Actie-journalistiek en de wetenschap

Door de ‘scoop’ over Shell en RSM die deze week in het nieuws was, wil ik opeens reclame maken. Of in ieder geval even lekker subjectief zijn.

 

Deze week had ik mijn eerste negatieve ervaring met wat ik meestal ervaar als interessante journalistiek bij De Correspondent en Follow The Money. Ik herkende opeens  het ‘tomaten-gooien’ van de oude media. Die lieten deze ‘scoop’ (?) overigens liggen als ik LexisNexis en Google News mag geloven. Gaat het hier om vernieuwende ‘constructieve journalistiek’ die deuren opent en uitnodigt om een serieus gesprek te voeren?

 

Als externe promovenda bij de Rotterdam School of Management (RSM) ben ik iets meer ‘insider’ dan de gemiddelde lezer. Ik voelde me dus aangesproken door de reeks artikelen deze week over hoe Shell en andere bedrijven invloed zouden uitoefenen op de wetenschap en het onderwijs.

 

Zelf heb ik heel veel respect en ontzag voor de hoogleraren van RSM die mij al jaren lesgeven en begeleiden. Zij publiceren in top journals en hun werk is van hoge kwaliteit. Bij deze journals is het overigens ook verplicht om sponsoren van onderzoek te vermelden, heb ik begrepen.

 

Een journalist kan zich niet half beseffen wat komt kijken bij een wetenschappelijk onderzoek en artikel. Hoe hard hiervoor moet worden gewerkt, hoe schrijvers en lezers elkaar controleren en zeer kritisch beoordelen.

 

In vergelijking daarmee zijn de berichten over Shell en RSM makkelijk scoren door een organisatie zwart te maken. Ze beschrijven bovendien een incident, niet de dynamiek. Iemand moet onderzoek uiteindelijk toch financieren en wie betaalt, bepaalt. Het komt de pluriformiteit van de wetenschap ook ten goede als deze niet enkel door de overheid wordt bekostigd.

 

Dat geldt ook voor de journalistiek en toevallig gaat mijn onderzoek precies daarover. Geen enkel bedrijf zoals Shell, De Persgroep of TMG, betaalt voor mijn promotie. Mijn onderzoek naar verdienmodellen in de journalistiek is van groot maatschappelijk belang, vind ik zelf. Daarom heb ik er honderden onbetaalde uren in gestoken.

Naast mijn familie, de Hogeschool Utrecht, het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek en het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, sponsort ook RSM mij in natura met een opleiding. Ik ben ze hiervoor zeer erkentelijk. In de wetenschap zoeken wij samen naar oplossingen voor wat je een verdienmodel-crisis in de journalistiek zou kunnen noemen. Voor mij is dit de meest constructieve manier om de wereld te verbeteren.

De betrokkenheid van het bedrijfsleven bij RSM zie ik daarom juist als een groot voordeel. Als multinationals niet het verschil gaan maken, wie dan wel?