Constructieve journalistiek volgens Hermans

Vrijdag 13 oktober hield Liesbeth Hermans haar lectorale rede over Constructive Journalism. Daarmee heeft de opleiding journalistiek in Zwolle er een nieuwe lector en een nieuw onderzoeksterrein bij.

Windesheim lanceerde het onderzoekterrein Constructieve Journalistiek al eerder. Eind 2015 werd de Deense Cathtrine Gyldensted als pionier aangesteld. December 2016 was er een symposium over Constructieve Journalistiek, verscheen ook het Magazine Wat Nu en werd de website constructievejournalistiek.nl gelanceerd.

Constructieve journalistiek, wat is dat eigenlijk? Constructieve journalistiek is verwant aan solutions journalism, aan peace journalism en positieve journalistiek: bewegingen in de journalistiek die niet  alleen willen berichten willen over gebeurtenissen, maar die ook een bijdrage willen leveren aan een betere wereld. Constructieve journalistiek is oplossingsgericht. Constructieve journalistiek vraagt van journalisten een betrokken, minder afstandelijke houding. Constructieve journalistiek behelst  een uitbreiding van het journalistieke takenpakket: journalisten moeten ook oplossingen aandragen voor de problemen waarover ze verslag doen. Constructieve journalisten zouden zich meer moeten bekommeren om het welzijn van het publiek en een bijdrage moeten leveren aan bij positieve veranderingen in de samenleving.

De normatieve opvattingen van constructieve journalistiek zijn niet onomstreden. Op De Nieuwe Reporter werd begin dit jaar een pittig debat gevoerd tussen Jan van Groesen en de onderzoekers van de journalistieke kenniskring van Windesheim over de consequenties van de uitgangspunten van constructieve journalistiek. De onderzoekers betoogden dat de journalistiek zich naast de traditionele ‘5xW+H’, moet bezighouden met een zesde ‘W’: de ‘W’ van ‘Wat nu?’.  Van Groesen was van mening dat zo’n benadering ten koste gaat van onafhankelijke kritische journalistiek. HP/DeTijd noemde het struisvogeljournalistiek. Jonge journalisten lijken echter juist wel geporteerd van journalistiek met constructieve elementen. De makers van de gelauwerde documentaire Schuldig stelden gisteren in samenwerking met de Correspondent een manifest op met eisen aan de landelijke politiek. In de Volkskrant laten ze weten dat ze niet goed begrijpen waarom journalist en actievoerder gescheiden rollen zouden moeten zijn, omdat het voor de hand ligt dat als iets niet deugt, je er ook wat aan kunt doen.

Deze discussie in het vak raakt aan het voortdurende wetenschappelijke debat over de mogelijkheid en de wenselijkheid van objectieve journalistiek. Met aan de ene kant van het spectrum aan standpunten de opvatting dat een objectieve beschrijving van de werkelijkheid mogelijk is en aan de andere kant de opvatting dat de werkelijkheid altijd een sociale constructie is. (En in het midden bijvoorbeeld een proefschrift van Rijssemus waarin hij betoogt dat betrokkenheid en objectiviteit elkaar niet hoeven uit te sluiten). Constructieve journalistiek gaat er vanuit dat objectieve journalistiek niet bestaat en dat journalisten altijd een eigen interpretatie aan gebeurtenissen geven. Een centrale vraag met betrekking tot constructieve vormen van journalistiek is ook hoe faciliterende, mobiliserende en bemiddelende functies van de journalistiek zich verhouden tot de taak om misstanden bloot te leggen en de macht te controleren (Over die vraag verschijnt overigens binnenkort een themanummer van Journalism Practice).

Lector Liesbeth Hermans plaatste met haar bevlogen rede de discussie over constructieve journalistiek in een bredere context. Ze benadrukte dat constructieve journalistiek een bijdrage wil leveren aan ‘empowerment’, aan het individuele en collectieve welzijn van mensen. Journalisten hebben volgens haar, en zo luidde ook de titel van haar voordracht, ‘een verder reikende verantwoordelijkheid’. Hermans betoogde dat die verantwoordelijkheid die constructieve journalistiek wil nemen, past bij een veranderende samenleving en vooral bij een publiek met een andere (vaak negatieve) houding ten opzichte van traditioneel (slecht) nieuws. Publieksgerichtheid is een centraal element in Hermans’ explicatie van constructieve journalistiek. Daarbij heeft Hermans vooral een jong publiek voor ogen dat graag positieve berichten wil lezen. De journalistiek moet niet louter berichten over wat er fout gaat in de samenleving. Constructieve journalistiek moet zich richten op nieuws dat ‘toekomstgericht, oplossingsgericht en handelingsgericht is’. Het onderzoek dat Windesheim onder leiding van Hermans gaat doen, zal onder meer gaan over de impact van positieve framing op het welbevinden van het publiek. In het forum na afloop van haar rede benadrukte Hermans nogmaals dat ze vindt dat journalisten meer verantwoordelijkheid moeten nemen en het publiek ook perspectieven zouden moeten bieden.