ‘gepersonaliseerd’ wordt (Zuiderveen Borgesius et al., 2016). Hierbij speelt de sociale omgeving, bijvoorbeeld onze woon- of werkomgeving of vrijetijdsactiviteiten, een beslissende rol in de keuze voor mediakanalen en het soort nieuws dat we tot ons nemen. Op sociale mediaplatformen geldt een soortgelijk principe: technische factoren zoals algoritmen versterken de keuzes die we op sociaal vlak maken, dus bijvoorbeeld wie we volgen, of met wie we communiceren op Twitter.

Crossmediaal gebruik van sociale media

Hoe ziet de alledaagse informatievoorziening en -verspreiding op sociale mediaplatformen eruit? In welke kringen circuleert welk soort nieuws en op welke manier wordt deze informatie doorgestuurd naar anderen? In het onderzoek naar de Nederlandse Twittersfeer, dat wij van JLab samen met de Utrecht Data School (Universiteit Utrecht) uitvoeren, zijn we precies daarin geïnteresseerd: de crossmediale manier waarop de Nederlandse burger in zijn dagelijks leven gebruik maakt van dit platform.

Ons onderzoek levert daarmee een bijdrage aan een reeks van onderzoeken die de rol van burgers onderzoeken als actieve ‘curatoren’ van informatie op online en sociale mediaplatformen (Bruns, 2017).

Polarisatie versus open debat

Een gedeelte van ons onderzoek is drie maanden terug verschenen in een artikel van Vrij Nederland in samenwerking met Nieuwsuur. In deze journalistieke producties stond het verschil tussen de groeperingen van politiek links en rechts geïnteresseerde gebruikers centraal. Om deze interessegroepen te kunnen traceren op Twitter hebben we gebruik gemaakt van een specifieke vorm van communicatie: retweets. We hebben dit gedaan op basis van retweets die verstuurd zijn tussen 4 en 18 september 2016 – een periode die we toen gekozen hebben, omdat er geen sprake was van (nationale of internationale) evenementen of rampen. Voor retweets hebben we gekozen omdat hierbij, door een druk op de knop, informatie verder verspreid wordt. Dit gebeurt in de meeste gevallen op een bevestigende manier: dus de gebruikers is het eens met de inhoud, of hij/zij ‘spreekt waardering’ uit voor de persoon die de oorspronkelijke tweet verstuurd heeft.

Belangrijk aandachtspunt bij het lezen van het artikel in Vrij Nederland en hierin de netwerkvisualisatie van retweets (zie ook bovenstaande afbeelding): de manier waarop het onderlinge retweetgedrag van gebruikers in beeld gebracht is, clustert gebruikersgroepen en helpt op deze manier een indruk te wekken van polarisatie, en dus ‘filter bubbles’ (lees bijvoorbeeld in een eerder blogpost hoe complex netwerkvisualisaties zijn en welke uitdaging het is ze te ontrafelen). Voor het ‘lezen’ van deze netwerkvisualisaties is dus voorkennis nodig. Om de lezer een stuk ‘datawijzer’ te maken, hebben we de methode die we toegepast hebben uitgebreid omschreven (kijk hier voor informatie over de methode).

Wat we op basis van deze netwerkanalyse voorzichtig als eens soort van ‘echo chamber’ kunnen classificeren, is het cluster waarin zich de meeste gebruikers bevinden met een rechtse politieke overtuiging. Dit is dus een gedeelte van het retweetnetwerk, waarin veel sprake is van onderlinge weerklank. De klemtoon ligt hier wel op het woordje ‘voorzichtig’. In verhouding gaat het bij dit cluster namelijk om het meest homogene cluster, dus het cluster met de accounts die het hechtst met andere accounts in hetzelfde cluster verbonden zijn door hun retweetgedrag. Een links cluster is veel minder goed op te sporen. Het grootste cluster in het totale netwerk hebben we daarom ook aangeduid met de classificatie ‘gematigd links politiek geïnteresseerd’.

Interessanter dan alleen te focussen op deze clustering van interessegroepen, is echter om te kijken hoe deze gebruikersgroepen omgaan met crossmediale content, dus referenties aan diverse journalistieke bijdragen, die verder verspreid worden via tweets. We noemen dit de manier van ‘framen’ van mediacontent. We stellen in ons onderzoek vast dat – en dit geldt voor gebruikers in alle clusters – de grootste uitdaging het ‘cherry picking’-gedrag van deze gebruikers is: ze kiezen content uit die hun standpunten ondersteunt, en – vaak ook omdat Twitter-berichten slechts een beperkt aantal tekens bieden – uit deze journalistieke producties de passages, die hun boodschap het beste onderbouwen. Ze ‘framen’ en ‘curateren’ zodoende actief mediacontent.

Onze verantwoordelijkheid

Wat ons hierbij opvalt is dat polarisatie al veel eerder begint dan op sociale mediaplatformen en in berichten op Twitter. Je kunt je bijvoorbeeld afvragen hoe handig gekozen de titel is die Vrij Nederland boven het artikel heeft geplaatst: “Hoe de boze Twitteraar het debat bepaalt”, en verpakt in een tweet: “Wie zijn die boze rechtse en linkse twitteraars naar wie iedereen luistert?”. Deze vraag is belangrijk om te stellen vooral als het doel van een dergelijk onderzoek is om de burger te informeren en een open en respectvol debat te voeren over het gebruik van sociale media door politiek geïnteresseerde burgers.

Wat ik me afvraag: Hebben we als journalisten en mediaprofessionals, naast de eigenaren van sociale mediaplatformen en de gewone burger, niet ook een bijzondere verantwoordelijkheid om ons goed bekend te maken met en bewust gebruik te maken van de mogelijkheden die deze platformen ons bieden? Ik denk dat hier een bijzondere taak voor ons weggelegd is om mee te werken aan gebruiksconventies van bijvoorbeeld Twitter, die een weloverwogen en respectvol publiek debat bevorderen in plaats van dit debat al bij voorbaat dood te slaan, of een van de interessegroepen buiten te sluiten.

Meer weten?

We zitten midden in de afrondingsfase van de academische paper die de resultaten van bovenstaand onderzoek in beeld zal brengen. Deze paper wordt binnenkort in de online journal Internet Policy Review gepubliceerd. Mocht je geïnteresseerd zijn in alle resultaten, blijf via ons blog en de sociale media op de hoogte!